Wetenschap - 9 februari 1995

Renkema

Renkema

Engelse actievoerders wijzen priemend naar de omstandigheden van de nederlandse kalveren. De oude term kistkalveren doet weer opgeld. Daartegenover zet Produktschapvoorman Rob Tazelaar sterk economisch aangezette argumenten. Mogen deze prevaleren in de discussie?

Economische argumenten mogen natuurlijk nooit prevaleren, maar moeten in samenhang met andere worden beschouwd. Het is heel terecht dat aan het welzijn van dieren aandacht wordt besteed.

De kalvermesterij is niet alleen belangrijk voor de sector zelf, maar ook voor de melkveehouderij. In het verleden werden stierkalfjes nuchter geslacht en leverden weinig op. Het vlees was niet geschikt voor consumptie en kon wat in worst worden verwerkt. Het was natuurlijk jammer dat dat potentieel niet voldoende werd benut en nu, door de mesterij, is de kalverprijs twee keer zo hoog als anders.

Ik heb er niet aan gerekend, maar ik denk dat groepshuisvesting iets duurder zal uitpakken. Heel belangrijk daarbij is je te realiseren dat de marges gering zijn. Het gaat om een produkt met weinig toegevoegde waarde: de kalveren worden ingekocht en het voer moet worden ingekocht. De bijdrage aan de kostprijs van arbeid en gebouwen is niet meer dan tien procent. Kleine verschillen maken dan al gauw tientallen procenten van de marge uit.

Als econoom, met een iets bredere belangstelling, vind ik dat de samenleving in de vorm van de overheid randvoorwaarden met betrekking tot het welzijn, ook voor de legbatterijen, moet stellen. Als groepshuisvesting eenmaal de norm is, dan zal de markt de prijs weer reguleren. Dat moet natuurlijk in EG-verband. De opvattingen over dierenwelzijn verschillen natuurlijk binnen de Gemeenschap en dat betekent dat, in onze ogen, het beleid af en toe trager van de grond komt dan je zou willen. Heel belangrijk vind ik om een lange termijnbeleid aan te geven, zodat de ondernemers weten waar ze aan toe zijn.

Of door de geringe marges in de intensieve veehouderij de toekomst van de sector dubieus is? Ik denk het niet, want je moet niet naar het gemiddelde kijken, maar naar de verschillen tussen de ondernemingen. Bedrijven met een goede bedrijfsvoering kunnen nog steeds aardig verdienen en waar dat ontbreekt zie je problemen. Bovendien hebben gezinsbedrijven een enorme buffercapaciteit, doordat niet alle kosten ook werkelijk uitgaven zijn."

Re:ageer