Wetenschap - 13 november 1997

Roadmanager van Dizzy Gillespie verzorgt plantenproeven

Roadmanager van Dizzy Gillespie verzorgt plantenproeven

Roadmanager van Dizzy Gillespie verzorgt plantenproeven
Arie Brader, Bodemkunde en plantenvoeding
Hij loopt in de kassen tussen potten vol gras van een onwerkelijk groene kleur en wijst: Dat zijn allemaal tests met Engels raaigras. Steeds met verschillende stoffen in de potgrond. Koper, fosfaat, om er een paar te noemen. We kijken hoe de planten reageren op de stoffen die we toevoegen.
Er volgt een hoop uitleg. Arie Brader, in 1967 in Wageningen aangekomen als eerstejaars en afgestudeerd in 1988 na een studiestop van veertien jaar, vindt zijn werk bij de vakgroep Bodemkunde en plantenvoeding heel leuk
Het is heel afwisselend werk. Labproeven, studentenpractica, nieuwe proeven bedenken, er zijn zoveel verschillende mogelijkheden! Zijn wetenschappers artiesten? Nou, dat weet ik niet, hoor. Maar sommigen zijn wel reuzen!
In een van de kassen staan planten die worden gebruikt voor het mycorrhiza-onderzoek. Mycorrhiza (een verzamelnaam voor schimmels) geven voedingsstoffen door aan planten. De planten maken daar dankbaar gebruik van en vormen daarvan in hun bladeren bijvoorbeeld koolhydraten. Zo leven plant en schimmel nog lang en gelukkig. Een mooi voorbeeld van symbiose, vindt Brader. Als je Mali-ruwfosfaat als meststof aan de planten toevoegt met veel van die schimmels, dan lijkt de meststof iets beter te worden opgenomen door de plant. Ik kan je niet precies uitleggen waarom. Maar ruwfosfaat is in ieder geval goedkoper dan superfosfaat en dat is bijvoorbeeld voor derde-wereldlanden heel belangrijk. Het resultaat is nog te mager, maar ik vind dat mooi onderzoek, hoor.
Pas op, ga even opzij! zegt hij snel als de beregeningsautomaat plotseling zijn spuitwerk verricht. Het ruikt ineens lekker, als op een voorjaarsdag na een regenbui. Raaigras is een Europese plant. Of die voor voetbalvelden wordt gebruikt, weet Brader niet. Maar die kleur, he? Hij kijkt keurend rond. Onwerkelijk groen, ja.
Niet zonder trots toont hij een apparaat dat een smak geld moet hebben gekost. Een soort betonmolen, gekoppeld aan een lopende band, waarmee grondmonsters bestaande uit grond, slib, compost en plantenmaterialen homogeen worden vermengd. Zakjes met het mengsel worden naar laboratoria over de hele wereld gezonden. Die analyseren de bestanddelen en sturen hun rapportjes met waarnemingen terug
Wij verwerken de resultaten en kunnen dan zien of hun analytische methoden goed zijn, licht Brader toe. Het is echt een Wageningse uitvinding! Dit werk doen we voor het Wageningen Evaluation Program for Analytical Laboratories. De laboratoria betalen ons daar contributie voor. Hij strijkt bijna liefkozend over de band. Vijftien lijntjes naast elkaar en tien er bovenop, dus honderdvijftig lijntjes fijngemalen spul in totaal legt ie neer. En hij weegt het heel precies af. Mooi he? Daarna gaat het in de zakjes, maar dat gebeurt handmatig.
Er gebeuren heel veel leuke dingen op de LUW en daar zou ik graag meer van willen weten. Jammer dat je er te weinig van hoort. Het WUB is daar de meest geeigende plek voor. Dan lees je iets over een promotie bij de vakgroep en dan denk je: he, dat doen ze hier ook! Daar waren ze dus al lang mee bezig en ik wist er niks van.
In een klein kantoortje bij een van de kassen vertelt hij over zijn uiterst kleurrijke levensloop. Via het Groningse Oude Schans en later Slagharen - Waar de complete jeugdige bevolking zomers werkzaam is in het ponypark - naar Wageningen. In 1967 aangekomen, in 1974 gestopt. Ik moest gaan werken, ik had geen beurs meer. Ik heb in zoveel fabrieken in de omgeving gewerkt, verklaart Brader lachend. Bij Veenman, Vada, Nobo, noem maar op. En ik heb een jaar of vijf, zes als roadmanager gewerkt voor heel veel grote musici. Dizzy Gillespie, Sarah Vaughn, Oscar Peterson, Dextor Gordon. Terwijl ik in die tijd helemaal niet van jazz hield! Ja, nu wel; ik heb een hele verzameling van ze. En daarna was ik een hele tijd barkeeper bij cafe Loburg.
Toen kwam ik professor Oldeman tegen. Die waarschuwde me dat in 1988 de allerlaatste kans werd geboden aan studenten die gestopt waren om alsnog af te studeren. Voordat ik met die musici optrok, had ik een klus voor Bosbouw gedaan. Dat zijn feitelijk doctoraalverslagen. Maak ze mooier en netter, dan durf ik er wel mijn fiat aan te geven, zei Oldeman. Goed, we hebben een programma op poten gezet; ik heb af en toe vrij genomen bij Loburg en heb toch nog mijn studie afgemaakt.
Ja, het kan vreemd lopen, hoor. Ik ben bij de LUW gekomen om voor iemand colleges in het Engels te vertalen, via kortlopende contracten. En dit jaar kwam ik in vaste dienst! Ik hoor nu bij de Verzorgende eenheid plantenproeven. En ik doe veldwerk voor het NMI, het Nederlands Meststoffen Instituut. Ik ga bijvoorbeeld naar Engeland om mensen vertrouwd te maken met meetapparatuur. Veldwerk vind ik het allerleukste. Een vaste baan is niet meer zo zeker tegenwoordig, het is uniek in deze tijd Ik ga hier nooit meer weg!
Brader heeft nog meegedaan aan de Wageningse studentenopstand en de bezettingen. Is de sfeer erg veranderd? Ach, dat durf ik niet te zeggen. Ik kom niet meer zo veel in studentengelegenheden. Ja, er is wel wat meer druk op de ketel. Er zijn ook wat vakken uitgevallen. Hoe dan ook, een dag heeft maar 24 uur.

Re:ageer