Wetenschap - 3 juli 1997

Promoties

Promoties

Promoties
Suikerbiet resistent door chromosoom-overdracht
Suikerbieten (Beta vulgaris) worden belaagd door ziekten en plagen, zoals het bietencystenaaltje en rhizomanie. Het zou mooi zijn als de suikerbiet wat eigenschappen had van de wilde soort Beta procumbentes, die resistent is tegen deze ziekten. Omdat B. procumbentes slecht kruist met de suikerbiet, zoeken biotechnologen naar moleculaire technieken om resistenties uit deze wilde soort in suikerbiet te krijgen
De Iranier dr Mahmoud Mesbah bewees op het Centrum voor Plantenveredeling en Reproduktie-onderzoek (CPRO) dat het inbrengen van chromosomen en chromosoomfragmenten uit de wilde soort in de suikerbiet een belangrijke bijdrage kan leveren aan het vinden van resistentie-genen. Hij promoveerde 20 juni bij veredelaar prof. dr Evert Jacobsen
Suikerbieten hebben gewoonlijk achttien chromosomen. Wanneer de overdracht van chromosoomfragmenten uit de wilde soort slaagt, hebben ze er negentien. Aan de plant is dit meestal niet te zien. Gelukkig kenmerken de chromosomen van de wilde soort zich door drie bekende stukjes DNA. Mesbah bepaalde via detectie van deze merkers dat de overdracht van de chromosomen bij 1700 van de twaalfduizend suikerbietplanten was geslaagd
Deze bieten onderzocht Mesbah op resistentie tegen een aantal ziektes. Genen voor volledige resistentie tegen het bietencystenaaltje lokaliseerde hij op een enkel chromosoom. De genen voor resistentie tegen bladvlekkenziekte bleken op meerdere chromosomen te liggen. (MHs)
Inzet insectenparasitaire nematoden te verbeteren
Het bestrijdingssucces van de Taxuskever in de boomteelt is te verbeteren door het optimaliseren van het percentage infectieuze nematoden. Dat is een slimmere weg dan het genetisch selecteren van de nematoden. Dat stelt dr Paula Westerman in haar proefschrift Biological control of Otiorhynchus sulcatus by insect parasitic nematodes Heterorohabditis at low temperatures, waarop zij 25 juni promoveerde
De taxuskever is een belangrijke plaag in de sier- en boomteelt gewassen. De kever kan bestreden worden door hem te infecteren met nematoden die bacterien bij zich dragen. De bacterien doden uiteindelijk de larven van de kevers. Het probleem is echter dat de infectie moeilijk tot stand komt bij lage temperaturen
Westerman onderzocht het gedrag van en de genetische varieteit in de nematoden, met als doel de bestrijding te verbeteren bij lage temperaturen. Zij vond dat er geen genetische variatie is tussen de infectieuze en de niet-infectieuze nematoden. Wel ontdekte ze dat de belangrijkste succesfactor voor de bestrijding de productie en opslag van de nematoden is. (GDu)
Herbicide-resistente plant gevoeliger voor schade door licht
Planten die spontaan resistent zijn geworden voor het bestrijdingsmiddel triazine hebben minder beschermingsmechanismen tegen blootstelling aan hoge lichtintensiteiten. Bij langdurige blootstelling zullen deze planten zich daarom slechter handhaven en in groei en ontwikkeling achterblijven bij het wilde type. Dit blijkt uit het proefschrift van dr ir Victor Bas Curwiel, waar hij 26 juni op promoveerde bij plantenfysioloog prof. dr Wim Vredenberg
Curwiel deed zijn onderzoek met triazine-resistente en niet-resistente melganzevoet, Chenopodium album. Triazine is een bestrijdingsmiddel dat het elektronentransport tussen twee fotosynthetische eiwitten blokkeert en daarmee het hele proces van fotosynthese. In resistente planten bindt triazine niet aan de eiwitten en treedt geen blokkade van de fotosynthese op
Als Curwiel alleen naar de fotosynthese-processen keek in geisoleerde chloroplasten, was er geen verschil in gevoeligheid voor schade door hoge lichtintensiteiten, de foto-inhibitie. Uit fluorescentiemetingen aan intacte bladeren blijkt echter dat resistente planten dan wel gevoeliger zijn voor foto-inhibitie. Mogelijk verliezen chloroplasten een groot deel van hun beschermingsmechanismen als ze niet meer in een blad ingebed zitten
De resistente planten hebben een veel groter aantal antennemoleculen die licht kunnen opvangen. Deze planten hebben eigenschappen die lijken op die van schaduwplanten en kunnen daardoor overtollige lichtenergie minder goed kwijtraken via voor de plant onschadelijk mechanismen. (MS)
Leeftijd peul beinvloedt kwaliteit sojazaad
Kwaliteitsverschillen binnen een partij sojazaaizaad worden deels verklaard door de ouderdom van de peulen waarin de zaden zijn gegroeid, en de positie die deze peulen innamen aan de plant. Dit blijkt uit het proefschrift waarop dr Rosivaldo Illipronti op 26 juni promoveerde. Zaden uit oudere peulen en peulen aan de buitenkant van de plant kwamen onder ongunstige omstandigheden slechter op. Onder gunstige omstandigheden bleek de leeftijd van de peul minder belangrijk
Illipronti zocht ook naar fysieke kenmerken waarmee goede en minder goede zaden kunnen worden gescheiden. Hiervoor keek hij of kenmerken als grootte, zaadgewicht, zaadvorm en beschadigingen, invloed hadden op de opbrengst, groei en zaadkwaliteit van de planten
Het verband tussen fysieke kenmerken en kwaliteit van het zaad bleek gecompliceerd. Illipronti vond dat kleinere, lichtere zaden sneller kiemen, maar kiemplantjes uit grote zaden groeien weer sneller door. Wanneer de zaden aan kou werden blootgesteld, kwamen de kleinere lichte zaden beter op. Dit kan volgens de promovendus betekenen dat kleinere zaden onder ongunstige veldomstandigheden beter opkomen. (LKe)

Re:ageer