Wetenschap - 11 september 1996

Promovendus bepleit erkenning cultureel-regionale verschillen

Promovendus bepleit erkenning cultureel-regionale verschillen

Promovendus bepleit erkenning cultureel-regionale verschillen
Eenheidsworst van overheidsmaatregelen werkt contraproductief
De MacDonaldisering van de Nederlandse cultuur stagneert. Lokale gemeenschappen hechten nadrukkelijker aan hun eigen identiteit dan twintig jaar geleden. Dat is ook niet verwonderlijk, meent socioloog Kees Verhaar. Aan je omgeving ontleen je je identiteit. Helaas vertrouwt de overheid nog steeds op eenheidsmaatregelen voor bijvoorbeeld het stimuleren van de werkgelegenheid. In het Friese Achtkarspelen werkte het Jeugdwerkgarantieplan echter contraproductief
De meeste werkgelegenheidsmaatregelen worden uitgedokterd in Den Haag. Dat klinkt logisch; Nederland is immers een klein land met een betrekkelijk uniforme cultuur. Die gezondverstandtheorie intrigeerde de Wageningse promovendus Kees Verhaar. De geboren Brabander woonde meer dan elf jaar in Friesland, waar hij werkte voor de Fryske Akademy
Verhaar volgde een groep jongeren in het gebied Achtkarspelen in de driehoek tussen Leeuwarden, Drachten en Groningen. Hij leerde de taal en schreef zijn proefschrift in het Fries, wat voor enige commotie zorgde op de Landbouwuniversiteit, die een gekwalificeerde leescommissie moest vinden om het werk te beoordelen
Taal, zo betoogt Verhaar, is belangrijk in het dagelijks leven van mensen. De wijze van spreken, de uitspraak, de uitdrukkingen, daaraan ontlenen mensen hun identiteit
De Friese taal is belangrijk voor de identiteit van de inwoners van Friesland, zeker voor de lagere sociaal-economische klassen. Voor Verhaar was het een kwestie van respect voor de Friese cultuur dat hij zich de taal eigen maakte. Te vaak, stelt hij, is het voorgekomen dat geimporteerde bestuurders de taal reduceerden tot een toeristisch, folkloristisch item. Zo koketteerde Wiegel met Friese woorden, maar gebruikte hij in de praktijk 't Fries nooit
In Achtkarspelen leeft het Fries en de Friese cultuur. Opmerkelijk is dat Verhaar er nog sporen vond van een pre-kapitalistische arbeidsmoraal. De lagere sociaal-economische klassen waren gewend aan seizoenarbeid en dus aan tijdelijke werkloosheid. Dat was geen probleem. Ze redden zich wel. Wisten er goed mee te leven. In sociaalwerkersjargon: de zelfredzaamheid van de Achtkarspelense bevolking was traditioneel groot
Stageplaatsen
De werkloze jeugd in Achtkarspelen kreeg middels het Jeugdwerkgarantieplan Haagse kansen op banen. Onder strakke begeleiding van coordinatoren, op uitgekiende stageplaatsen, konden ze werkervaring opdoen. Met die werkervaring kunnen ze zich beter redden op de arbeidsmarkt. Want de meeste jongeren, zo blijkt uit het proefschrift, willen die arbeidsmarkt op. Ze hebben gemiddeld een traditioneel arbeidsethos. Binnen de culturele gewoonten van Achtkarspelen, dus vanuit hun eigen geschiedenis, willen ze bovendien het liefst buiten de deur werken, in de buitenlucht. Als ze daarvoor iets moeten bijleren is dat geen probleem, maar het moet wel direct toepasbaar zijn
De klassieke werkervaringsplaatsen waren vooral bij de overheid, dus aan die voorwaarde kon slechts mondjesmaat worden voldaan. Dat bevorderde de motivatie niet. En wat erger is: Verhaar constateert dat de Friese zelfredzaamheid ernstig leed onder de strakke criteria en begeleiding van het Jeugdwerkgarantieplan
De centraal gestuurde werkervaring leidde ertoe dat de coordinator bij het aflopen van de stageplaats een nieuwe plek moest zoeken. De jongeren bouwden geen eigen netwerk op van kennissen en contacten en er werd weinig aan het eigen initiatief overgelaten. Doordat geen rekening werd gehouden met de culturele achtergrond van de jongeren werkte het plan contra-productief, constateert Verhaar. De Haagse eenheidsworst van maatregelen, hoe goed bedoeld ook, ontkent de regionaal gebonden culturele verschillen in Nederland
Conciergebaantjes
Dat klinkt aardig, maar als er in een gebied weinig werk is houdt het natuurlijk op. Dat is schijn, meent de promovendus. De jongeren mochten de conciergebaantjes op scholen en in bejaardentehuizen niet langer dan een jaar vervullen, anders zou het verdringing van regulier werk optreden. Dus werd er flink met hen geschoven. De baantjes bleven echter bestaan. Noem het dan ook gewoon banen, zegt Verhaar fel. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld conducteurs: iedereen wil ze terug en dat gebeurt ook, alleen niet in een volwaardige baan
Maar die gebondenheid aan de eigen regio en de wens om buiten te werken dan? Dat werk is er niet, althans niet in de regio. Maar volgens Verhaar valt dat wel mee. Als je rekening houdt met de traditionele voorkeuren en arbeidsmoraal in een regio, kan dergelijke werkgelegenheid gericht worden aangetrokken
Hij wijst erop dat mobiliteit geen oplossing biedt. De mensen in Achtkarspelen willen best mobiel zijn. Maar dat moet beperkt blijven tot woon-werkverkeer. Velen werken in de bouw en moeten dus al veel reizen. Bovendien is het verplaatsen van laaggeschoolde arbeidskrachten over het land geen oplossing. Je hoeft in Wageningen geen Friese plantsoenarbeiders in te zetten.
Erken de regionale verschillen in arbeidsmoraal en -cultuur en stem de maatregelen daarop af, betoogt Verhaar. Ik heb zelf Internet op de pc. Maar als iedereen wereldwijd communiceert in slecht Engels, wat dan? Ontleen je daaraan je identiteit? Natuurlijk niet. Die ontleen je aan de mensen om je heen, aan hun taal en aan je wortels in de regionale cultuur. Er moet een eind komen aan de MacDonaldisering van de Nederlandse cultuur. Daarop zit niemand te wachten, dat zie je overal. In Friesland worden opera's en toneelstukken in het Fries opgevoerd. Hele gemeenschappen doen daaraan mee. Ik denk dat daar een groter cultureel besef heerst dan in de Amsterdamse grachtengordel, waar de mensen af en toe naar de opera gaan.

Re:ageer