Wetenschap - 20 februari 1997

Rekenmodel maakt plaats voor kwaliteitsoordeel bij PGW

Rekenmodel maakt plaats voor kwaliteitsoordeel bij PGW

Rekenmodel maakt plaats voor kwaliteitsoordeel bij PGW
Sterkte/zwakte-analyse moet twee miljoen opleveren
De bezuiniging bij de sector Plant- en gewaswetenschappen gaat een nieuwe fase in. De cijfermodellen, goed voor vijf miljoen gulden aan bezuinigingen, maken plaats voor een kwalitatieve sterke/zwakte-analyse bij de teeltvakgroepen en Bosbouw, die mogelijk de resterende twee miljoen aan bezuinigingen moeten opleveren. De nieuwe aanpak is nodig om de patstelling tussen sector, college van bestuur en universiteitsraad te doorbreken
De sector Plant- en gewaswetenschappen (PGW) heeft de afgelopen jaren een bezuiniging van ongekende omvang doorgemaakt. PGW bestaat uit de vakgroepen Agronomie, Tuinbouw, Ecologische landbouw, Theoretische produktie-ecologie, Plantenveredeling, Entomologie, Fytopathologie, Nematologie, Virologie, Plantencytologie en -morfologie, Plantenfysiologie, Plantentaxonomie en Bosbouw. De sector had in 1991 24 en een halve leerstoel. Vorig jaar waren er nog zeventien leerstoelen, die vanwege de krimp alle een bredere taakinvulling kregen. Voorts nam het aantal personeelsplaatsen in deze sector de afgelopen jaren af met 72 tot zo'n 350; een reductie van twintig procent
De bezuiniging heeft niet geleid tot lege kamers bij de vakgroepen van PGW, meldt sectormedewerker drs Wim de Leijster. Eerder is de bewegingsruimte van de assistenten in opleiding vergroot. Zaten ze vroeger met z'n zessen opeengepakt op een kamer, tegenwoordig mogen twee aio's of oio's de kamer delen
De personeelsafname vloeide voort uit het capaciteitsmodel van de universiteit, dat de afnemende belangstelling onder studenten voor de studierichtingen Landbouwplantenteelt, Tuinbouw, Plantenveredeling en Gewasbescherming in harde guldens uitdrukte. Vijf jaar geleden stond de sector daarom voor de opdracht zo'n zeven miljoen gulden in vier jaar tijd te bezuinigen
Aan die opdracht heeft de sector bijna voldaan, maar nog niet helemaal. De laatste loodjes wegen het zwaarste. Met 72 formatieplaatsen minder heeft de sector zo'n vijf miljoen gulden bezuinigd. Dat is minder dan verwacht. De kosten per personeelslid bedragen gemiddeld bijna een ton, maar in de sector PGW vielen de ontslagen onder het wetenschappelijk en ondersteunend personeel vooral in de goedkopere categorieen
Het bedrag was dan wel niet gehaald, maar er was veel personeel weg. Vandaar dat de sector vorig jaar aan de bel trok: bij verdere bezuinigingen konden de vakgroepen hun onderwijs- en onderzoekstaken niet meer volledig uitvoeren
Voortbestaan
In eerste instantie voerde het sectorbestuur onder leiding van prof. dr ir Rudy Rabbinge overleg met het college van bestuur over de ontstane situatie. Het college bleek gevoelig voor het argument dat de uitkomst van het capaciteitsmodel - de resterende twee miljoen gulden krimp realiseren - het voortbestaan van de sector in gevaar zou brengen. Het college stelde daarop de universiteitsraad voor de sector de resterende bezuiniging kwijt te schelden
De financiele commissie van de raad had daar evenwel geen oren naar, omdat het strak de hand wenste te houden aan het Masterplan van het college van bestuur. Dat voorzag in 1992 in een bezuiniging voor de LUW van tien miljoen in vier jaar tijd. Omdat de universiteit niet van het ene op het andere jaar die bezuiniging kon realiseren, stelde het college een sociaal fonds in van 25 miljoen gulden om het tijdelijke tekort op de begroting te kunnen dekken. Aan het eind van deze periode, in 1996, was de universiteit door haar financiele reserves heen en bevatte de begroting nog een tekort
Zonder strakke begrotingsdiscipline zou de universiteit in flinke financiele problemen komen, redeneerde de universiteitsraad, die voorts voorzag dat in de toekomst nog extra bezuinigingen nodig waren. Als de sector PGW weg zou komen met slechts een deel van de opgedragen bezuinigingen, zouden de andere drie sectoren met vakgroepen ook hun begrotingsdiscipline laten varen. PGW moest de bezuiniging dus kost wat kost halen. Naast deze zakelijke reden voelden de raadsleden uit de andere sectoren de bui al hangen: als PGW er twee miljoen bij kreeg, moest er elders twee miljoen af
Sinds vorig jaar vliegen er dus cijfers heen en weer tussen PGW en het bestuurscentrum. De sector rekent uit dat het capaciteitsmodel onvoldoende rekening houdt met de afspraken van de LUW met de Akademie van wetenschappen, waarin de bijdrage van PGW-vakgroepen aan twee onderzoekscholen wordt toegezegd. De raad reageert met de verdenking dat de sector stiekem toch assistenten in opleiding aanstelt, ondanks de noodzaak van een volledige vacaturestop. Bij de raad heerst verdeeldheid: kan PGW niet bezuinigen of wil de sector niet? Telkens vraagt de raad nieuwe notities en cijfers om de argwaan tegenover de sector te bevestigen dan wel te ontzenuwen
Dit culmineerde afgelopen week in een stapeltje cijfers van het college van bestuur aan de raad, om aan te tonen dat de opgevoerde cijfers van de sector en het college weliswaar uiteenlopen, maar van ander basismateriaal uitgaan. De belangrijkste verdenking van de raad - het college houdt informatie achter - lijkt daarmee van tafel. Voor het eerst sinds lange tijd vraagt de financiele commissie namelijk niet om nieuwe data, maar lijkt ze in te stemmen met het compromis van het college van bestuur: de sector moet honderd procent bezuinigen, maar het capaciteitsmodel is niet langer geschikt om de krimp per vakgroep aan te geven. Voorts wil het college delen van de sector met eigen stimuleringsgeld ondersteunen
Daarmee wordt afscheid genomen van het capaciteitsmodel, dat de bijdragen van vakgroepen aan onderzoekscholen en studierichtingen tot twee cijfers achter de komma uitrekent en daaraan bezuinigingen ontleent. De sector PGW heeft inmiddels een broertje dood aan deze systematiek, omdat een halfvolle in plaats van een volle collegezaal tot bezuinigingen leidt, terwijl de docent evenveel onderwijsuren maakt. Het alternatief is een kwalitatieve analyse, waarin het belang van het personeel voor het onderwijs en onderzoek voorop staat
Wereldtop
Het college van bestuur heeft daarom besloten om een externe commissie aan het werk te zetten die de kwaliteit van het personeel in de sector PGW gaat beoordelen. Deze aanpak is mede afgedwongen door de gewasbeschermingsvakgroepen en Plantenveredeling, die tot de wereldtop behoren op het gebied van het onderzoek en geen zin hebben nog langer goede onderzoekers de deur te wijzen, waar andere vakgroepen binnen PGW minder goede onderzoekers laten zitten. Dat vinden zij tenminste
Aangeschoten wild binnen de sector lijken nu vooral de vakgroepen Bosbouw, Tuinbouw en Ecologische landbouw. Het college van bestuur meldt, voorafgaand aan de externe commissie, dat de vakgroep Bosbouw en een aantal teeltvakgroepen dringend verbetering behoeven. Deze groepen hebben onvoldoende toonaangevende publicaties, zou uit het wetenschappelijk jaarverslag blijken. Dat de vakgroep Ecologische landbouw tot de potentiele slachtoffers behoort, moge blijken uit de brievenrubriek van het WUB, waarin hoogleraar dr Roelof Oldeman zich verweert tegen kletspraat bij de borrel en studenten minister Van Aartsen aanhalen om het belang van de ecologische landbouw te onderstrepen. De vakgroep Bosbouw kampt met het probleem dat externe kandidaten geen bereidheid vertonen om hoogleraar te worden - inmiddels zijn drie benoemingsprocedures mislukt
Met de nieuwe aanpak heeft het college ervoor gezorgd dat er niet langer over cijfers wordt gepraat, maar dat het belang en de kwaliteit van vakgebieden op de agenda verschijnt. Dat kwaliteitsaspect is nieuw voor de LUW: bij het laatste leerstoelenplan stonden de leeropdrachten en de leeftijd van de hoogleraren nog centraal, niet hun kwaliteit. Probleem is wel dat het lastig is om iemand vanwege matige kwaliteit te ontslaan, als de personeelsbeoordelingen binnen de vakgroep niet in dezelfde richting wijzen. Ook deze methode zal dus niet over rozen gaan; bezuinigen blijft een nare en lastige aangelegenheid

Re:ageer