Wetenschap - 13 februari 1997

Promoties

Promoties

Promoties
Melige Irene heeft steviger celwand dan harde Nicola
Sommige aardappelrassen zijn na het koken zacht en melig, andere blijven wat harder. Melige rassen hebben een steviger en dikkere celwand dan vaste rassen, concludeert dr N. van Marle, die 5 februari promoveerde bij levensmiddelenchemicus dr ir A.G.J. Voragen
Aardappelrassen hebben na het koken een textuur die voor rassen verschillend kan uitpakken. Consumenten en de verwerkende industrie kunnen ze hierop uitkiezen: vaste aardappelen zijn geschikt voor koude salades, van meliger aardappelen is beter puree te maken. Wanneer meer bekend is over de oorzaken van meligheid, kan de verwerkende industrie haar produktieproces aanpassen en bijvoorbeeld toch puree maken van een vast ras
Van Marle, die het onderzoek uitvoerde op het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO), liet een getraind smaakpanel tien gekookte consumptie-aardappelrassen keuren op textuur. Het panel onderscheidde de melige en vaste rassen. De promovendus vergeleek vervolgens de fysische en chemische eigenschappen van het vaste ras Nicola en het melige ras Irene
Uit experimenten leidde ze af dat de pectine-matrix in de celwand van het ras Irene dikker is, of dat deze een dichtere structuur heeft dan de pectine-matrix van het ras Nicola. Het bleek bijvoorbeeld dat na koken Irene meer celwandmateriaal per eenheid celoppervlak bevat dan Nicola. Daarnaast was het pectine bij Irene meer vertakt. De rassen verschillen ook in het transport van ionen uit het celwandmateriaal. Irene verliest minder snel citraat aan het kookwater dan Nicola. (MHs)
Snelle luchtverversing biedt beter inzicht in vochtverdamping bomen
De Egyptische Msc-student R.M.M. El-Kilani is erin geslaagd een simulatiemodel te maken van luchtstromingen in bossen en velden met gewassen. Hierdoor kan de groei van planten en bomen beter worden gesimuleerd. Vooral in irrigatie- en bosbouwprojecten is dit van groot belang. El-Kilani promoveert op 19 februari bij prof. dr ir L. Wartena van de vakgroep Meteorologie en prof. dr ir J. Goudriaan van de vakgroep Theoretische Produktie-ecologie
De huidige modellen voor luchtstromen door bossen en gewassen voldoen niet. Ze gaan ervan uit dat warme lucht altijd van warm naar koud stroomt of dat hoge concentraties van stoffen altijd in de richting van lage concentraties stromen. Tien jaar geleden werd echter duidelijk dat in bossen of gewasvelden elke paar minuten gedurende enige seconden een geheel andere luchtstroom domineert. In die tijd wordt zeventig tot tachtig procent van de lucht in het bos ververst en dat maakt nogal wat uit voor de groei van de plant
Dit verschijnsel kon tien jaar geleden nog niet in simulatiemodellen worden verwerkt. El-Kilani is daar nu wel in geslaagd. Het computermodel beschrijft hoe zonnewarmte door de bodem en het loof van bomen en planten wordt opgenomen en weer wordt afgegeven aan de omgeving, zoals de luchtlaag boven het bladerdak van het bos of de gewassen. Het berekent iedere zestien seconden de temperatuur, vochtigheid, instraling en andere parameters. Op die manier zijn luchtstromen in het bos en in velden met gewassen, en dus de vochtverdamping van bomen en planten, tot ruim een week te simuleren. (ASm)

Re:ageer