Wetenschap - 27 maart 1997

Promoties

Promoties

Promoties
Promovendus simuleert substraatteelt
Het zoeken naar gesloten teeltsystemen in de glastuinbouw voor gewassen die nu nog in de natuurlijke grond worden geteeld, kost veel tijd, ruimte en geld. Daarom ontwikkelde ir Marius Heinen een simulatiemodel dat de waterbeweging en het stoffentransport in substraat beschrijft. Het model rekent vooraf de inrichting van nieuwe teeltsystemen door, op basis van de fysische eigenschappen van het substraat, gewasgegevens en verdampingsgegevens. Zo blijft het aantal benodigde experimenten tot een minimum beperkt
Heinen ontwikkelde het model op het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) in Haren en promoveerde op 25 maart bij prof. dr Reinder Feddes (Waterhuishouding) en prof. dr Pieter Raats (Wiskunde)
Volgens Heinen wordt bij teeltsystemen voor de glastuinbouw in de volle grond nog steeds te veel water en meststoffen gegeven, waardoor het oppervlakte- en grondwater vervuilt. Gesloten teelten, met hergebruik van drainagewater, bieden een alternatief. Voorwaarde is dat bekend is wat er dan gebeurt met het water en de voedingsstoffen in de grove substraten. Onderzoekers op proefstations kunnen met het model verschillende opties voor het substraatgebruik doorrekenen. (WRe)
Stofstormen veroorzaken regionale bodemdegradatie
Door stormen in Niger verdwijnt jaarlijks gemiddeld enkele millimeters bodem van de drie meter dikke zandgronden. Aangezien de bovenlaag de meeste nutrienten bevat, daalt door de winderosie plaatselijk de bodemvruchtbaarheid. Op de plekken waar het materiaal sedimenteert wordt de bodem verrijkt
Een bodembedekking van minstens vijftienhonderd kilo gierststengels per hectare geeft een goede bodembescherming. Boeren weten dit, maar kunnen niet over voldoende stengels beschikken om erosie te voorkomen. De biomassaproductie in de Sahel is namelijk te laag en de stengels dienen ook als veevoer. Technische hulp via landbouwprojecten lijkt enig soelaas te bieden; vooral de regeneratie van beschermende vegetatie en de aanplant van nieuwe bomen slaan aan, mits die de voedselproductie niet hinderen
Dit schrijft ir Geert Sterk in zijn proefschrift, waarop hij op 1 april promoveert bij de vakgroepen Wiskunde en Tropische cultuurtechniek. Sterk mat in Niger op een proefveld hoeveel en wat voor materiaal de wind verplaatst en verrichte modelberekeningen. Sterk constateert dat het stof vruchtbare klei- en leemdeeltjes bevat. De wind kan dit materiaal duizenden kilometers verplaatsten en daardoor regionale bodemdegradatie veroorzaken. (LVo)
Weinig rustsporen halen volgend groeiseizoen
Een pathogene schimmel die valse meeldauw veroorzaakt op erwten en tuin- en veldbonen, Peronospora viciae, vormt grote aantallen rustsporen in het blad. Deze rustsporen zorgen voor infectie van het gewas in het volgende seizoen. Minder dan zes procent van de rustsporen overleeft echter een jaar in zand- of kleigrond, minder dan twee procent leeft na 21 maanden nog. Verder treedt er geen infectie van tuinboonzaailingen op als de besmette grond meer dan anderhalve centimeter van de tuinboonzaden vandaan zit. Rustsporen moeten waarschijnlijk ook aan natuurlijke omstandigheden hebben bloot gestaan om infectueus te worden, aldus fytopatholoog dr ir Dirk Jan van der Gaag, die 24 maart promoveerde
Infectie door P. viciae veroorzaakt bij de erwtenplanten dwerggroei en dikke bladeren. Van der Gaag testte de overleving en het kiemvermogen van de rustsporen van P. viciae onder natuurlijke omstandigheden door in twee zandgronden en een kleigrond nylon zakjes te begraven, gevuld met besmette grond. Met een vitaliteitskleurstof testte hij of de rustsporen nog een actieve stofwisseling bezaten. Het percentage overlevende rustsporen nam in alle drie de gronden ongeveer even snel af
Van der Gaag bracht ook besmette grond aan op vier verschillende dieptes ten opzichte van de tuinboonzaden. Infectie trad alleen op als de tuinboonzaden in het midden van de besmette grond werden aangebracht. Tijdens de promotie concludeerde opponent dr ir Matthaijs Gerlagh van IPO-DLO uit deze resultaten dat de kans op besmetting met P. viciae mogelijk kleiner is als twee jaar achter elkaar op dezelfde grond tuinbonen worden geteeld en er dus geen jaarlijkse gewasrotatie is, zoals gebruikelijk. (MS)

Re:ageer