Wetenschap - 20 februari 1997

Promoties

Promoties

Promoties
Bodemschimmel wisselt weinig DNA uit
Zelfzuchtige genen zijn zich snel verspreidende genen die in een populatie kunnen blijven bestaan ondanks hun destructieve effect op de organismen. Vaak verspreiden ze zich niet via de celkern maar via virussen of mitochondrien. Maar dr Alex Coenen, die 12 februari promoveerde bij geneticus prof. dr Rolf Hoekstra, toonde aan dat de verspreiding van zelfzuchtige genen in de schimmel Aspergillus nidulans waarschijnlijk niet via mitochondrien verloopt
Aspergillus nidulans is een veel voorkomende bodemschimmel. Coenen onderzocht bij A. nidulans de verspreidingssnelheid van potentiele dragers van zelfzuchtige genen, namelijk mitochondrien en virussen. Het onderzoek beoogde bij te dragen aan de genetische en evolutionaire theorievorming en was niet gericht op een technische toepassing
Verspreiding van mitochondrien en virussen over schimmelgroepen hangt mede af van de mate waarin de populaties zich seksueel en aseksueel voortplanten. Seksuele voortplanting komt weinig voor bij A. nidulans, verwacht Coenen, omdat er een grote variatie is aan schimmelgroepen die onderling niet kunnen kruisen, vanwege verschillen in de zogeheten het-genen
Weinig seksuele voortplanting betekent weinig overdracht van ouderlijk mitochondriaal DNA. Coenen ontdekte ook dat alleen van de moederschimmel mitochondrien in de nakomelingen terecht komen: een zelfzuchtig gen kan zich dus niet verspreiden door of het paternale of het maternale mitochondrie een voorsprong te geven. Ook horizontale overdracht van alleen mitochondrien - zonder dat er kruising optrad - nam Coenen nauwelijks waar. (MHs)
Filter hindert smaakvorming kaas
Nederland produceert jaarlijks zo'n zeven ton kaas. Het bereidingsproces van kaas zou veel goedkoper kunnen met melk die eerst is gefiltreerd door een membraan. Omdat deze zogeheten ultragefiltreerde melk een hoge concentratie eiwitten bevat, gaan er minder eiwitten via de wei verloren. Probleem is echter, zo ontdekte dr Wilco Meijer, dat in ultragefiltreerde melk zoveel kleine eiwitjes zitten, dat deze de groei van melkzuurbacterien remmen. Meijer promoveerde 18 op februari bij zuivelkundige prof. dr ir Pieter Walstra en microbioloog prof. dr Willem de Vos
Bedrijven maken nog nauwelijks kaas uit ultragefiltreerde melk. De kwaliteit, waaronder de smaak, is namelijk niet voldoende. Smaak wordt bepaald door de afbraakproducten van melkzuurbacterien. Deze groeien in de melk door eiwitten af te breken in kleinere eiwitten en aminozuren. Op het zuivelkundig instituut Nizo in Ede vergeleek Meijer het gedrag van melkzuurbacterien in ultragefiltreerde melk met dat in standaardmelk
De promovendus toonde aan dat de aanmaak van bepaalde eiwitafbrekende enzymen sterk afhangt van het eiwitgehalte in het medium waarin de melkzuurbacterie groeit. Speciaal kleine eiwitten in het medium belemmeren de eiwitafbraak. Omdat de gefiltreerde melk veel van deze eiwitjes bevat, verklaart dit de slechtere groei van melkzuurbacterien en dus ook de slechtere kwaliteit kaas
De geringe eiwitafbraak beinvloedt ook het openbreken van de melkzuurbacterien negatief, ontdekte Meijer, terwijl dit openbreken juist belangrijk is voor het vrijkomen van de afbraakproducten die de smaak bepalen. Hoe de bacterie precies de eiwitafbraak afstemt op haar omgeving, is nog onbekend. (MHs)
Virussen met zichzelf te bestrijden
Het tomatenbronsvlekkenvirus is te bestrijden door delen van het virusgenoom in gewassen in te bouwen. Dit concludeert Marcel Prins, die 21 februari promoveert bij prof. dr. Rob Goldbach van de vakgroep Virologie
Het tomatenbronsvlekkenvirus is een lastig virus voor een aantal land- en tuinbouwgewassen. Het wordt overgebracht door de thrips Frankinella occidentalis. Bestrijding van dit insect wordt steeds moeilijker doordat thripsen resistenter worden tegen chemische middelen. En de klassieke veredeling van gewassen biedt maar ten dele soelaas. Prins onderzocht of biotechnologische technieken uitkomst bieden
Hij bouwde delen van het virusgenoom in de tabaksplant en keek of vermenigvuldiging van nieuw binnenkomende virussen geremd werd. Dit bleek het geval. De stukjes virus die in de plant worden aangemaakt blijken het immuunsysteem van de gehele plant te activeren. Echte binnendringende virussen worden daardoor onmiddellijk afgebroken
Prins ontdekte dat niet alle delen van het virusgenoom geschikt zijn voor het activeren van het immuunsysteem. Alleen de delen die coderen voor het manteleiwit van het virus en het transport naar andere cellen kunnen dit proces in gang zetten. De genen hoeven niet compleet te zijn en te leiden tot de aanmaak van een mantel- of transporteiwit. De tussenproducten zijn al effectief. Prins ontdekte tevens dat op deze manier de plant tegen meerdere virussoorten tegelijk resistent is te maken. (ASm)

Re:ageer