Wetenschap - 25 april 1996

Probleemgericht onderwijs: geen vrijblijvende discussies maar hard werken

Probleemgericht onderwijs: geen vrijblijvende discussies maar hard werken

Planners vergeten wel eens dat PGO veel tijd en enthousiasme kost

Maatschappelijke vragen, groepswerk en interdisciplinariteit staan centraal in probleemgericht onderwijs, blok- en projectonderwijs. Dat betekent echter niet dat studenten kunnen volstaan met vrijblijvend discussieren.


Probleemgericht onderwijs is in het verleden te veel gezien als een vergaarbak voor alles wat een docent niet in zijn vak kwijt kon. Een docent kon studenten laten discussieren over de maatschappelijke kanten van het vakgebied. Zo kreeg probleemgericht onderwijs meer en meer het karakter van vrijblijvend discussies die nergens toe leidden." Dat stelt docent dr ir F.P. Huibers van Tropische cultuurtechniek. Afgelopen trimester verzorgde hij probleemgericht onderwijs (PGO) in de vorm van het vak Projectstudies. Blijkens een evaluatie tot grote tevredenheid van studenten. Bij Huibers geen vrijblijvende discussies maar een aantal weken hard werken aan concrete leerdoelen.

Probleemgericht onderwijs komt langzaam maar zeker weer in de belangstelling van de besturen en docenten van de LUW. Onlangs stuurde de Progressieve Studentenfractie van de universiteitsraad een nota over probleemgericht onderwijs naar het college van bestuur. De studenten menen dat deze vorm van onderwijs een nieuwe impuls nodig heeft.

Een kleine twintig jaar geleden waaide de trend over van de Rijksuniversiteit Limburg. Bij de herprogrammering van 1982 werd PGO voor elke student een verplicht onderdeel van de studie. Langzamerhand brokkelde echter bij studenten en docenten het enthousiasme voor deze onderwijsvorm af. De hoop van PGO-voorvechters dat docenten vanzelf enthousiast zouden worden door het voorbeeld van collega's, bleek ongegrond. In plaats van zich te verspreiden als een olievlek, doofde het enthousiasme langzaam uit.

Het projectonderwijs als afstudeervak, waar studenten in een breed samengestelde groep aan een maatschappelijk probleem werken, verkeert in een vergelijkbare crisis. Momenteel loopt er slechts een groep; in de beginjaren waren er soms meer dan tien groepen tegelijk bezig.

Inbedden

Een hernieuwde belangstelling voor probleemgericht onderwijs is volgens de PSF-studenten belangrijk omdat de studierichtingen allemaal bezig zijn hun programma te herzien en dus weer moeten bedenken op wat voor manier ze het PGO willen inbedden. Daarnaast speelt mee dat de studierichtingen allemaal een zogenaamd onderwijsblok moeten opnemen. Bij zo'n blok zijn, net als in PGO en projectonderwijs, meerdere disciplines betrokken en wordt op de een of andere manier gewerkt vanuit een maatschappelijk probleem.

In haar nota zet de PSF nog eens de PGO-uitgangspunten op een rijtje: het onderwijs is gericht op het analyseren en oplossen van problemen in een maatschappelijke context, op de maatschappelijke en ethische implicaties van wetenschapsbeoefening en op interdisciplinariteit. Zelf voegen de PSF-studenten toe dat de groepen niet te groot mogen zijn, dat er een inbreng van buiten de LUW moet zijn en dat PGO studenten uit meerdere richtingen bijeen moet brengen. Studenten moeten voorts het initiatief hebben in een groep, moeten samen een onderzoeksvoorstel schrijven en een gemeenschappelijk cijfers krijgen.

PSF-studente M. Kassenberg: Wij hebben gemerkt dat het huidige PGO niet goed functioneert. Het zijn vaak monodisciplinaire vakken voor een opleiding of zelfs een specialisatie. En het aspect duurzaamheid komt er meestal niet in voor."

Hoorcollege

Het is echter niet louter malaise bij het probleemgericht onderwijs. Huibers verzorgt het PGO-vak Projectstudies voor tweedejaars studenten Landgebruik, specialisatie Tropische cultuurtechniek. Voor mij is het gewoon een onderwijsvorm, net zoals een hoorcollege een vorm is. Wageningen heeft echter in de beginperiode iets verkeerd overgenomen van Maastricht: dat je in probleemgericht onderwijs iets anders zou moeten doceren dan in een gewoon hoorcollege. Volgens mij is het enige verschil dat je in een hoorcollege kennis probeert over te brengen vanuit een theoretisch kader en dat je in PGO kennis wilt overbrengen vanuit een bepaald probleem. Maar in principe is dat dezelfde kennis."

Kennisoverdracht als uitgangspunt heeft volgens Huibers ook zijn weerslag op de beoordeling. Docenten vinden beoordeling van groepswerk een heikel punt omdat er altijd studenten bij zijn die veel doen en anderen die er de kantjes van af lopen. Kennis is daarentegen makkelijk te tentamineren, vindt Huibers. Ik geef ze gewoon drie keer een essay-opdracht die meetelt. Daarmee haal je feilloos de studenten eruit die afwijken van het groepsgemiddelde."

Iemand merkte ooit op dat je bij technische studenten in het PGO-verslag vaak de meest uitgebreide verhalen zag over de maatschappelijke aspecten van het project, maar dat ze niets durfden te zeggen over de technische kanten omdat ze daar te weinig informatie over hadden. Bij de maatschappij-wetenschappelijke PGO-vakken zag je juist het omgekeerde: prachtige technische oplossingen zonder maatschappelijke context, omdat studenten daar niets over konden zeggen. Blijkbaar praten studenten in die discussies dus vooral over zaken buiten hun eigen vakgebied. Ik denk dat dat precies het probleem van het PGO illustreert."

Documenten

Het vak van Huibers is opgebouwd rond drie lopende of inmiddels afgeronde projectstudies. Studenten krijgen daar alle informatie en documenten over. Ze gaan gedurende het vak werken aan drie thema's: optimal use of land and water, instituties en gender en monitoring en evaluaties. Groepswerk wordt afgewisseld met projectpresentaties en colleges over de thema's.

Ik leg de nadruk op de cultuurtechnische kennis die studenten moeten verwerven. Daarbij kunnen ze zich niet onttrekken aan een maatschappelijke inbedding van die kennis. Ik merk dat studenten dat ook veel liever doen dan vrijblijvend discussieren zoals ze dat in andere PGO-vakken wel eens moeten doen. Dan krijg je van die reacties van studenten: Alweer zo'n discussiegroepje?"

Het huidige vak levert volgens Huibers studenten de meerwaarde dat ze zelf problemen ontdekken in de concrete projecten. Bovendien leren ze de link te leggen tussen de verschillende thema's en informatie te verzamelen uit andere bronnen dan het eeuwige dictaat met college.

De afwisseling in de studie is ook erg belangrijk. Studenten doen natuurlijk graag eens iets anders. Onderwijs moet leuk zijn, dat hebben de onderwijskundigen mij geleerd: afwisseling, spel, presentaties, plenaire discussies. En dat alles duidelijke afgebakend op het terrein van de cultuurtechniek. Studenten waarderen dat. Ik geloof niet meer zo in een studie-opzet die heel breed begint en dan langzaam specialiseert. Zeker in het begin is een duidelijke afbakening nodig. Studenten leren weinig als ze er in een discussiegroepje vooral achterkomen dat alles met alles samenhangt."

Met al zijn enthousiasme voor PGO gelooft Huibers niet in de olievlek-filosofie dat de anderen vanzelf volgen als het een paar docenten goed af gaat. De complexe onderwerp vraag namelijk een hoop flexibiliteit en inspanning. Je zult als docent voortdurend op je hoede moeten zijn en je afvragen of elk onderdeel nog wel goed aansluit bij de belevingswereld van studenten. En omdat er zoveel elementen bij PGO komen kijken, moet je je voortdurend aanpassen. Planners van de universiteit vergeten wel eens dat PGO afschuwelijk veel tijd en enthousiasme van een docent kost."

Re:ageer