Wetenschap - 3 juli 1997

Rikilt wil binnen KCW eigen identiteit behouden

Rikilt wil binnen KCW eigen identiteit behouden

Rikilt wil binnen KCW eigen identiteit behouden
DLO-instituut werkt met LUW aan voedingskwaliteit
Het Rikilt analyseert of er schadelijke stoffen in voedingsmiddelen zitten. Denk echter niet aan een routinelab; op het DLO-instituut ontwikkelen onderzoekers gespecialiseerde meetmethodes en scheidingstechnieken. Met de LUW werkt het instituut samen aan onderzoek naar gezondheidsbevorderend voedsel. Toch ligt een fusie met de universiteit lastig, stelt directeur dr Tini Colijn, omdat het Rikilt wettelijke taken uitvoert voor het ministerie van LNV
Dankzij het Rijks-kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten (Rikilt-DLO) is het inmiddels goed mogelijk aan te tonen of er genetisch gemodificeerde soja in voedingsmiddelen is verwerkt. Op basis van een zogenaamde Poly-Chain Reaction (PCR) ontwikkelde het instituut hiervoor een testmethode. Eerst wordt de dubbele DNA-streng gesplitst. Het stukje DNA waar het om gaat, wordt uit de enkele streng geknipt en vermenigvuldigd. Daarna kan het met behulp van scheidingstechnieken worden gedetecteerd
We hebben een kit ontwikkeld die goedkoop is toe te passen en aan iedereen kan worden verkocht. Het labelen van voedingsmiddelen met de garantie dat er echt geen genetisch gemodificeerde grondstoffen in voorkomen, is hierdoor mogelijk, vertelt directeur dr Tini Colijn. Het werk aan genetische gemodificeerde organismen heeft het Rikilt veel werk opgeleverd
Ik denk dat ons instituut verder zal groeien, stelt Colijn. Hoewel mensen altijd al het recht hebben gehad om te weten wat er in hun voedsel zit en kwaliteit er altijd al is geweest, blijkt ons onderzoek naar voedselveiligheid de laatste jaren meer en meer in de belangstelling te staan. We hebben zogezegd de tijd mee.
Colijn, ruim een jaar aan het hoofd van het Rikilt, is de enige vrouw onder de DLO-directeuren. Ze studeerde als bioloog in Leiden en promoveerde later in Amsterdam. Werkte enige tijd aan de LUW en kwam daarna op het CPRO-DLO terecht, waar ze de laatste vijf jaar adjunct-directeur was. Al die jaren werkte ik in de genetica en hield me bezig met erfelijke eigenschappen van planten. Dat het nu vooral gaat om het eindproduct, vind ik ontzettend leuk.
Analysetechnieken
Het Rikilt, dat zich richt op onderzoek naar de veiligheid en kwaliteit van voedsel, is volgens Colijn alles behalve een lab waar monsters op routinebasis worden geanalyseerd. Het instituut ontwikkelt gespecialiseerde en geavanceerde analysetechnieken. Er werken 160 mensen en er gaat jaarlijks negentien miljoen gulden om. Tachtig procent van dat geld is overheidsfinanciering via het ministerie van LNV. De overige twintig procent komt van de Europese Unie, brancheorganisaties, de industrie en maatschappelijke organisaties zoals het Koningin Wilhelminafonds en de Hartstichting
Ongeveer de helft van het geld dat van het ministerie van LNV komt, is bestemd voor de zogenaamde wettelijke en dienstverlenende taken. In opdracht van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (RVV) en de Algemene inspectiedienst (AID) analyseert het instituut monsters op de aanwezigheid van residuen, contaminanten en groeibevorderaars
Continu is het Rikilt bezig om methodes te verfijnen, te verbeteren en deze zo goedkoop mogelijk te maken. Zo worden groeibevorderaars onder andere in urine aangetoond. Maar om urine op te vangen, moet soms lang worden gewacht. Inmiddels is bekend dat illegale groeibevorderaars zich ophopen in gepigmenteerde lichaamsdelen. Het is veel gemakkelijker een plukje haar af te scheren en daarmee te bepalen of het dier behandeld is met verboden middelen, aldus Colijn
Ringtesten
Als een methode eenmaal is ontwikkeld, moet deze nationaal en internationaal worden erkend Daarom zetten we ringtesten op, waarbij minimaal tien Europese laboratoria de methode testen. Als alle labs dezelfde resultaten uit de tests krijgen, wordt de methode openbaar. Het vermarkten van dit onderzoek is onmogelijk, want het onderzoek valt onder de wettelijke taken van het ministerie van LNV en binnen het kader van Europese harmonisatie en normalisatie van regels. Wij stellen geen normen of meetmethoden vast. We doen beleidsvoorbereidend onderzoek en zijn een uitvoerende dienst van het ministerie.
Als het gaat om de veiligheid en de kwaliteit van voedingsmiddelen onderzoekt het instituut de biologische effecten van stoffen in voeding. Wat zijn de toxicologische, allergene en hormonale effecten? Daarnaast wordt de biologische beschikbaarheid van schadelijke componenten voor de mens vastgesteld. Wordt een schadelijke stof niet opgenomen, dan is het product immers niet toxisch voor de mens
Alle voedingsmiddelen die de agrarische sector produceert, vallen vanaf het beginstadium tot aan de winkel onder verantwoordelijkheid van het ministerie van LNV. Een bijdrage leveren aan de kwaliteitsbewaking van die producten behoort tot onze taken.
Binnen het voedingsonderzoek werkt het Rikilt veel samen met de LUW. Die verricht vooral het epidemiologische werk, terwijl wij het analytisch-chemische werk uitvoeren, schetst Colijn. De samenwerking geschiedt op projectbasis. Ook met de Universiteit van Amsterdam, TNO en RIVM werken we samen. Vanwege de samenwerking werken momenteel vijf aio's op het Rikilt op projectbasis. Daarnaast promoveren vijf medewerkers van het Rikilt op basis van eigen werk op het instituut
Flavonoiden
Een goed voorbeeld van de samenwerking van Rikilt en LUW vormt het onderzoek naar de opname en effecten van flavonoiden. Dit zijn in planten voorkomende verbindingen die de kans op hart- en vaatziekten kunnen verminderen. Gefinancierd door de Hartstichting en het bedrijfsleven onderzochten Rikilt en LUW de opname van deze stoffen in het bloed. In tegenstelling tot wat tot dusverre bekend was, toonden de onderzoekers aan dat flavonoiden wel degelijk in het bloed worden opgenomen. Ook blijkt dat de beschikbaarheid van de flavonoiden, afhankelijk van de soort groente of fruit, een factor drie kan verschillen
Colijn benadrukt dat het Rikilt erg actief is in dit soort positief kwaliteitsonderzoek. De financiering komt vaak van het bedrijfsleven, omdat bedrijven gezondheidsbevorderende claims aan hun voedingsmiddelen willen koppelen. Volgens de directeur vormt dit geen enkel probleem. We doen geen conflicterende dingen. We hebben een duidelijke positie en doen onderzoek met eigen resultaten, die zowel positief als negatief kunnen zijn. Er is een trend gaande om meer te doen met gezondheidsbeschermende stoffen in voeding. Dat past prima bij het werk van het Rikilt.
Identiteit
Met het departement Levensmiddelentechnologie en Voedingswetenschappen van de LUW wordt momenteel intensief overlegd over samenwerking in het kader van Kenniscentrum Wageningen. In feite is er weinig overlap en werken we vooral complementair. We kunnen dus veel voor elkaar betekenen. Maar voor het Rikilt is het uitermate belangrijk dat zijn eigen identiteit als Rijksinstituut herkenbaar blijft, vertelt Colijn, die de nadruk legt op samenwerking en niet wil spreken over een op handen zijnde fusie met het departement. Vooral de wettelijke en beleidsondersteunende taken, veertig procent van het budget, vormen aanleiding om de eigen Rikilt-vlag te blijven voeren
Voor de toekomst richt het instituut zich op het ontwikkelen van nieuwe meetmethodes die beter, sneller en goedkoper werken. Van de negentien miljoen gulden is pakweg een miljoen beschikbaar voor fundamenteel-wetenschappelijk onderzoek. We doen nu investeringen voor straks. De kant die we met onze strategische research opgaan, wordt in samenspraak met het ministerie van LNV vastgesteld. Logisch, want het ministerie is en blijft Rikilt's grootste klant

Re:ageer