Wetenschap - 23 november 1995

Raad van toezicht voor LUW

Raad van toezicht voor LUW

De nieuwe bestuursopzet van minister Ritzen ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. In de bestuursopzet wordt de universiteitsraad als medebestuurder opgeheven, moet raad van toezicht het college van bestuur controleren en verdwijnen de vakgroepen. Onduidelijk is waarover de Raad van State precies adviseert; Ritzen zou zijn eerste, openbare versie inmiddels hebben aangepast, maar de gewijzigde wetstekst is geheim.

Tijdens de discussie-avond Het einde van de democratie, 20 november op Zodiac, praatten de deelnemers over het oorspronkelijke voorstel. Prof. dr ir R. Rabbinge vindt de opheffing van de universiteitsraad geen probleem. De structuur moet de strategie volgen, en niet andersom. Een universiteit heeft twee belangrijke functies: onderwijs geven en onderzoek doen. Door de bevoegdheden aan deze functies te koppelen, wordt de verantwoordelijkheid duidelijk. Dat gebeurt nu met de inrichting van onderzoeks- en onderwijsinstituten. Deze instituten kunnen de vakgroepen afrekenen op hun prestaties."

De instituten moeten de maatschappelijke vraag in de peiling houden en hun programma's daarop afstemmen, meent Rabbinge. De afgelopen jaren is het aantal opleidingen in Nederland gestegen van tachtig naar driehonderd, terwijl de werkgevers vragen om afgestudeerden met een bredere vorming. De behoefte aan konijnepaadjes in het onderwijs neemt af, maar we creeren er steeds meer."

Rabbinge moet niets hebben van de raad van toezicht, die het college van bestuur moet controleren. We kunnen alleen maar hopen dat die raad niets voorstelt." Ook zijn opponent prof. dr E.A. Huisman vond de raad van toezicht overbodig. De minister wil de zelfstandigheid van de universiteiten vergroten en stelt daarom een raad van toezicht in. De universiteiten moeten die beschouwen als een deel van henzelf. Dat is zoiets als: de ouders vinden dat hun kind zelfstandig moet gaan wonen en benoemen een voogd, die het kind moet ervaren als iets eigens."

Huisman vond wel dat er momenteel een overkill aan organisatie is aan de universiteiten. We besturen allemaal mee en hebben dan vaak ook nog twee petten op." Huisman kon best instemmen met minder bestuurders. Ze moeten gewoon goed functioneren en daar hoort bij dat er een draagvlak voor hun beleid moet zijn."

Die mening was ook collegevoorzitter dr ir M.P.M. Vos toegedaan. Als het college van bestuur de professionals niet weet te organiseren, gaat het mis met de universiteit. Dan moeten de collegeleden als eerste vertrekken. Het moet dus niet top-down worden, maar een nieuwe structuur."

Re:ageer