Wetenschap - 2 oktober 1997

Rabbinge vindt rapport-Verhoeff quick and dirty

Rabbinge vindt rapport-Verhoeff quick and dirty

Rabbinge vindt rapport-Verhoeff quick and dirty
Geen aantrekkelijke baan, maar een persoonlijke opdracht om de groene sector van de Landbouwuniversiteit overeind te houden. Zo ziet prof. dr ir Rudy Rabbinge de door het college van bestuur opgelegde taak om het departement Plantenteelt te reorganiseren. De medewerkers zien de noodzaak van een reorganisatie in, maar het wantrouwen is nog groot
Rabbinge moest het nodige uitleggen tijdens de vergadering van het departement op 29 september. Hij hield de medewerkers van het departement voor dat de hoogleraren een reorganisatie nodig vinden, maar dat dat los staat van het rapport van de commissie-Verhoeff. De reorganisatie is nodig omdat het aantal leerstoelen in het departement de afgelopen jaren drastisch is verminderd en de onderwijs- en onderzoektaken zijn veranderd. We hebben drie jaar geleden al om een reorganisatie gevraagd, aldus Rabbinge. Maar toen schrok het college van bestuur volgens hem terug voor de kosten
Het rapport van de commissie-Verhoeff wil Rabbinge niet als uitgangspunt nemen. Hij vind het rapport daarvoor te quick en te dirty. Hij hanteert liever andere evaluaties van onderwijs en onderzoek. Dat wil niet zeggen dat het rapport-Verhoeff de prullenmand in gaat, de hoogleraren hebben er kennis van genomen en Rabbinge wil het wel bij de reorganisatie betrekken
De vergadering is nog maar nauwelijks begonnen als een groep boze studenten binnenkomt. Ze overhandigen Rabbinge een brief waarin ze meer onderwijs op het gebied van de ecologische landbouw eisen, en 640 handtekeningen. De studenten vrezen dat de leerstoelgroep Ecologische landbouw wordt ingekrompen. Deze leerstoelgroep wordt in het rapport van de commissie-Verhoeff, dat volgens het college moet dienen als basis voor de reorganisatie, zwaar bekritiseerd
Niet alleen de studenten zijn kritisch, ook een aantal medewerkers laat merken Rabbinge te beschouwen als de uitvoerder van het rapport van de commissie-Verhoeff. Met name bij Ecologische Landbouw is er het nodige wantrouwen. De vergadering neemt enkele moties aan voor een zorgvuldige procedure. Moties die volgens Rabbinge overbodig zijn. In de loop van de vergadering laat de geplaagde voorzitter weten genoeg van te hebben van de houding van enkele medewerkers die hij ervaart als achterdochtig en beledigend
Vingeroefening
Mag ik aannemen dat we nu in een reorganisatie zitten?, vraagt een medewerker aan het einde van de vergadering. Die vraag wordt door Rabbinge bevestigend beantwoord. Al is de reorganisatie officieel nog niet door het college van bestuur aangevraagd. De noodzaak van een reorganisatie wordt door de medewerkers overigens niet betwist
Het verzoek van het college om voor 15 oktober met een plan te komen is volgens Rabbinge onrealistisch. Zelfs in een dictatoriale samenleving zou dat nog niet lukken. Wel denkt de hoogleraar voor die datum te komen met een voorstel voor aanpassing van de omschrijving van de leerstoelen van het departement. Dat kan snel, want volgens Rabbinge hoeft er niet zoveel te veranderen. Voor de vaststelling van de kerntaken per leerstoel, de tweede stap, zijn al wat vingeroefeningen gedaan. Daarbij werd uitgegaan van zes leerstoelen met ieder vijf universitair docenten
Hoewel Rabbinge benadrukt dat het bij deze verdeling om een eerste stap gaat, stuit de verdeling op kritiek. Waarom wordt niet uitgegaan van meer realistische aantallen, bijvoorbeeld gebaseerd op onderwijstaken? Zo'n uitgangspunt zou willekeurig zijn, betoogt Rabbinge. Een verdeling op basis van de bijdrage aan de onderzoekscholen zou immers volkomen anders uitpakken dan een verdeling op basis van onderwijstaken
Kwaliteitscriteria
Rabbinge wil bovendien af van het vermaledijde boekhoudmodel voor de verdeling van geld voor onderwijs. Dat kan tot hele rare uitkomsten leiden. Na de reorganisatie moet het departement meer samenwerken. Onderwijstaken moeten worden herverdeeld. Het is natuurlijk niet zo dat iedereen straks ieder vak mag verzorgen, maar meer flexibiliteit is gewenst.
Na de vaststelling van de taken volgt het personeelsplan en de invulling daarvan. Als het juridisch haalbaar is, wil Rabbinge alle medewerkers van het departement laten solliciteren naar de nieuw omschreven functies. Bij het onderzoek worden de medewerkers geselecteerd op dezelfde kwaliteitscriteria zoals die gelden voor deelname aan de onderzoekscholen: ze moeten gepromoveerd zijn en de afgelopen drie jaar tenminste twee publicaties in internationale gerefereerde tijdschriften hebben gehad. Slechts bij uitzondering wil Rabbinge toestaan dat medewerkers zich slechts op een van de disciplines onderwijs of onderzoek kwalificeren

Re:ageer