Wetenschap - 26 oktober 1995

Roc

Roc

Vrijwel alle richtings-onderwijscommissies (roc's) kunnen instemmen met hun plaats in de vier onderwijsinstituten die het college van bestuur heeft voorgesteld. Alleen de biologen en de zootechnici sputteren tegen. Ze willen liever niet met de plantentelers samenwerken, maar leggen zich neer bij het voorstel.


Halverwege de besprekingen op 16 oktober tussen het college en de roc's over de indeling in vier onderwijsinstituten, zitten vco-voorzitter prof. dr ir L. Speelman en griffier drs E.R. van den Ende tevreden te lunchen in het bestuurscentrum. De sociaal-economische opleidingen in de Leeuwenborch hebben geen enkele moeite met samengaan in een onderwijsinstituut; de studies over voedsel en biotechnologie op de Dreijen ook niet. De roc's zijn alleen benieuwd naar de bevoegdheden en invulling van de nieuwe instituten", vertelt Van den Ende, de opsteller van de collegenota.

's Middags komen de landinrichtings- en milieustudies en de studierichtingen uit de biologie, de planten- en de dierenhoek nog opdraven. Dat wordt waarschijnlijk wat lastiger", voorspelt rector Karssen, die de besprekingen leidt. Die zorg wordt deels bewaarheid. Het agglomeraat Omgevingswetenschappen stuit niet op tegenstand van de landinrichtings- en milieu-opleidingen, maar over het instituut Levenswetenschappen van plantentelers, zootechnici en biologen bestaan wel twijfels.

De opleiding Biologie heeft moeite met de combinaties die zijn geopperd", stelt entomoloog ir P.W.F. de Vrijer. De biologie beslaat zo'n breed terrein dat een groot deel van onze opleiding buiten de gemeenschappelijke noemer van het onderwijsinstituut Levenswetenschappen valt. We hebben liever een eigen onderwijsinstituut, maar dat lijkt politiek geen haalbare kaart."

De Vrijer weet niet hoe de instituten gaan werken. Gaan ze zich ingrijpend met de inhoud van de studies bemoeien? De opleiding biologie heeft geen eigen sector die oog heeft voor onze belangen. De opleiding Zootechniek wordt ondersteund door de sector Dierwetenschappen, de plantenteelt-opleidingen door de sector Plantaardige produktie. De instituten zijn bedoeld om de roc's administratief werk uit handen te nemen, maar ik denk dat wij er een extra klus bijkrijgen."

De entomoloog beseft dat de nieuwbakken onderwijsinstituten spoedig voor de opdracht zullen staan het vakkenaanbod te saneren. Volgens het masterplan van het college moet de LUW immers zo'n vijf miljoen gulden bezuinigen op onderwijs. Die bezuiniging wil het college invullen door minder geld aan onderwijselementen te verstrekken dan volgens de berekening nodig is. Aan de instituten de keuze: goedkoper onderwijs of vakken schrappen. We moeten straks de pijn verdelen", weet De Vrijer. Voor ons zal veel afhangen van het nieuwe capaciteitsmodel. Biologie is een onderwijs-intensieve opleiding, met veel practica. Als dat meeweegt in het model, oke. Zo niet, dan komt er een hard gevecht."

De zorg van de biologen dat ze in een sectorale belangenstrijd terecht komen, lijkt niet helemaal ongegrond. De opleiding Zootechniek heeft geen trek in een gezamenlijk instituut met plantentelers en biologen, omdat dat een inbreuk betekent op de samenwerking binnen de eigen sector. Er komt geen relatie tussen het onderwijsinstituut en onze onderzoekschool", stelt veefokker dr ir A.F. Groen. Dat gaat ten koste van de afstudeervakken, vreest hij. Juist daar wordt de relatie tussen onderwijs en onderzoek gelegd. Er is geen relatie tussen het onderwijsinstituut en de roc's; het instituutsbestuur hoeft niet per se verantwoording af te leggen aan de vakgroepen. Wij willen die verantwoording wel duidelijk hebben."

Bombastisch

Groen meent dat het college de onderwijsinstituten gebruikt om zijn problemen op te lossen. We vinden dat iedere richting eerst zelf orde op zaken moet stelen; daarna mogen ze pas worden samengevoegd. Onze eerste optie was dan ook een eigen onderwijsinstituut Animal Science, met nauwe banden met Biologie, de Utrechtse faculteit Diergeneeskunde en de agrarische hogescholen. Maar het is een gelopen race. De rector zei: Denk er nog eens over na, maar zo gaat het gebeuren. Wel, we hebben niets tegen onze partners in het instituut, dus we gaan nu goede gesprekken voeren."

De naam van het instituut, Levenswetenschappen, heeft de betrokkenen ook geen applaus ontlokt. De Vrijer: Bij levenswetenschappen denk ik aan fundamenteel biologisch en medisch onderzoek, niet aan teeltwetenschappen. Het is een bombastische naam waar de buitenwereld snel doorheen zal prikken. Als je de biologie zelfstandig laat, kan dat instituut een naam kiezen die erbij past."

De naam van het mammoet-instituut Omgevingswetenschappen - zeven roc's en vijf M.Sc.-opleidingen - oogst geen kritiek. Alle deelnemende studies kunnen zich in deze term herkennen. Zo'n groot instituut heeft een bijkomend voordeel voor de universteit, stelt dr ir C.F. Jaarsma van Ruimtelijke planvorming. Het aantal instituutsdirecteuren blijft beperkt. Toch vraagt Jaarsma zich af of de club niet te groot is geworden. Wat doen de opleidingen Agrosysteemkunde en Agrotechniek nu precies in zo'n omgeving? Deze opleidingen vinden de naam niet plezierig, terwijl ik de naam juist goed vind passen. Zo komen de landgebruiksgroepen weer tot leven, ook bij middelbare scholieren. Ik ben beducht voor een compromis-naam; dat zou heel slecht zijn."

Maar dr J. Bontsema van Agrotechniek kan zich wel in de opzet vinden. Wat moet je anders? We waren eerst samen met Agrosysteemkunde, maar die combinatie was te klein. De samenwerking met milieu en bosbouw zien we wel zitten. Dat wij wat mathematischer en technischer zijn dan de anderen is geen probleem. Dat Ruimtelijke planvorming wat moeite heeft met ons schrijf ik toe aan hun onbekendheid met de landbouwtechniek. De omgeving wordt toch in belangrijke mate door landbouwers bepaald."

Na een kennismakingsrondje zal ook binnen Ongevingswetenschappen het onderwijsaanbod gesaneerd moeten worden. Het geldtraject is nog erg mistig", stelt Jaarsma. In de roc Landinrichtingswetenschappen zijn we net van drie naar twee specialisaties gegaan; dat bezuinigt. Ik geloof niet dat er veel overlap bestaat tussen de richtingen binnen de omgevingswetenschappen. We zullen vooral binnen de vakgroepsgrenzen vakken moeten fuseren." En Bontsema denkt dat direct collegebeleid - hef de kleine vakken op - veel effectiever werkt dan omslachtige bestuurlijke wegen".

Inkopen

Door naar de sociaal-economische opleidingen op de Leeuwenborch, waar voor het onderwijsinstituut Maatschappijwetenschappen geen vuiltje aan de lucht lijkt. We kunnen ons heel goed in de indeling vinden", meldt dr P. Hebinck van Ontwikkelingsstudies, de niet-westerse samenwerking tussen economen en sociologen. We hebben alleen wat praktijk-vragen gesteld. Hoe ga je straks het onderwijs inkopen? Onze studie steunt op onderwijs van vele vakgroepen, zoals tropische veehouderij en agronomie. We willen blijven inkopen bij technische vakgroepen; daar moet het onderwijsinstituut niet doorheen fietsen. Omgekeerd willen wij vakken blijven leveren aan technische studies. Als de instituutsbestuurders zich als boekhouders gaan gedragen en de opleidingen al het onderwijs binnen het instituut moeten inkopen, dan krijgen we problemen. Er moet een goed in- en verkoopsysteem tussen de instituten komen."

Ook hier de vraag: minder geld, minder vakken, hoe lossen de sociaal-wetenschappers dat op? Ontwikkelingsstudies wil een brede studie, een meerderheid onder de economen wil zo min mogelijk ruis uit andere vakgebieden. We hebben weinig overlap met de economen", meldt de socioloog Hebinck. Iedere opleiding voor zich zal moeten beknibbelen. We gaan ervan uit dat we als roc kunnen blijven functioneren zoals nu."

Verdeeldheid

Tot slot het instituut Voedsel- en biotechnologie. Mooi plan", oordeelt de procestechnoloog dr ir G. Meerdink. In het begin wilde natuurlijk niemand en was er verdeeldheid of de richting Moleculaire wetenschappen wel aansloot bij de Voeding en Levensmiddelentechnologie. Toen we zagen dat het college vier grote instituten wilde, bleek dit toch de beste oplossing."

Volgens Meerdink praten voedings- en biotechnologen al druk over de personen die in het instituutsbestuur moeten zitten. De universiteitsraad benoemt dat bestuur op voordracht van de roc's. Om te beginnen heb je een fatsoenlijke voorzitter nodig. Als de voorzitter goed is, kunnen het stevige clubs worden. Ik denk dat de onderwijsinstituten meer macht krijgen dan iedereen nu denkt."

Veel zal afhangen van de personele invulling van de onderwijsinstituten, melden ook de andere roc's. Iedereen pleit voor bestuurders met kennis van zaken en hart voor het onderwijs. Over de samenstelling van het bestuur maken enkele roc's zich toch zorgen. Elk instituutsbestuur bestaat voor de helft uit docenten, voor een kwart uit studenten en voor het resterende kwart uit obp'ers (ondersteunend en beheers-personeel). Wat doet die laatste groep in het bestuur, vraagt menig roc-lid zich af. We hebben geen obp'ers in de richtingscommissie en hebben dat nooit ervaren als een gemis", aldus de landinrichter Jaarsma.

Overzicht

De negentien roc's en twaalf M.Sc.-opleidingen gaan samenwerken in de instituten Levenswetenschappen, Maatschappijwetenschappen, Omgevingswetenschappen en Voedsel- en biotechnologie. De onderwijsinstituten krijgen vanaf volgend jaar een budget van de universiteitsraad. Ze verdelen dat over de betrokken roc's, die vervolgens onderwijs inkopen bij de vakgroepen. Daarna gaan de instituten beoordelen of de aangeboden programma's van de roc's aan eisen van kwaliteit en betaalbaarheid voldoen. De geldverdeling en beoordeling vindt plaats in het instituutsbestuur.

  • KOP = Omgevingswetenschappen
  • = T32 Milieuhygiene
  • = L10 Bosbouw
  • = L20 Agrosysteemkunde
  • = L30 Landinrichtingswetenschappen
  • = L50 Bodem, water, atmosfeer
  • = L60 Landbouwtechniek
  • = O10 Tropisch landgebruik
  • = S10 Soil and water
  • = S13 Tropical forestry
  • = S17 GIS
  • = S18 Agric. engineering
  • = S22 Environmental Sciences

  • KOP = Levenswetenschappen
  • = T10 Landbouwplantenteelt
  • = T12 Tuinbouw
  • = T15 Veredeling en gewasbescherming
  • = T20 Zootechniek
  • = B Biologie
  • = S12 Crop Science
  • = S16 Ecological Agriculture
  • = S19 Animal Science
  • = S20 Aquaculture

  • KOP = Voedsel- en biotechnologie
  • = T30 Levensmiddelentechnologie
  • = T31 Voeding van de mens
  • = T33 Moleculaire wetenschappen
  • = T34 Bioprocestechnologie
  • = S15 Biotechnology

  • KOP = Maatschappijwetenschappen
  • = M10 Economie
  • = M30 Huishoudwetenschappen
  • = O20 Ontwikkelingsstudies
  • = S11 MAKS
  • = S21 Agric. economics

  • Re:ageer