Wetenschap - 14 september 1995

Rietjens

Rietjens

Het gerenommeerde blad Nature bracht twee weken terug twee publikaties van twee verschillende groepen over de opheldering van de genetische basis van het enzym cytochroom c. Dat is wel erg toevallig?

Nee hoor, dat verbaast me niets. Er is veel belangstelling voor de ijzerhoudende Haem-eiwitten. Het blijkt gewoon een heel veelbelovend veld om wetenschappelijk iets aan te doen. En bovendien is er momenteel heel veel belangstelling voor het ophelderen van sequenties, de basenvolgorden in DNA. Wij zijn op het lab ook bezig met het klonen van cytochroom c.

Het blijkt dat uit cytochroom c gemaakte mini-enzymen, net als cytochromen P450, tal van xenobiotica kunnen afbreken; dat is dus interessant. Zo'n enzym kan wel 300.000 verschillende stoffen aanpakken en dat maakt het een heel potente katalysator.

In Europees verband is er heel veel belangstelling voor de elektronenoverdracht en - verdeling binnen de enzymen. Ik coordineer voor ons lab een EG-aanvraag namens acht Europese laboratoria. Het is inmiddels wel zo dat je alleen aan het front kunt meedoen als je internationaal samenwerkt. Het directe werk doen we natuurlijk in Wageningen, maar het is ondoenlijk om alle verschillende technieken en benaderingen zelf in huis te hebben. Als je samenwerkt, weet je wat er overal gebeurt en gebruik je de expertise van anderen beter. Zo stuur ik bijvoorbeeld, met EG-subsidie, een student naar Florence om een bepaald enzym te zuiveren. De methode werkt daar heel goed en na twee weken komt de student met een potje terug. Dan ga ik toch niet twee maanden besteden om alles zelf op te zetten.

Natuurlijk zijn er modes in de wetenschap. Nu zijn dat de kristalstructuren van enzymen en de genetische sequenties en ligt het chemische werk wat meer op de achtergrond. Het gevolg kan zijn dat men er over een paar jaar achter komt dat zo'n kristalstructuur niets zegt over hoe het enzym werkt. Dan wordt de chemie weer belangrijker. Je loopt dan het risico dat dingen opnieuw worden uitgevonden.

Dat gebeurt nu ook al. Soms heeft een jonge onderzoeker iets ontdekt en dan komt de Amerikaanse topfiguur Vince Massey langs en zegt: Interessant, dat vonden we ook in de jaren vijftig. Maar ja, die oude literatuur is vaak niet opgeslagen in moderne databases en dus wat ontoegankelijker voor onderzoekers. Aan de andere kant vind je, dankzij nieuwe mogelijkheden en technieken, wel aanvullingen op oude onderzoeksresultaten."

Re:ageer