Wetenschap - 16 november 1995

Recreatiestudie in gevaar

Recreatiestudie in gevaar

Wirwar van beleid brengt interspecialisatie in de problemen

De werkgroep Recreatie en Toerisme is geen vakgroep. De interspecialisatie Recreatie en Toerisme is geen studierichting. En juist omdat het overal tussen valt, vormen bezuinigingen, reorganisaties, Haags beleid, LUW-onderwijsbeleid en visitatiecommissies een bedreiging voor deze studiemogelijkheid. Iedereen vindt het jammer en niemand kan er wat aan doen.


Alle betrokkenen vinden de richting Recreatie en Toerisme belangrijk. En toch dreigt de enige interspecialisatie aan de LUW tussen wal en schip te vallen. Dat vrezen althans ir J.L.M. van der Voet en dr J. Lengkeek van de werkgroep Recreatie en Toerisme. Onderwijs 2000, verblokking van het onderwijs, vijfjarige studies, visitatiecommissies en vakgroepsreorganisaties lopen te weinig met elkaar in de pas om iets ingewikkelds als een interspecialisatie overeind te houden.

Sinds de laatste grote bezuinigingsoperatie aan de Landbouwuniversiteit in 1987 bestaat er een werkgroep Recreatie en Toerisme en hebben studenten de mogelijkheid om daar afstudeervakken te doen. Studenten uit de richtingen Bosbouw, Landinrichtingswetenschappen, Huishoud- en consumentwetenschappen en Economie kunnen Recreatie en Toerisme zelfs als specialisatie kiezen. De studie trekt zo'n 25 studenten per jaar.

De werkgroep heeft voor die studenten een speciale leerweg ontwikkeld waarin aspecten van alle vier de richtingen aan bod komen. Een van de weinige mogelijkheden om tussen verschillende studierichtingen iets te doen aan de LUW, vinden de werkgroepsleden Lengkeek en Van der Voet. Andere ooit eens voorgestelde interspecialisaties als integraal waterbeheer en landschapsecologie zijn nooit van de grond gekomen.

Een echte zelfstandige richting wilden de leden van de werkgroep er nooit van maken. Juist de integratie, het samenkomen van verschillende disciplines, was en is een belangrijke meerwaarde voor de richting. Met die filosofie is de werkgroep ook opgezet. Alle medewerkers werken formeel bij een vakgroep en zijn voor korte of langere tijd bij de werkgroep gedetacheerd. Achteraf is misschien de grootste fout die we hebben gemaakt, dat we er indertijd niet voor hebben gekozen een eigen richting te worden", meent Lengkeek nu.

Werven

Het feit dat Recreatie en Toerisme geen eigen richting was, bleek de eerste bottleneck voor de profilering en het aantrekken van nieuwe studenten. De werkgroep mocht niet werven voor Recreatie en Toerisme, omdat de universiteit adverteert via de zogenaamde communicatiethema's landbouw, natuur, milieu en voeding, of via studierichtingen. Tot aan de afgelopen zomer heeft deze strijd geduurd; toen lag er eindelijk een voorlichtingsboekje over de interspecialisatie met eigen studenten, een eigen programma-opzet en een eigen prognose voor de arbeidsmarkt.

Het is wrang dat het verschijnen van het boekje samenvalt met een nieuw gevaar voor de interspecialisatie. In deze periode van herstructurering op allerlei terreinen hebben de vier richtingen van waaruit studenten de interspecialisatie kunnen kiezen, ieder hun eigen problemen en tijdspaden. Daardoor wordt het voor de werkgroep schier onmogelijk om een en hetzelfde programma Recreatie en Toerisme te houden. Lengkeek en Van der Voet wijten dat aan het ontbreken van coordinatie van verschillende beleidslijnen.

Om te beginnen loopt de richting Economie wat betreft de visitatierondes voor op alle andere LUW-richtingen. In 1992 al zijn de economen bezocht en beoordeeld; volgend jaar zal dat weer gebeuren. De economen hebben hun programma dus al aangepast aan de kritiek van de eerste visitatie. Het programma is vervolgens door de vaste commissie onderwijs (vco) weliswaar afgekeurd, maar duidelijk is dat de economen in het programma meer aandacht willen voor economische en bedrijfskundige vakken. Het Recreatie en Toerisme-onderwijs zal hoogstwaarschijnlijk blijven bestaan, slechts hier en daar verbeterd en aangescherpt.

De richtingsonderwijscommissie (roc) van Landinrichtingswetenschappen heeft bij haar herprogrammering gekozen voor een nieuwe opzet. De bestaande specialisatie Recreatie en Toerisme komt te vervallen en deze onderwerpen worden door de hele studie verweven. Of het programma ook daadwerkelijk zal gaan draaien zoals het in concept nu klaar ligt, zal mede afhangen van een grote reorganisatie in deze sector, die voor 1 januari geregeld moet zijn.

Tropen

De bosbouwers hebben in hun nieuwe programma Bos- en natuurbeheer voorlopig wel gekozen voor een eigen specialisatie Recreatie en Toerisme, maar sluiten niet uit dat ook zij in de toekomst zullen kiezen voor een opleiding waarbij recreatie overal in verweven is.

Huishoud- en consumentwetenschappen is zich nog aan het bezinnen over het nieuwe programma. Duidelijk is dat daar veel op de schop gaat, onduidelijk is nog de plaats van Recreatie en Toerisme. Ik heb niet het idee dat er zoveel zal veranderen", reageert prof. dr A. Niehof van de roc Huishoud- en consumentwetenschappen. Wij zullen ons niet gaan ingraven en wat ons betreft zal er binnen onze studie ook zeker ruimte blijven voor Recreatie. Het enige probleem is nog hoe we dat zullen invullen."

En dan is er sinds kort een groeiende interesse voor recreatievakken vanuit de richtingen Tropisch landgebruik en Rurale ontwikkelingsstudies. Volgens recreatiesocioloog Lengkeek niet verwonderlijk, gezien het belang van toerisme in de tropen. Lengkeek en Van der Voet zouden graag voor die studenten een instroommogelijkheid in de interspecialisatie willen regelen.

Er loopt nog meer niet in de pas. Zowel Bos- en natuurbeheer als Landinrichtingswetenschappen hebben vijf jaar gekregen terwijl de andere twee studies vierjarig blijven. Verder staat in de nieuwste onderwijsplannen van de universiteit dat het eerste afstudeervak voortaan per se richtingsgebonden moet zijn. Een groot eerste vak Recreatie en Toerisme kan dus niet meer. In diezelfde onderwijsnota staat dat het onderwijs voortaan in blokken verzorgd moet worden. Niet alle vier de richtingen houden zich daaraan. Of ze weten inmiddels dat college van bestuur en universiteitsraad niet meer zo zwaar hechten aan de blokken en gaan op de oude voet verder. Tenslotte weten roc's en andere betrokkenen nog steeds niet wat we aan moeten met zaken als een beroepsvoorbereidend blok of afstudeertrajecten die in de onderwijsnota staan genoemd. En wat wordt bedoeld met het voorbereidend traject naar een afstudeervak terwijl het bestuur ook stelt dat de voorvereiste slec
hts beperkt mag blijven?", vraagt Van der Voet zich vertwijfeld af.

Als klap op de onzekerheidsvuurpijl valt de werkgroep Recreatie en Toerisme, zoals het er nu naar uit ziet, binnen de onderwijsinstituten Omgevingswetenschappen en Maatschappijwetenschappen. Niemand kan inschatten wat dat precies gaat betekenen, zolang niet duidelijk is wat de instituten precies gaan doen en hoe belangrijk ze worden.

Tweede leergang

Van der Voet heeft de problemen al eerder aangekaart bij het bestuur maar daar is volgens hem niets mee gebeurd. Alleen de vco heeft onlangs kritisch meegedacht en heeft een afspraak gemaakt die het mogelijk maakt om toch een eerste afstudeervak Recreatie en Toerisme te kiezen. Daarvoor is de constructie tweede leerweg bedacht. Het verplichte voortraject en het eerste afstudeervak kunnen voor de interspecialisatie-studenten met recreatievakken ingevuld worden; het tweede, kleinere afstudeervak moet wel verplicht richtingsgebonden worden ingevuld, dus bijvoorbeeld bij Bosbouw of Economie.

Om de andere problemen op te lossen, moet de werkgroep de vier richtingen op een lijn zien te krijgen. Lukt dat niet, dan moet er voor elke richting een apart studietraject komen, met alle kosten van dien. In ieder geval komt er een apart traject voor de vijfjarige en voor de vierjarige opleidingen. De vijfjarige krijgen het karakter van een ontwerpersopleiding, de vierjarige een meer sociaal-wetenschappelijke, onderzoeksmatige kleur.

Van der Voet denkt dat deze oplossingen te danken zijn aan het feit dat de interspecialisatie zichtbaar is. Ik vrees dat er in het onderwijs veel meer samenwerkingen verloren zullen gaan, bijvoorbeeld tussen docenten, vakgroepen of roc's, omdat er totaal geen coordinatie is van al het nieuwe beleid. Als elke roc zijn eigen tijdspad heeft, valt er ook niets meer samen te doen. Als onbedoeld effect van het beleid dreigt de samenhang in het onderwijs daardoor helemaal verloren te gaan. Daarmee laat de universiteit kansen liggen en bovendien kost het weer veel geld om de schade later te herstellen. Daar zit niemand op te wachten."

Re:ageer