Wetenschap - 28 mei 1998

Reacties

Reacties

Reacties
KCW logische partner
Prof. dr. Frans Dieleman, directeur van de Utrechtse onderzoekschool Nethur, is sterk voorstander van samenwerking. Nethur is een school op het gebied van stedebouw en volkshuisvesting, waarin de universiteiten van Utrecht, Maastricht, Eindhoven, Amsterdam en in de nabije toekomst Nijmegen samen onderzoek programmeren en uitvoeren. KCW is volgens Dieleman een logische partner voor samenwerking. Het is een van de grootste onderzoeksinstituten op het gebied van groene ruimte, maar met een sterk accent op landbouw. De verruiming die in het rapport wordt voorgesteld, is een logische ontwikkeling. De scheiding tussen stad en platteland is namelijk arbitrair. Ik heb het idee dat KCW de goede thema's aan het zoeken is.
Dieleman ziet veel mogelijkheden tot samenwerking met KCW, maar die moet wel overzichtelijk blijven. Het moet niet zo zijn dat onderzoekers de hele dag aan het praten, vergaderen en overleggen zijn, terwijl ze aan hun onderzoek niet toekomen. Dat gebeurt als samenwerkingsverbanden te groot worden. Inpassen van KCW binnen Nethur is volgens hem dan ook niet praktisch. KCW is al groot. Als je niet oppast, wordt het een monstrum. n
Ontwikkel strategiebeeld met Wageningse kennis
Iedereen heeft een ruimtelijke visie, maar iedereen blijft de bal naar elkaar toespelen. KCW is nu keihard nodig. Er is een enorme behoefte aan een wetenschappelijke beschouwing van de landbouw als onderdeel van het ruimtelijk gebied. Ir Peter Petrus, beleidsadviseur van de VROM-Raad, vindt daarom dat de spreekwoordelijke Wageningse deskundigheid moet worden versterkt. Het zou verkeerd zijn als KCW zich meer op algemene ruimtelijke expertise zou gaan richten.
KCW moet strategiebeelden ontwikkelen. Zo zou Wageningen uitstekend onderzoek kunnen doen naar de positie van de landbouw in Noordwest-Europa over dertig jaar en de landschappelijke gevolgen daarvan. Het ministerie van LNV durft dat niet, omdat de achterban dan gaat steigeren, maar KCW kan dat wel. Ook het schoonwaterbeleid is bij uitstek een Wagenings onderzoeksveld.
Niche in markt voor Wageningen
Er is een niche in de markt, Wageningen hoeft er alleen nog maar in te springen. Ir Dirk Sijmons van het landschapsarchitectenbureau H+N+S ziet wel mogelijkheden voor Wageningen op het gebied van groene ruimte. We zijn toe aan een verzelfstandigd planbureau voor ruimtelijke planning, vergelijkbaar met het RIVM op milieugebied. Die functie, het monitoren van ruimtelijke planning, zou uitermate goed door KCW kunnen worden vervuld.
Wageningen moet daarbij oppassen voor oneigenlijke concurrentie met het particuliere bedrijfsleven. We zien dat wel gebeuren, dat wetenschappelijke instellingen dankzij het overheidsinfuus onder de prijs gaan zitten. Hij noemt het rapport over de groene ruimte poldermodelmatig uiterst correct en ziet dit meer als logisch gevolg van de ontwikkelingen binnen KCW dan dat het getuigt van een echte visie. n
Ontwerpend vermogen moet toenemen
Als het in Wageningen niet gebeurt, waar moet het dan gebeuren?, vraagt dr ir Wim de Haas, kennismanager bij de Dienst Landelijke Gebieden van het ministerie van LNV. Een goede communicatiestrategie is volgens De Haas bepalend voor de toekomst van het delta-team. Wageningen moet leren denken in termen van strategieen en oplossingen. Dan heb je ook een reden om te integreren, omdat de ene oplossing de ander in de weg kan zitten. Het belangrijkste is dat het ontwerpend vermogen van Wageningse onderzoekers moet toenemen.
Bij elkaar gooien onderzoekers niet reeel
De denktrant lijkt: gooi een stel expertises bij elkaar, dan gaat het vanzelf beter. Dat is een mechanistische opvatting van wetenschap met weinig realiteitsgehalte. Dat stelt de Leidse milieubioloog dr Wim ter Keurs. Hij vindt ook dat de Wageningse wetenschappers nogal versnipperd opereren, maar je krijgt pas een groep wetenschappers als ze consensus hebben bereikt over hun maatschappelijke doelen en hun onderzoeksstrategieen. Zoniet, dan wordt zo'n groep een fragmentatiebom van doelen en ideeen.
Neem het Groene Hart. Je kunt zeggen: dat is treurnis, zet het maar onder water. Je kunt ook zeggen: we moeten landbouw en natuur in dat gebied combineren. Als je van tevoren geen overeenstemming hebt over je beeld van landbouw en natuur, dan komen alle deskundigen met hun eigen paradigma's aanzetten en fragmenteert het onderzoek weer.
Het gaat in het onderzoek om boosheid of bezorgdheid, je moet gegrepen worden en dan ga je het onderzoeken. Als je die bezorgdheid bij andere expertises niet voelt, dan ga je die kennis zelf ontwikkelen. Dat is heel bedreigend voor de status-quo in de wetenschap, maar belangrijker in dit verband is: je opleiding en het onderscheid in disciplines worden zo minder relevant.
Eigenwijze visie nodig
Dankzij de grondige kennis over toekomstig schaarse goederen als natuur, water en cultuur kan KCW een eigenwijze, onderscheidende visie bieden op de groene ruimte die contrasteert met die van stedelijk gerichte onderzoekscholen. Dat stelt de Amsterdamse historisch geograaf prof. dr Guus Borger. Planologen en stedebouwkundigen zien de groene ruimte als restruimte. Wat KCW kan zeggen is: wij weten wat de kwaliteiten van de groene ruimte zijn, passen jullie de verstedelijkingsplannen daar maar op aan.
Werkelijk vernieuwend kan KCW zijn met de integratie van beta-, gamma- en alfawetenschappen. Het zou de veer op de hoed van het delta-team kunnen zijn. Dat team moet niet de huls zijn die de bestaande verkokering bevestigt.
Kennis koppelen schept chaos
Samenvoeging van groene-ruimteonderzoekers is hard nodig, meent recreatiehoogleraar prof. dr Adri Dietvorst, want de inrichting van Nederland wordt steeds ingewikkelder. Bij de aanleg van een jachthaven moet je kijken naar het gedrag van de watersporters, de gevolgen voor het milieu en het visserijbelang. Je kunt steeds minder uitgaan van een beperkt aantal aspecten. De ruimte is een integratie van belangen.
Wageningen is niet zo vlot met het ontwikkelen van een integrale kijk op het landelijk gebied, beaamt Dietvorst. Het sectorale beleid voor het landelijk gebied, waarbij de landbouw centraal stond, ebt langzaam weg. Eerst kwam het milieu, de natuur en de recreatie; nu ontstaat meer belangstelling voor wonen, diensten en industrie in de groene ruimte. De vraag wordt veel breder, maar het duurt even voordat dat is doorgedrongen.
Wetenschappers hebben moeite om brede vragen te beantwoorden, merkt Dietvorst. We weten veel van ons vakgebied, maar als we verbindingen leggen met andere kennis, dan ontstaan onzekere situaties. De beta's werken met natuurkundige wetmatigheden, maar gegevens in de tijd en ruimte zijn heel lastig in een database op te slaan en de mens springt er vaak raar tussendoor. Tussen de wetten zit chaos en dat vind ik juist interessant.
Wageningers voeren een groene lobby
Als ik mensen uit Wageningen tegenkom, lijkt het telkens alsof ze een groene lobby voeren. Het landschap wordt door hen verdeeld over landbouw, recreatie en natuur, terwijl 98 procent van de claims op het landelijk gebied stedelijk of cultureel is. Prof. dr Rob van Engelsdorp Gastelaar, hoogleraar Bouwkunde aan de Universiteit van Amsterdam, vindt dat de Wageningers het landelijk gebied als hun domein beschouwen
Samenwerking met andere universiteiten, multidisciplinair onderzoek en meer nadruk op de stedelijke ontwikkelingen, zoals voorgesteld in het rapport van KCW, vindt Van Engelsdorp Gastelaar een goede zaak. Hoe verder de integratie gaat, des te beter.

Re:ageer