Wetenschap - 22 oktober 1998

Promoveren is ondankbaar werk

Promoveren is ondankbaar werk

Promoveren is ondankbaar werk
LUW levert 2500ste proefschrift af
Het 2500ste proefschrift aan de LUW werd vorige week met succes verdedigd door dr ir Carolien Ruyter-Spira. Over een tijdje staat het boek met groengouden kaft tussen de andere proefschriften in de leeszaal van het Jan Kopshuis. Veertig meter landbouwwetenschappelijke historie
De studenten in de leeszaal van het Jan Kopshuis kauwen op hun pen en staren met weemoed naar de zonovergoten bomen. Achter hun rug staat veertig meter groen linnen met goud opdruksel. Het resultaat van 78 jaar zweet en tranen van Wageningse promovendi wordt straal genegeerd
Vijfentwintighonderd. Zoveel proefschriften moeten er staan sinds dr ir Carolien Ruyter-Spira op 13 oktober haar proefschrift Analysis of the Chicken Genome met succes verdedigde. Maar het 2500ste proefschrift staat er nog niet. Het in een uniform groengoud jasje steken van een boek duurt even
Wat er wel staat, is het eerste proefschrift. De toenmalige directeur van het Boschproefstation te Batavia in Hollands Indie, dr ir H.A.J.M. Beekman, zette met Economische gevolgtrekkingen, voortvloeiende uit de analyse van den djati-opstand en van het djati-boschbedrijf op Java een trend, namelijk de bijzondere aandacht van Wageningse promovendi voor landbouwkundige problemen in den vreemde
Onlangs nog bleek uit een inventarisatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat Wageningen tussen 1988 en 1997 een derde deel van alle Nederlandse promoties leverde die betrekking hadden op ontwikkelingssamenwerking. Ongeveer een kwart van alle in die periode in Wageningen geschreven proefschriften heeft een internationale inslag
Ruilverkaveling
Ondanks het uniforme uiterlijk staat er een grote verscheidenheid aan onderwerpen in de kast. Ook geeft de verzameling proefschriften een mooi beeld van de geschiedenis van Nederland. Het proefschrift van Beekman toont bijvoorbeeld de overheersing en exploitatie van Nederlands Indie
Vooral de ontwikkeling van het Nederlandse landschap is in de veertig meter boeken goed terug te vinden. In de jaren twintig kampte men bijvoorbeeld in de net ontgonnen veenkolonien met de zogenaamde ontginningsziekte bij jonge haver. Dr ir W.S. Smith deed in 1927 een onderzoek naar het voorkomen en de oorzaken van die ziekte. In de jaren dertig was de inpoldering van de Wieringermeer aanleiding voor een promotie. Dr ir A.J. Zuur bestudeerde in 1938 de ontzilting van de bodem van deze Zuiderzeepolder. In de jaren vijftig waren veel bodemkarteringen onderwerp van proefschriften, ter voorbereiding van de grootschalige ruilverkavelingen die het Nederlandse landschap geschikt moesten maken voor een moderne landbouw
Ook in de Tweede Wereldoorlog werden proefschriften geschreven. Alleen de twee meest penibele jaren, tijdens de inval door de Duitsers in 1940 en de hongerwinter in 1944, onderbraken de stroom met dissertaties. De onderwerpen die in de oorlogsjaren aan bod kwamen, verschillen niet met die in andere tijden. Er werd onderzoek gedaan naar de invloed van licht en temperatuur op de ontwikkeling van de aardbei, het cyanophore karakter van witte klaver, de kwaliteit van de boter, mastitis-veroorzakende streptococcen en de grondslagen van het Indonesische landbouwbedrijf
Na de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal promoties exponentieel. Tot 1958 werden 250 dissertaties geproduceerd, tussen 1958 en 1985 750, en van 1985 tot 1998 werden 1500 proefschriften afgeleverd. Naast landbouwkundige onderwerpen kwam er ook aandacht voor landbouwvreemde onderwerpen als wonen, vrije tijd, het gezin en daarmee samenhangende relatieproblemen. Opvallend was in dit opzicht de literatuurstudie van dr ir C.J. Cramwinckel-Weeda (de latere prof. dr. ir. Iteke Weeda) naar communes en communebewegingen in 1976, waarin ze onder andere concludeerde dat het wonen in de commune hogere eisen stelt aan de deelnemers dan het huwelijk
Zo veelzijdig als de onderwerpskeuze is ook de manier waarop het proefschrift werd uitgegeven en vormgegeven. Degenen die het konden betalen, lieten hun proefschrift drukken en uitgeven bij een Wageningse drukker. Ook wisten sommige promovendi hun proefschrift uit te geven bij een professionele wetenschappelijke uitgever. Zo gaf de grote Engels-Amerikaanse uitgever Routledge Failure of Agrarian Capitalism van de econoom dr ir Niek Koning uit en publiceerde Wolters-Noordhoff Functions of Nature van dr ir R.S. de Groot en dr ir M.G. Wagenaar-Hummelinck
Verstoffen
Maar voor de meeste boeken geldt dat de promovendus het boekwerk zelf typte op typemachine of tekstverwerker en de getypte of geprinte pagina's vervolgens zelf kopieerde en liet inbinden. Sommige boeken staan werkelijk te verstoffen, zoals het in 1941 geschreven Wiskundige beschouwing bij eenige hoofdstukken uit de Philosophie van de Landbouwwetenschap van dr ir J.P. Sijpkens. Het stof dat uit het goedkope oorlogspapier opwaait, prikkelt de neus, de getypte tekst is op plaatsen nauwelijks meer leesbaar, en op sommige pagina's blijkt de technische onvolmaaktheid van de typemachine uit lange, ingewikkelde, met de hand geschreven formules
De studenten die in de leeszaal met weemoed naar de zonnestralen staren weten het nog niet, maar promoveren is ondankbaar werk. Weeda stelde na het afronden van haar dissertatie: Het verdient aanbeveling onderzoek te verrichten naar de functies en dysfuncties van het promoveren. Een aanwijzing voor het bestaan van een gespannen situatie vormt onder meer het verschijnsel, dat voor de voltooiing van het proefschrift menig auteur vragen van anderen ontwijkt omtrent de vorderingen van het werk, terwijl na de voltooiing van het proefschrift vele anderen vragen van de auteur ontwijken omtrent de vorderingen bij het lezen ervan.
De 2500ste promotie
Het gaat allemaal om genen
Bij landbouwhuisdieren is niet veel bekend van welke genen verantwoordelijk zijn voor economisch belangrijke kenmerken. Van de mens en de muis zijn veel meer genen in kaart gebracht. Bovendien is bekend dat mens, muis en kip vele chromosomale segmenten gemeen hebben. Hiervan maakte dr Carolien Ruyter-Spira dankbaar gebruik bij haar onderzoek, waarop zij 13 oktober als 2500ste LUW'er is gepromoveerd
Allereerst maakte Ruyter-Spira een vergelijkende genenkaart voor kip, mens en muis. Vervolgens gebruikte ze deze kaart voor het opsporen van de locatie in het genoom van twee kenmerken bij de kip: dominant wit en dwerggroei
Voor dominant wit bepaalde zij dat de locatie in een gebied zit waarvan nog niet bekend is of het overeenkomt met het gebied bij muis en mens. Bij dwerggroei gaf de onderzoeker zichzelf meer kans om het verantwoordelijke gen op te sporen. Zowel bij de muis als bij de mens zijn genen die betrokken zijn bij de regulatie van groei gelokaliseerd in een bepaalde regio. Bij de muis komt hier ook een kenmerk voor dat ervoor zorgt dat het dier misvormingen aan zijn kop krijgt. Het gen dat hiervoor verantwoordelijk is, leek dan ook een goede kandidaat voor de dwerggroei bij kippen. Helaas bleek in vervolgexperimenten dat dit niet het geval was. Hartstikke jammer, aldus Ruyter-Spira. De gen-inhoud van muis, mens en kip lijkt veel op elkaar, maar de genvolgorde kan wel verschillen. Ze geeft dan ook nog een paar andere mogelijke kandidaatgenen voor dwerggroei. Hiermee is ze echter niet meer verder gegaan. Ruyter-Spira betwijfelt ook of iemand anders ermee verder zal gaan. Er is geen financiering meer voor. Groei is wel een interessant onderwerp, maar het heeft niet onmiddellijk economisch nut.
Zelf houdt de kersverse doctor zich nu bezig met genetische resistentie van suikerbieten tegen nematoden bij het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO). Het gaat allemaal om genen, dus dan maakt het niet zoveel uit of je je bezighoudt met dieren of met planten. (LeNo)
Stellingen door de jaren heen
  • Het belang van vrouwen is zelden gediend met het opnemen van aparte stellingen of hoofdstukken over dit onderwerp. Dr ir L.O. Fresco, 1986
  • Het Lexkesveer moet blijven! Dr ir L. Stroosnijder, 1976
  • Het appelleren aan het boerenverstand dient de voornaamste pijler te zijn van (ondersteunend) statistisch onderwijs. Dr ir E.W. Brascamp, 1975
  • Dat de bal rond is, is een minder veelzeggend argument ter voorspelling van een verrassende eindscore van voetbalwedstrijden dan indien van een onregelmatig, veelvlakkig gevormd trapvoorwerp gebruik gemaakt zou worden. Dr ir L.C. Zachariasse, 1974
  • Het feit dat een paard een hoofd bezit, geeft te denken. Dr ir J.A. Renkema, 1970
  • Een verdere specialisatie van de Wageningse studie moet, voorzover het studierichtingen die op de tropen zijn afgestemd betreft, ongewenst worden geacht. Dr ir D.B.W.M. van Dusseldorp, 1967
  • Het grote verschil tussen de soldij van een dienstplichtig sergeant c.q. wachtmeester titulair en de wedde van een sergeant c.q. wachtmeester effectief is nadelig voor de gevechtskracht van de Koninklijke Landmacht. Dr ir A.W. van den Ban, 1963
  • Wiskundig-statistische vraaganalyse is een noodzakelijk onderdeel van een verantwoorde marktverkenning en dient om die reden in Nederland voor landbouwprodukten meer te worden toegepast. Dr ir M.T.G. Meulenberg, 1962
  • De nieuwe indeling van Nederland in landbouwgebieden is, evenals de oude, onbevredigend. Dr A. Vondeling, 1948
  • Op dat de cultuur in Nederland steeds meer van de resultaten van het moderne bodemonderzoek zal kunnen profiteren, is het hoogst noodzakelijk, dat een Instituut worde opgericht, hetwelk het onderzoek van bodemprofielen systematisch ter hand neemt, de resultaten in tabellen en kaarten neerlegt en deze in een archief onderbrengt, dat voor belangstellenden te raadplegen is. Dr ir P.H. Burgers, 1931
  • Het is in het belang van den landbouw, dat gebroken worde met het systeem, dat grootere bebouwde kommen hun afvalwater loozen op polderwater. Dr ir P.N. Boekel, 1929

  • Re:ageer