Wetenschap - 16 februari 1997

Promoties

Promoties

Promoties
Mager en toch smakelijk varkensvlees
Door nieuwe rekentechnieken toe te passen op de kruisingsgegevens van het Chinese Meishan-varken en Nederlandse varkens, heeft dr ir L.L.G. Janss het bestaan aangetoond van een nog niet gelokaliseerd gen dat verantwoordelijk is voor de vetvorming in spieren. De mate van intramusculaire vetvorming, een belangrijke factor voor de mals- en smakelijkheid van varkensvlees, blijkt voor een groot deel te herleiden op een hoofdgen. Vrijdag 10 januari promoveerde Janss bij prof. dr ir E.W. Brascamp, hoogleraar in de veefokkerij, op zijn proefschrift waarin een aantal interessante hoofdgenen in varkens worden geidentificeerd
Het Meishan-project, een initiatief van de vakgroep Veefokkerij en vijf Nederlandse fokkerij-instellingen, wordt mede gefinancierd door de Produktschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE). Het project is gericht op het benutten van een aantal gunstige Meishan-eigenschappen. Het ras is zeer vroeg geslachtsrijp en werpt grote aantallen biggen. In eerste instantie legden onderzoekers zich toe op het zoeken naar hoofdgenen die bepalend zijn voor deze kenmerken. In de loop van het onderzoek nam de interesse voor de vruchtbaarheid af, omdat het met verbeterde traditionele selectiemethoden mogelijk bleek de vruchtbaarheid in de Nederlandse populatie te verbeteren
Janss richtte zijn onderzoek ook op de kenmerken groei, vleeskwaliteit en intramusculaire vetaanzet. De ontdekking dat een hoofdgen de mate van intramusculaire vetvorming bepaalt en zich genetisch afhankelijk lijkt te gedragen van spekdikte, biedt perspectief op het selecteren op mager (spekdikte), maar toch smakelijk (intramusculair vet) varkensvlees. Onafhankelijk van Janss heeft onderzoeker F. Gerbens van het ID-DLO aan soortgelijk onderzoek gewerkt. Het blad Sectorinfo van het PVE meldt dat Gerbens wellicht het gen dat intramusculair vet bepaalt inmiddels heeft geidentificeerd. Het blad meldt dat naar aanleiding van het DLO-onderzoek een voorlopige octrooi is aangevraagd door participerende fokkerijorganisaties. (WRe)
Mycobacterium erfelijk te veranderen
Het bacteriele geslacht Mycobacterium wordt intensief onderzocht. Tot het geslacht behoren de ziekteverwekkers voor lepra en tuberculose, andere soorten zijn interessant omdat ze schadelijke stoffen afbreken of omdat ze geschikt zijn voor de productie van industriele stoffen. Dr J. Hermans, die 13 januari promoveerde bij industrieel microbioloog prof. dr ir J.A.M. de Bont, vond een techniek om genetisch materiaal in te brengen in Mycobacterium aurum
Mycobacterium is lastig te onderzoeken, omdat het geslacht zo'n dikke celwand heeft. Daarnaast staat het evolutionair ver af van bekende bacterien als Echerichia coli en Bacillus, waarop de gebruikelijke microbiologische technieken zijn geent. Hermans zocht naar een methode om bij Mycobacterium vreemd DNA in te brengen
Het lukte de promovendus een bacterieel DNA-molecuul uit een verwante Mycobacterium, het plasmide pAL8, via de techniek elektroporatie in M. aura te krijgen. Hiertoe stelde hij de bacterie korte tijd bloot aan een sterk elektrisch veld. Het celmembraan wordt dan tijdelijk doorlaatbaar voor macromoleculen. Door de cellen eerst te behandelen met stoffen die de celwand verzwakken, kreeg hij nog eens een hogere opbrengst van bacteriecellen met plasmide
Voor het inbrengen van soortvreemde genen is het plasmide pAL8 echter niet geschikt. Hermans vond een beter plasmide, pJRD215 geheten. Opmerkelijk is dat dit DNA-molecuul afkomstig is van een zogeheten gram-negatieve bacterie, een bacterie die evolutionair ver afstaat van Mycobacterium die gram-positief is. Desondanks komt het plasmide toch in M. aura tot expressie. Na publicatie hiervan toonden andere groepen aan dat het plasmide in nog vijf andere gram-positieve bacterien tot expressie komt. Daardoor lijkt het een interessant plasmide voor het genetisch veranderen van ook andere bacterien dan M. aura. (MHs)
Klonen karpers verfijnd
Vissen, waaronder karpers, worden veel gebruikt als proefdier in onderzoek en toxicologische experimenten. Daarnaast groeit het economisch belang van visteelt en viskweek. Dr ir A.B. J. Bongers, die 14 januari promoveerde bij ontwikkelingsbioloog prof. dr C.J.J. Richter en celbioloog prof. dr W.B. van Muiswinkel van de LUW, ervaarde dat het uitschakelen van het genetisch materiaal van sperma of eicel een waardevolle techniek kan zijn bij selectieprogramma's van karpers
Onderzoekers en viskwekers willen graag genetisch uniforme lijnen: experimenten zijn beter herhaalbaar en selectie op gewenste eigenschappen gaat sneller. Via kruisen met verwanten duurt het echter minstens twintig jaar voor er een nagenoeg uniforme lijn is. Met androgenese (alleen mannelijke overerving) en gynogenese (alleen vrouwelijke overerving) kunnen onderzoekers binnen een jaar een uniforme lijn hebben
Bongers ontwikkelde een androgenetische voortplantingstechniek. Hiervoor schakelde hij het genetisch materiaal van de eicel uit met UV-licht. Na samensmelting van de eicel en de spermacel zorgde hij met een plotselinge temperatuurverhoging voor de noodzakelijke verdubbeling van het DNA. Zo ontstaat een volledige cel die uitgroeit tot een larve. De larve is een kloon van de vader
Een probleem bij deze voortplantingstechniek is dat veel nakomelingen fenotypisch verschillen van de ouder of misvormd zijn. Visteeltkundigen wijten dit altijd aan de gevoeligheid van uniforme lijnen voor milieu-invloeden. De promovendus toonde echter aan dat de variatie het gevolg is van schade aan het embryo door de behandeling met UV. Met de door hem gemaakte uniforme lijnen bewees Bongers dat het mogelijk is karpers te selecteren op vrouwtjes met een goede eikwaliteit. (MHs)

Re:ageer