Wetenschap - 12 juni 1997

Projectonderwijs gewaardeerd maar niet in trek

Projectonderwijs gewaardeerd maar niet in trek

Projectonderwijs gewaardeerd maar niet in trek
Weinig studenten kiezen interdisciplinair afstudeervak
Onderwijskundigen en studenten zijn het erover eens; projectonderwijs is een goede, motiverende onderwijsmethode waarbij studenten veel leren. Toch zijn er maar weinig studenten te interesseren voor projectonderwijs. Ze vrezen dat het bij elkaar zoeken van een groep om samen een afstudeerproject te doen te veel moeite kost
Bosbouwer Melle Bakker deed samen met drie andere studenten onderzoek naar de gevolgen van koper- en goudwinning voor de Papoeabevolking van een gebied in het zuiden van Irian Jaya. De komst van een goud- en kopermijn zo'n dertig jaar geleden bezorgde de lokale bevolking een grote cultuurschok. De mijnbouw heeft bovendien grote gevolgen voor het leefmilieu van de bevolking. Het mijnbouwbedrijf stort grote hoeveelheden mijnafval in de vorm van fijn zand in de rivieren van het leefgebied van de Papoea's. Gevolg daarvan is een versnelde depositie in de benedenloop van de rivieren die daardoor sneller begint te meanderen. Bepaalde gebieden verdrogen door de veranderde loop van de rivieren, terwijl andere gebieden juist te veel water te verwerken krijgen. Het leefgebied van de Papoea's wordt op die manier aangetast
De Papoea's drinken het water uit de rivieren ook niet meer. Ze zeggen dat ze er ziek van worden. Het water is erg troebel door de grote hoeveelheid gruis die het mijnbouwbedrijf loost. Het mijnbouwbedrijf controleert de waterkwaliteit en zegt dat er niets aan de hand is. Bakker: In het project hebben we de veranderingen van het leefgebied van de Papoea's in kaart proberen te brengen. De Stichting Informatie en Documentatie Papoea-volken (PaVo) wil het rapport gebruiken om aandacht te vragen voor de problemen van de Papoea's.
Het is motiverend om met een onderwerp bezig te zijn waarvan het nut direct duidelijk is, vindt Bakker. Bovendien vond ik het erg leuk om in een groep samen te werken. Het kost best veel tijd om met zijn vieren een samenhangend rapport te schrijven maar je leert veel van het samenwerken. Het werken in een groep is voor mij ook effectiever dan alleen. Als ik voor mezelf werk, verschuif ik een deadline wel eens een dagje. In een projectgroep zijn anderen van jou resultaten afhankelijk en ben je gedwongen gedisciplineerder te werken. Doordat iedereen een andere invalshoek heeft, zijn we ook tot een evenwichtiger verslag gekomen dan wanneer iemand alleen dit onderzoek had gedaan.
Onderzoeksvraag
Bij projectonderwijs werken minimaal drie studenten uit verschillende disciplines samen aan een probleem. We proberen altijd studenten uit verschillende richtingen bij elkaar te krijgen, maar we zijn ook al tevreden als we studenten met duidelijk verschillende specialisaties bij elkaar hebben, zegt ir Bart Ooms, die voor de vakgroep Agrarische onderwijskunde de projectgroepen begeleidt
Een groep werkt vaak aan een onderzoeksvraag die door een maatschappelijke groepering is neergelegd bij een van de Permagoon-themagroepen, zoals de Boerengroep en de werkgroep Vrouwen in de landbouw. De stichting PaVo heeft bijvoorbeeld aan de themagroep Onderontwikkeling gevraagd of zij studenten kon zoeken voor het mijnindustrie-project
In de jaren tachtig volgden zo'n honderd studenten per jaar projectonderwijs. Nu zijn het er nog maar een stuk of vijftien. Is projectonderwijs uit de tijd? Ir Struiff Bontkes is al sinds het begin van de jaren zeventig betrokken bij projectonderwijs. Ik denk dat studenten van nu minder kritisch en eigenzinnig zijn dan tien jaar geleden. Onderzoek moest toen vooral maatschappelijke relevant zijn en projectonderwijs was dus populair. Ik denk dat projectonderwijs bij de huidige generatie studenten minder aanslaat.
Toch heeft projectonderwijs ook de huidige studenten veel te bieden. Zowel studenten als docenten zijn na afloop van een project vaak erg enthousiast, vertelt onderwijskundige Ooms. Als belangrijkste reden voor de tegenvallende studentenaantallen ziet Ooms het disciplinaire karakter van de universiteit. Studenten zijn niet gewend in een groep aan een interdisciplinair probleem te werken. Ze denken daarom niet als eerste aan projectonderwijs als ze een afstudeervak gaan plannen. Als de LUW projectonderwijs echt wil stimuleren moet ze ervoor zorgen dat er meer probleemgericht onderwijs in de programma's wordt opgenomen, zodat studenten tijdens hun studie wennen aan dergelijk onderwijs.
Hoorcollege
Volgens Ooms staat het reproduceren van kennis centraal in het onderwijs van de LUW. Dat is jammer, want kennis veroudert snel. Het is belangrijker dat je studenten leert waar ze snel kennis kunnen vinden en hoe ze ermee om moeten gaan. Bovendien blijkt uit onderzoek dat studenten de lesstof beter onthouden als ze die in verband kunnen brengen met een concreet voorbeeld. Probleemgericht onderwijs is dus een betere onderwijsvorm dan een hoorcollege waar studenten passief feiten consumeren. Ooms pleit daarom voor een rode draad van pgo-vakken in de studieprogramma's. Als studenten merken dat ze van pgo-vakken meer opsteken, zullen ze eerder aan projectonderwijs beginnen.
Niet alleen studenten doen weinig aan projectonderwijs. Ook docenten zijn niet gewend om afstudeervakken in de vorm van projectonderwijs te verzorgen. Ooms: Voor het begeleiden van een projectgroep moet een docent zich verdiepen in een thema dat vaak buiten zijn directe onderzoeksgebied ligt. Dat kost meer tijd. Het is voor een docent makkelijker om een student die een afstudeeronderwerp zoekt een onderwerp aan te bieden dat past binnen het onderzoek van de vakgroep.
Studenten kiezen vaak ook liever voor een voorgestructureerd onderwerp, denkt ir Struiff Bontkes. Hij begeleid studenten bij het formuleren van de probleemstelling van een project. Studenten hebben door de verkorte studieduur niet veel tijd meer en lopen liever niet het risico om vertraging op te lopen. Studenten denken dat projectonderwijs snel uitloopt, zegt Ooms. Het vinden van studenten die aan een project willen meewerken is ook niet altijd gemakkelijk.
Bovendien, als je medestudenten hebt gevonden is het soms moeilijk om de wensen van verschillende groepsleden te combineren. De een wil direct beginnen omdat hij snel op stage wil, een ander moet nog een afstudeervak afronden. Toch zijn de groepen die ik de laatste tijd begeleid heb redelijk op tijd klaar. Melle Bakker kan dat beamen: Wij zijn eind september begonnen een groep bij elkaar te zoeken, en in januari was ons project afgerond. Dat heeft ons wel nachtwerk gekost.
Ir Dieneke van Zwieten, coordinator van de werkgroep Vrouwen in de landbouw, heeft hoop dat de studentenaantallen voor projectonderwijs weer zullen stijgen. Nu onderwijs meer in blokken gegeven gaat worden, raken studenten misschien gewend aan pgo. Ik hoop dat er dan meer studenten te interesseren zijn voor projectonderwijs.

Re:ageer