Wetenschap - 14 september 1995

Poenboek wijst de weg in studiefinancierings-jungle

Poenboek wijst de weg in studiefinancierings-jungle

Ooit maakte de Delftse student Robbie Floppy Koenen furore door een info-schijf te ontwikkelen voor de studiefinanciering. Hij en zijn Delftse collega's bleken het stelsel beter te begrijpen dan de minister, de Informatiseringsbank en het automatiseringsbedrijf Volmac. De Delftse studentenvakbond heeft dus een reputatie op het gebied van de voorlichting over studiefinanciering. Het onlangs verschenen Poenboek borduurt voort op die traditie. Aangezien minister Ritzen jaarlijks het stelsel tenminste een keer aanpast, blijft er nog wel even werk voor de Delftse financiele wizz kids.


Voor de 36ste keer alweer, een eerbiedwaardige traditie dus, rolde het Poenboek van de persen. In het midden van de jaren zeventig een belangrijk middel in de strijd voor een rechtvaardig en volwaardig inkomen voor studenten; inmiddels een financiele gids voor jongeren. Het knalgele boekje verschijnt halfjaarlijks en dat is een veeg teken: plannen voor en aanpassingen van het studiefinancieringsstelsel volgen elkaar in een zodanig rap tempo op dat de samensteller, de Delftse studentenvakbond VSSD, niet kan volstaan met een eenmaal per jaar verschijnend marginaal gewijzigd gidsje.

Het financiele deel van het boekje neemt 110 van de 115 pagina's in beslag. Daarna volgen twee pagina's geschiedenis en toekomstperspectief van de studiefinanciering, alsmede een kleine twintig pagina's bijlagen. Een uitstekende index completeert het geheel.

De moderne leergierige of carrierebeluste jongere kan al lang niet meer volstaan met een eenvoudige inschrijving bij zowel de instelling als de Informatie Beheer Groep (IBG), om zich vervolgens aan het studentenleven te wijden. Er moet gerekend en overwogen worden, tabellen moeten worden nageplozen. De student of scholier kan in aanmerking komen voor de WSF18+, de TS 12-18 en de kennelijk uitstervende TS 21+. Voor student en scholier is het dagelijkse kost; voor de buitenstaander onbegrijpelijke abracadabra. Het boekje helpt meer dan uitstekend om een weg te vinden in deze jungle van afkortingen, regels en regelingen.

Al lezende krijgt de buitenstaander het gevoel dat het tijd is voor een werkelijke vereenvoudiging van het studiefinancieringsstelsel. Ware het niet dat de door de VSSD geconcipieerde handleiding het gevolg is van een nagestreefde vereenvoudiging.

Detective

Intrigerend is het hoofdstukje over de hardheidsclausule. Studenten wier ouders gescheiden zijn, weigeren te betalen en weigeren inkomensgegevens af te staan, komen in een woud van formulieren en procedures terecht. Het ergste daarbij is dat de IBG als een detective gaat optreden. Om de student toch in aanmerking te laten komen voor een renteloze rijksbijdrage gaat de IBG op zoek naar onvindbare ouders en vraagt inkomensgegevens op bij de belastingdienst.

In geval van een conflict met de ouders moet de student bij het beroep op de hardheidsclausule verklaringen overleggen van minstens twee officiele instanties: decanen, sociale dienst, de stichting Jeugd en Gezin, algemeen maatschappelijk werk, het RIAGG of de Raad voor de Kinderbescherming. Een conflict moet het gevolg zijn van verschillende opvattingen over levensovertuiging, geloof, cultuur, levensstijlen die elkaar niet verdragen of er moet sprake zijn van fysiek geweld of incest." Voor studenten die sinds hun twaalfde jaar geen contact hebben gehad met hun ouders is de regeling, zo schrijft het Poenboek geruststellend, versoepeld. Al gelden deze regelingen voor een hele kleine groep studenten, het Big Brother-gevoel wordt er niet minder om en een beursaanvrage verwordt voor de betrokkenen gauw tot een regelrechte kwelling en een verscherpte confrontatie met hun ouders.

Rechtsgelijkheid

Het boekje heeft, vergeleken met zijn uiterste gepolitiseerde kinderjaren, een afstandelijk taalgebruik. Zo merkt het Poenboek koel op dat bij studies die langer duren dan de standaard vier jaren, het recht op gemengde studiefinanciering (beurs plus lening) met hetzelfde aantal jaren wordt verlengd. Maar bij de technische studies waarvan het programma sinds september vijf jaar in beslag neemt, is deze verlenging niet van toepassing. Achteraf, dus bij het afstuderen, kan maximaal een van de geleende jaren worden omgezet in een gift. Waarom? Het valt de auteurs van het Poenboek niet te verwijten dat ze op deze vraag geen antwoord geven, maar enkele opmerkingen over de beginselen van de rechtsgelijkheid hadden niet misstaan.

Eenzelfde kwalificatie dringt zich op bij lezing van het hoofdstukje over de terugbetalingsregelingen: voor 1992 wordt de rente berekend vanaf het moment van afstuderen en vervolgens vastgelegd voor een periode van vijf jaar; na 1992 gaat de rente onmiddellijk lopen en wordt die jaarlijks bijgesteld. Bovendien bleek afstuderen in 1993 op jaarbasis ook nog eens bijna anderhalf procent gunstiger dan in 1994. Tsja.

Al met al is het Poenboek een handzame, informatieve en nuttige uitgave, die bij de buitenstaander de indruk achterlaat dat de studiefinanciering een MAF stelsel is geworden. En dat slaat niet op de Maximaal aanvullende financiering.

Poenboek, financiele gids. Vereniging voor Studie- en studentenbelangen te Delft (VSSD), ISBN 90-71301-15-x. Tien gulden.

Re:ageer