Wetenschap - 20 maart 1997

Promoties

Promoties

Promoties
Stikstofbinding zonder unieke genen
Een honderdtal plantsoorten, Actinorhiza geheten, groeit goed in woestijnen en op arme gronden dankzij een symbiose met stikstofbindende bacterien van het geslacht Frankia. Kennis over de interactie tussen Actinorhiza en Frankia geeft inzicht in de mogelijkheid deze eigenschap ook in belangrijke voedselgewassen te zetten. De Mozambikaanse onderzoeker ir Ana I.F. Ribeiro, die 19 maart promoveerde bij prof. dr Ab van Kammen van de vakgroep Moleculaire biologie, identificeerde een aantal genen die bij knolvorming een belangrijke rol spelen
Stikstofbindende bacterien zorgen ervoor dat de plant op de wortels kleine knolletjes maakt waarin ze kunnen groeien. Ribeiro onderzocht welke plantgenen in een vroeg stadium van de knolvorming tot expressie komen en voor die knolvorming verantwoordelijk zijn
De Mozambikaanse vond het gen ag12, dat wel in de knol maar niet in de wortels tot expressie komt. Het gen bleek te coderen voor een eiwitknippend enzym, een subtilase. Subtilases zitten in schimmels, zoogdieren, insecten, planten en aaltjes. De modelplant zandraket bleek een gen te hebben dat sterk verwant is aan dit ag12-gen
Ribeiro vond ook een aantal andere plantgenen die bij infectie een belangrijke rol spelen. Maar ook deze genen bleken niet uniek voor Actinorhiza. Ze concludeert daarom dat symbiose met stikstofbinders niet een set unieke genen vraagt, maar slechts een subtiele wijziging van het ontwikkelingsprogramma van de plant. Dit bevestigt het door de vakgroep uitgevoerde onderzoek aan vlinderbloemigen, waar ook nog geen unieke genen zijn gevonden. (MHs)
Zindelijke varkens verkleinen ammoniakemissie
Het natuurlijk gedrag van varkens kan helpen de ammoniakemissie in stallen voor gespeende biggen en vleesvarkens met vijftig procent te reduceren. De fokker moet dan de varkens stimuleren hun behoefte te doen op een gescheiden mestplaats en ervoor zorgen dat de mest relatief gemakkelijk door een roostervloer in de kelder komt. Dat stelt ir Andre Aarnink, die 21 maart promoveert bij prof. dr Bert Speelman, hoogleraar in de Agrarische bedrijfstechnologie, en prof. dr Martin Verstegen, hoogleraar Veevoeding
Aarnink, werkzaam op het DLO-Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG), maakte een nieuw hokontwerp en paste de klimatisering in de stal aan om te komen tot een belangrijke reductie in emissie. Hij maakte daarbij gebruik van het zindelijk gedrag van varkens. Omdat varkens zo ver mogelijk bij de mestplaats vandaan willen liggen, werden diepe, smalle hokken ontworpen met plaats voor twee keer zoveel dieren als gebruikelijk in de varkenshouderij. In het mestgedeelte moet de vloer zo schoon mogelijk blijven. Ammoniak ontstaat alleen als ureum in urine in contact komt met urease in mest. Door bevuiling van het hokoppervlak is urease echter praktisch overal op de vloer aanwezig. Met een zogenaamd metalen driekantrooster, met gladde smalle balkjes, blijkt het hok veel beter schoon te houden dan met de in de praktijk gebruikte betonnen roosters met tien brede balken en smalle spleten. Door het aanbrengen van noppen op het rooster ontstaat een speciale mestruimte voor de dieren, waar ze niet kunnen gaan liggen. Daardoor neemt de vervuiling van de dichte vloer in het liggedeelte af. Bovendien is er minder roosteroppervlak per varken nodig, waardoor de ammoniakemissie verder afneemt
Ook met het klimaat in de stal is het mestgedrag van de varkens te reguleren. In de praktijk gaan dieren als het warm is veelal op de roosters liggen, waardoor het hele hok bevuild raakt. Als grondbuisventilatie ervoor zorgt dat de inkomende lucht een stabiele temperatuur van 18 graden Celsius heeft, blijven de dieren liggen op het vast vloergedeelte. Volgens Aarnink is vooral in de zomer door grondbuisventilatie een extra ammoniakreductie te halen. (WRe)

Re:ageer