Wetenschap - 18 april 1996

Repeteren bij min tien

Repeteren bij min tien

Westkaai

Zaterdagavond vroeg. Een rode zon zakt naar de einder, een stille roofvogel hangt in de lucht. Een rijnaak tuft voorbij. Acteur Henk Vink rolt nog maar 'ns een sjekkie. De Wageningse toneelgroep Toteel heeft er weliswaar al een hele dag druk repeteren op zitten maar zal vanavond voor de eerste maal het binnenkort op te voeren stuk Westkaai doorlopend spelen. Locatie: steenfabriek De Bovenste Polder. Bouwlampen werpen een sfeervol licht over de zolder vol steenhopen. Het laatste daglicht schemert door de gaten in het dak. Om zeker te weten dat het op tijd donker is, is een Enkhuizer Almanak aangeschaft.

Het wordt allengs kouder. De regisseur - haar benen bedekt met een deken, geen overbodige luxe - geeft de laatste aanwijzingen. Ik wil dat jullie het netjes uitspelen. Met pit. Samenspelen, als iemand de tekst kwijt is, is iedereen daarvoor verantwoordelijk. En let wel: het is een rare plek, er kan altijd iets gebeuren. Iedereen klaar?"

De Bovenste Polder lijkt een ideale locatie voor het toneelstuk van de Fransman Bernard-Marie Koltes. Het idee voor Westkaai kreeg hij op reis. De in 1989 aan aids overleden Koltes was namelijk een reislustig mannetje. Vooral Afrika en Noord- en Zuid-Amerika deed hij regelmatig aan. Overigens vond hij Afrika eigenlijk verschrikkelijk. Er hangt een desolate sfeer van dood en verderf", zei hij eens. Met name Frans Afrika moest het ontgelden. Net terug uit het noorden van Senegal zei hij ooit in maandblad Onze Wereld: Wat er gebeurde? Helemaal niets, dat is het 'm nou juist! Die loomheid, dat totale gebrek aan bestaansinvulling, ik kreeg er de zenuwen van!"

Voor Westkaai deed hij inspiratie op in New York. Met name in de wijken The Bronx en West-Harlem, waar veel leegstaande huizen zijn en waar de politie nauwelijks meer durft te komen. Daar trof hij oude loodsen aan waarin zich naar zijn zeggen vreemde zaken afspeelden. Het stuk is dan ook oorspronkelijk gesitueerd in een verlaten havengebied. Om de toeschouwers in de stemming te brengen, vervoert Toteel hen per boot van de haven naar de voormalige fabriek. Weliswaar geen lege loods in een afbraakbuurt van een grote westerse havenstad, maar de gaten in het dak, de steenhopen en het stof zijn navenant.

Het stuk begint; de acht acteurs nemen hun positie in. Een man en een vrouw komen op. De reden van 's mans komst naar het godvergeten oord blijkt even later. Ik ben hier gekomen om dood te gaan." Meneer heeft namelijk geldelijke zorgen. In de loods blijken mensen te wonen, onder wie een heel gezin, die een aparte taal bezigen. Zo spreekt de dochter bijvoorbeeld zinnen als: Ik weet misschien niet hoe 't is omdat ik klein ben, maar 't is niet omdat ik nog heel klein ben dat jij me van alles wijs kunt maken en dat ik dat slik." De moeder schakelt op het einde van het stuk zelfs over op Spaans en vervolgens Quechua. Geluiden van buiten de steenfabriek - boot, vogel, brommer, pratende mensen - zijn ondertussen goed te horen en zorgen voor extra cachet. Al met al een niet echt lichtverteerbaar stuk. Maar wel uitermate sfeervol.

Tja, het is moeilijk te zeggen waar het stuk over gaat," beaamt regisseur Marjolein van de Peppel. Het is verhevigd realisme; mensen in extreme omstandigheden." Maar niet zo extreem dat we daar in het dagelijks leven niets van terugzien, getuige bijvoorbeeld Hoog Catharijne. Kent per slot van rekening ook Wageningen niet zijn eigen zwervers? Van de Peppel: Normaal gaan de mensen langs elkaar heen. Leeft ieder in zijn eigen wereld. Het stuk gaat dan ook niet zozeer om het verhaal maar om de omstandigheden, de plek. Die maken de mens tot wat hij is." Dat de acteurs iedere repetitie letterlijk door het stof zijn gegaan, hoort daar juist bij. Maar het blijft - eenmaal thuis afgedoucht - een kortstondige ontmoeting met de onderkant van de samenleving.

Hetzelfde geldt voor het publiek. Westkaai biedt toeschouwers de mogelijkheid van dichtbij kennis te maken met een wereld die - hopelijk - niet de hunne is. Ze kunnen dat doen vanaf een tribune en na afloop worden ze weer veilig thuisgebracht. Bovendien kunnen ze na de voorstelling een speciaal in Wageningen gebrouwen en makkelijk verteerbaar Westkaaibier consumeren.

Vanavond is er vooralsnog alleen kruidenthee. De thee helpt helaas niet tegen de kou, die langzaam van voeten richting knieen trekt. Hoe Willem Brouwer in de gedaante van Maurice Koch ruim een half uur stil kan liggen op een stapel stenen, blijft een raadsel. Al laat hij na afloop zien onder zijn overhemd enkele truien aan te hebben. De enige die goed gekleed is op de kou, lijkt Vink: overall, muts en kabeltrui.

Desalniettemin is iedereen tot op heden longontstekingvrij gebleven en dat terwijl het toch niet de minste winter is geweest. Van de Peppel: We hebben hier met min tien gezeten, dat was vreselijk. Benen, armen, alles gaat pijn doen. Maar het is een sportieve ploeg." Slechts een enkel repetitie werd dan ook voortijdig gestaakt.

Een uur en drie kwartier duurt het stuk, dat veel weg heeft van een film. Dat blijkt geen toeval. Koltes was, als hij niet op reis was, bijna dagelijks in de bioscoop te vinden. Dit in tegenstelling tot het theater, waar hij nauwelijks een voet binnenzette.

Inmiddels is het half elf geweest en min twee. Hoog tijd voor warme chocolademelk en een fikse borrel. Hopelijk treffen Toteel en publiek bij de voorstellingen warmer weer.

Epiloog: En inderdaad. Direct na deze zaterdagavond schoten de temperaturen fors omhoog. De verwachting is dat het kwik de komende dagen in de nachtelijke uren niet meer onder nul zal dalen. Doet april toch wat hij wil, dan ligt voor iedere bezoeker een dekentje klaar. Uitvoeringen op 19, 20, 21, 24, 26, 27 en 28 april.

Re:ageer