Wetenschap - 3 december 1998

Podium

Podium

Podium
University or business park?
WAU is being restructured to take account of a Dfl 28 million reduction in Ministry of
Agriculture funding. A small committee met for about six weeks to develop a business plan to implement cuts by the year 2002. The plan was presented ten days ago, and a final decision will be made by the University Board on December 15th. According to the document the plan offers a slimmer, more efficient university to meet the needs of the 21st century. Savings are made by dropping peripheral activities. But doubts remain. The plan has not been subject to any independent financial assessment to determine whether or not it offers sound value for money. More worryingly still, there has been no discussion of the overall philosophy of the plan. There are indications it only makes sense if a major shift in institutional purpose is assumed, away from a university and more towards a business school or knowledge factory
Sacked professors have been told that the decision to eliminate their activity is no reflection on teaching excellence or research quality but simply the by-product of a redefinition of the core business of the university. This is very strange. Universities world-wide define their core business in terms of quality of research and teaching! Where cuts have to be made it is the groups who offer poor teaching or sub-standard research who are first asked to leave
There is a very basic reason for this. A university is the kind of institution upon which society depends to look after its long-term interests. Universities are supposed to think about problems before they become immediate and pressing public concerns. No one can predict what tiny clouds on the horizon might one day become terrible storms, and the only known defences against being caught unprepared is commitment to absolute quality, as measured by international standards, and to scientific and intellectual plurality. That this is not the starting point for the Wageningen business plan is indicated by the strange fate of CERES
CERES is a research school focusing on long-term global issues of natural resource management. It is a cooperative venture between various Dutch universities. CERES received accreditation from the Dutch Academy of Sciences five years ago, after an international review of its objectives and capacity. The other Dutch university partners consider the Wageningen contribution to be essential. Research productivty is high. Yet there is no place in the business plan for CERES. Instead a Wageningen-based Mansholt Institute is promoted in its place. The Mansholt Institute has been presented for assessment by the Academy of Sciences on two previous occasions and rejected (currently it exists only as a slightly presumptuous but prettily enamelled blue-and-white name plate in front of one of the university's main buildings)
Why does the business plan turf out a successful, nationally and internationally recognised, research venture in favour of an unknown quantity? If the management of the university was more prepared to discuss the philosophy behind its plan it would be easier to judge whether the appeal of the Mansholt Institute is that it offers a more locally-focused and readily marketable knowledge commodity, in keeping with an expansion of Wageningen's role as an agri-business school rather than as an internationally credible university focused on global issues of food security and environmental sustainability
If the university function is weakened in a rush to restructure around currently marketable professional knowledge what implications does this have for every surviving chair to provide independent and long-term insight into environmental and technical issues of public and international concern, and to develop the minds of a rising generation of Dutch students so that they will contribute creatively to the challenge of global sustainability? Perhaps the currently more secure bio-sciences ought to pause for thought
The plan has already proposed to deal with Wageningen participation in an inter-university research school on environmental chemistry (M&T) in the same way it proposes to deal with CERES. That which the scientists decided to join together on an inter-university cooperative basis will be broken asunder and redistributed by the administration to two entities located and managed entirely within Wageningen. Such determined administrative localization makes sense if business plan really means running Wageningen like a business (branded image and all - name plate coming before the reality of a recognised research school!), but it is a dubious basis for good science, where open communication and international cooperation are key ingredients. Bio-science researchers in Wageningen, both in the university and DLO institutes, carry out much of their work in the public interest within international cooperative frameworks (e.g. important work directed at the food security of impoverished and highly unstable countries not yet fully integrated into the global market place). Looking inwards rather than outwards, and developing knowledge as a (Wageningen)-branded commodity now appears to threaten such work as surely as it threatens the work of the CERES staff to be made redundant by the plan
Surely, if changes of mission in a major public institution as far reaching as this are being planned then there should be wider public debate via media and political channels. But no time has been allowed for any such debate. This seems both unwise and undemocratic. We now call for that wider public debate to take place, and for independent assessment of the financial soundness of the proposed business plan. As a starting point we ask the university management to halt its rush to judgement on December 15th. Extending the timetable to allow greater public participation in debate over core issues can hardly undermine a plan where implementation will take place over four years. But it might make all the difference in terms of long-term effectiveness and value-for-money
Agribusiness University
In het gekrakeel over afzonderlijke leerstoelen die worden wegbezuinigd in de sector Sociale wetenschappen blijft een cruciaal manco van het reorganisatievoorstel onderbelicht: het gebrek aan een doordachte visie op de rol van de sociale wetenschappen aan een voornamelijk technologische universiteit. Impliciet zetten de plannenmakers echter wel een krachtige koers uit
Een aantal groepen in Wageningen was, ieder op hun eigen wijze, bezig om de vertaalslag van sociaal-wetenschappelijke vraagstukken naar technologieontwikkeling te bestuderen, te kritiseren, en bij te sturen. Via mijn eigen onderzoek was ik bij vier groepen betrokken: Technologie en agrarische ontwikkeling, Gender studies, Agrarisch recht niet-westers en Rurale ontwikkelingssociologie. Van deze vier leerstoelen blijft er een (samengevoegde) over; ofwel een bezuiniging in deze hoek van 75 procent
Ondanks verschillen in discipline, methodologie en visie namen die vier leerstoelen de huidige processen van modernisering van de landbouw tot hun object van studie. Zij lieten zien hoe technologieontwikkeling niet een neutraal proces is, maar wordt aangestuurd door belangen, sociale strijd, culturele context, en de dynamiek van sociale instituties. De resultaten van dergelijk onderzoek kunnen pijnlijk zijn voor technologieontwikkelaars, technocratische bestuurders, en agribusiness. Zij prefereren vrij te zijn in wat ze doen, zonder confrontatie met vervelende maatschappelijke consequenties van hun werk. De vier leerstoelgroepen beschouwden het dominante moderniseringsparadigma en de daaraan gerelateerde en ondertussen overbekende problemen in de landbouw niet als een gegeven, maar maakten ze tot onderwerp van kritische studie. Men legde zich niet a priori neer bij de door de agribusiness geformuleerde doelstellingen van landbouwontwikkeling
De nu uitgezette koers van reorganisatie is krachtig in het wegbezuinigen van serieuze wetenschappelijke aandacht voor deze vraagstukken. De koers is stuurloos als het gaat om maatschappelijke sturing van technologieontwikkeling. Ondanks allerlei lippendienst aan maatschappij, leefbaarheid, veiligheid, kwaliteit, verantwoorde verdeling van producten, het met zorg beheren et cetera, worden juist de benaderingen die onderzoeken wat dergelijk begrippen betekenen voor verschillende actoren buiten het Wageningse bestel gezet
Uit het voorstel blijkt tevens dat pleidooien voor samenwerking tussen beta- en gammawetenschappen niet meer dan een farce zijn. De groep die hiervoor speciaal was ingesteld, (inter)nationaal aanzien geniet en volop tweede- en derdegeldstroomonderzoekers weet aan te stellen is geelimineerd: de groep Technologie en agrarische ontwikkeling. De enige groep die succesvol deed waar anderen van dromen om het in de toekomst te gaan doen. Aan de technologische zijde wordt een groep bedreigd die als een van de weinige serieus heeft gewerkt aan het incorporeren van sociaal-wetenschappelijke inzichten in haar technologieonderzoek: de groep Irrigatie
In het verleden kwamen benaderingen die aansloten bij het wel en wee van maatschappelijk minder krachtige groepen nog wel eens via de universiteitsraad op de Wageningse wetenschappelijke agenda: gender studies, ontwikkelingsstudies, technologiekritiek. De huidige autocratische bestuursvorm staat dergelijke democratische bijsturing van de wetenschappelijke agenda niet toe. De nu uitgezette koers ziet de maatschappij alleen nog als een markt waar de centen (de vraag) de wetenschappelijke agenda bepalen. Men praat nu over de kennismarkt
In het verleden vond ik de marxistische opvatting dat de agribusiness (het kapitaal) uiteindelijk de inhoud van de wetenschap bepaalt nogal onzinnig, maar sinds marxistische ideeen uit de tijd zijn, lijken sommige daarvan juist werkelijkheid te worden. Wat overblijft in deze poging om kritiek op het dominante moderniseringsparadigma zoveel mogelijk te doen verstommen, is een niet-bedreigende sociale wetenschap. Het steeds meer afwijzen van een maatschappelijke sturing van de wetenschappelijke agenda wordt goedgepraat door de huidige ethiekfilosofie die een alles-moet-kunnen-pluralisme te berde brengt dat in feite verhult dat een heleboel niet mag
In de taal van de tsjakka-bestuurders is er hier sprake van een gemiste kans. Door juist te bezuinigen op het agribusiness-georienteerde deel van de universiteit had men een win-winsituatie kunnen bereiken: een beter evenwicht in de wetenschappelijke agenda waarbij ook belangen van sociale groepen die een andere agrarische modernisering voorstaan aan bod komen en een interessantere, meer uitdagende, en meer pluralistische universiteit
Student en badwater
De opkomst voor de voorlichtingsdagen is helaas opnieuw lager uitgevallen, fors lager. Dat is zeker niet alleen toe te schrijven aan de terugloop van het aantal jongeren. Het imago van de landbouw is momenteel niet wervend. Scholieren horen de laatste jaren niet anders dan over varkens- en gekkekoeienziekte, over mestoverschotten en mislukte hulpprogramma's in de derde wereld. Ook milieu is steeds minder een onderwerp waarop gescoord kan worden, zo daar al op gemikt wordt. Dus waarom zou je in Wageningen gaan kijken als andere sectoren een aantrekkelijker perspectief bieden?
De opgelegde bezuinigingen en de terugloop van het aantal studenten staan natuurlijk niet los van elkaar. Er zijn ingrijpende maatregelen nodig. Het valt te prijzen dat er in een kort tijdsbestek een ondernemingsplan op tafel ligt om te komen tot inkrimping van het onderwijs, gebaseerd op een visie op de taakstelling van de instelling. Daarmee is er gekozen voor een kleiner, compacter taakveld, gecombineerd met het streven het aantal van 3600 studenten binnen de poort te houden of te halen
Dat laatste is een goedbedoelde slag in de lucht. Is het een goed plan, een aantrekkelijk plan, een plan waarop je studenten met verschillende belangstellingen kunt aantrekken? Dat waag ik te betwijfelen
De noodzaak van bezuiniging gecombineerd met de gekozen visie leidt tot de samenvoeging van een aantal studierichtingen, het integreren van een aantal vakgebieden, of het marginaliseren of opheffen daarvan. De studierichting M30 Huishoud- en consumentenwetenschappen en het vakgebied Huishoudtechnologie staan op de lat om te verdwijnen. Als alles volgens plan verloopt blijft er slechts een specialisatie Consumentenwetenschappen over binnen een economische studierichting. Hebben de opstellers van het ondernemingsplan enig idee of hiermee de opleiding voor scholieren aantrekkelijker wordt of verwachten zij dat dit studenten gaat kosten? Ik verwacht het laatste. Ten eerste vanwege het feit dat een belangrijk deel van de huidige studentengeneratie beslist niet gekozen zou hebben voor een specialisatie M30 als afstudeerrichting van een economische studie. Ten tweede omdat M30'ers op een zeer breed terrein van de arbeidsmarkt terecht komen, daar waar een brug geslagen wordt tussen consumenten en producenten van diensten en goederen. De afnemers zijn de overheid, profit- en non-profit organisaties. De agroproductieketen is daarin een beperkte deelmarkt. De zorg- en huisvestingssector zijn vanouds belangrijke afzetmarkten, met groeipotenties
Uitgaande van de noodzaak van vermindering van het aantal studierichtingen gaat het erom dit te doen op een wijze die geen studenten kost maar juist wervend is en op geintegreerde wijze nieuwe perspectieven opent. Te denken valt aan de invoering van het consumenten- en gebruikersperspectief in verschillende studierichtingen en specialisaties (Landinrichting en landgebruik, Recreatie en toerisme, Voeding en gezondheid). Dat vraagt dan wel om bestaande deskundigheid in andere opleidingen te integreren. En om een voorlichting die eindelijk eens meer ruimte laat voor studierichtingen om zich op een aansprekende manier te presenteren, zonder zich in het agrarische keurslijf te moeten persen
Kom, ondernemende universiteit, zet de groene oogkleppen af en benut je kansen. Kijk nog eens goed waar je gaat snijden, want voor je het weet heb je de student met het badwater weggegooid. En dan kun je de hele tent sluiten
Prachtig op koers
Het ondernemingsplan Krachtig op koers is gepresenteerd. Het plan heeft enorme gevolgen voor alle onderdelen van de LUW. Voor het schrijven van dit plan claimt de werkgroep Ondernemingsplan LUW 2002 onder leiding van ir G.N. Kok (Krachtig Op Koers...) gepoogd te hebben het veld te betrekken bij de gedachtevorming (OP-KOK pagina 3). Hierbij is volgens de werkgroep orienterend overleg gevoerd met verschillende vertegenwoordigers van instanties en instanties zelf waaronder, zoals gemeld, de Wageningse Studenten Organisatie. Wij weten echter van niets! In hoeverre kunnen wij dus nu geloven dat het veld, de gehele universiteit behalve het college van bestuur, daadwerkelijk de mogelijkheid heeft gehad bij te dragen aan de gedachtevorming omtrent het OP KOK?
In het voorlopig standpunt van de raad van bestuur van Wageningen UR verzoekt hij de andere leidinggevenden van Wageningen Universiteit dringend discussie en meningsvorming binnen het eigen organisatieonderdeel te stimuleren en de resultaten hiervan door te geleiden naar de raad van bestuur. Omstreeks 15 december 1998 zal de raad van bestuur zijn voorgenomen besluit kenbaar maken.
Op een plan met een dusdanige impact voor het veld, heeft het hele veld dus in totaal net iets minder dan vier weken om te reageren! Hier zijn een aantal dingen op aan te merken
Ten eerste is het voor ons nu volstrekt onduidelijk tot wanneer er nu precies gereageerd kan worden op het plan. Als de raad van bestuur zijn standpunten wil presenteren omstreeks 15 december, voor wanneer kan er dan nog gereageerd worden? Kan omstreeks dinsdag 15 december dus ook zondag 13 (en dus een effectieve deadline vrijdag 11 december om 16.00 uur) betekenen? Of is onze raad genereus en kan omstreeks 15 december ook vrijdag 18 december betekenen? Een week verschil op een reactietijd van 3,5 week (19 november tot exact 15 december) is erg veel. En deze 3,5 week is belachelijk weinig!
Ten tweede is het natuurlijk voor onze Kezen ook lekker om in de bezinnende kerstdagen van dit plan af te zijn. Maar hoe kan de raad van het veld verlangen een gedegen reactie te schrijven in deze waanzinnig korte tijd, zonder dat het veld (lees de LUW) daarbij alle dagelijkse verplichtingen en verantwoordelijkheden naast zich laat liggen en zich stort op zijn toekomst?
Daarom eisen wij van de raad van de bestuur dat hij de reactietijd verlengt en ook duidelijkheid verschaft omtrent de einddatum waarvoor gereageerd moet zijn, zodat het veld ook daadwerkelijk de tijd heeft een gefundeerde reactie te schrijven op een plan van een organisatie die een heus democratisch orgaan zou moeten zijn!
Wij roepen de medewerkers van alle leerstoelgroepen op via de ondernemingsraad te reageren op het plan en niet passief toe te kijken
Komende vrijdag organiseert de WSO een discussie voor studenten in Zodiac van 12.45 tot 17.00 uur. We nodigen alle Wageningse studenten uit mee te discussieren
Wie zwijgt, stemt in
Namens de WSO,
Werelduniversiteit
Een onderzoek als het mijne naar de participatie van vrouwen in het irrigatiemanagement in Sri Lanka zal in de toekomst niet meer door Wageningse studenten worden uitgevoerd
Uniek Wageningen, waarin aandacht was voor technisch (irrigatiekanalen) en sociaal (participatie en gender) gaat verdwijnen. Denkt het college van bestuur echt dat Wageningen nog toekomst heeft als zoveelste technische universiteit (met twee sociale leerstoelgroepen)?
Een student culturele antropologie zou mijn onderzoek best kunnen uitvoeren misschien, maar die mist wel landbouwachtergrond, laat staan dat hij of zij een vakje irrigatie heeft gevolgd
En wat is de maatschappelijke verantwoordelijkheid van onze universiteit? Hebben we geen verantwoordelijkheid om, nadat talloze irrigatiekanalen zijn aangelegd, de watergebruikers te stimuleren deze irrigatiekanalen op de juiste manier te onderhouden?
Ik hoop dat in navolging van de studenten nu ook het personeel ongevraagd van zich laat horen voordat de definitieve beslissing gevallen is. Als dat nog zin heeft... want de vier heren (Speelman en de drie Kezen) lijken volledig achter het plan van de door hen geformeerde en ingestelde werkgroep te staan. Al voordat enige reactie werd gevraagd, laat staan een constructieve bijdrage op voorhand van bijvoorbeeld democratisch gekozen organen als de studentenraad en de ondernemingsraad. Erg vreemd dat de denkbeelden van vier mannen lijken te gaan uitmaken wat de rol en maatschappelijke verantwoordelijkheid van de universiteit over vier jaar en daarna zou moeten zijn. Denkbeelden die sterk verschillen van die van andere LUW-medewerkers en studenten
Geachte professor Veerman,
Graag zou ik u willen wijzen op twee ontbrekende argumentaties in het ondernemingsplan. Allereerst ontbreekt de argumentatie waarom Rurale ontwikkelingsstudies niet werkt aan de missie van Wageningen Universiteit en de hiervan afgeleide vier themavelden. Nu geef ik toe dat deze argumentatie ook niet te geven is, immers: Rurale ontwikkelingsstudies is bij uitstek gericht op de identificatie van (on)verantwoorde wijzen van het tot stand komen en verdelen van voldoende en hoogwaardige agrarische producten, het beheren van bodem, water en lucht, en het benutten van verschillende functies van de groene ruimte
Zoals het verleden en nog meer de toekomst ons leert en zal leren, worden deze wijzen bepaald door handelingen, normen, waarden en (andere) instituties van boeren, boerinnen, bestuurders, wetgevers en wetenschappers. Dit is een gegeven - ongeacht of de universiteit wel of niet geconfronteerd wordt met kortingen en dit denkt te moeten aangrijpen om zich vooral op technologische problemen en oplossingen te concentreren. En dat dit gegeven bepaald niet wereldvreemd is en enorme uitdagingen bevat, werd bijvoorbeeld door premier Wim Kok onderstreept in zijn toespraak bij de opening van het academisch jaar van de universiteit in 1996: Als het al zou lukken, en ik zeg met nadruk als, om voldoende voedsel te produceren, nu en in de komende decennia, dan is dat nog maar het begin van een oplossing. Hoe een rechtvaardige verdeling van de wereldvoedselvoorraad te verzekeren, dat is een minstens zo moeilijke opgave rper worden tussen verschillende categorieen van gebruikers, zoals huishoudens, industrie en landbouw.
Nu moet ik weer iets toegeven: het voorstel om de leerstoel Ontwikkelingssociologie per 2001 om te bouwen tot de integrerende leerstoel Ontwikkelingsstudies suggereert dat wel degelijk beseft wordt dat (1) het zich richten op verantwoorde productie en verdeling van voedsel en ruimte ook inzicht in belangenconflicten tussen boeren, boerinnen, bestuurders, wetgevers en wetenschappers vereist en dat (2) disciplines als sociologie en recht nodig zijn om de productie en verdeling van voedsel en ruimte te analyseren en verbeteren
Oke, maar knopen leggen met een dun touwtje (dat wil zeggen: zonder kritische massa) leidt tot een erg breekbaar en voor alle onderdelen risicovol geheel. Als u erin toestemt de (in Nederland en de wereld) unieke opleiding Rurale ontwikkelingsstudies te degraderen tot een leerstoel en de sociale wetenschappen buitenproportioneel te beknotten, dan vraag ik mij ten diepste af of u de missie van de universiteit nog steeds serieus kunt nemen, en of u het vermogen van vier (of ietsje meer) mensen om niet alleen de sociale en sociaal-wetenschappelijke dimensies van de missie inhoudelijk aan te pakken maar ook te integreren in twee opleidingen (en in overleg verder te ontwikkelen met DLO-instituten), niet flink overschat. Vandaar mijn pleidooi voor een tweede gammaopleiding Rurale ontwikkeling en beleid
Een van de vele mogelijkheden om deze opleiding samen te stellen is door de in het huidige plan nog overeind staande leerstoelen Ontwikkelingssociologie en Rurale sociologie aan te wijzen als pijlers van de opleiding, waarbij Algemene en ontwikkelingseconomie een ondersteunende leerstoel zou kunnen worden vanuit de andere gammaopleiding. Als socioloog behoor ik dit misschien niet gek te vinden en ik ontken niet graag te willen bijdragen aan de leerstoelgroep Ontwikkelingssociologie, maar toch is het te smal en onevenwichtig. (Het is toch bijvoorbeeld absurd dat beide leerstoelen Recht om niet genoemde redenen genomineerd staan om te verdwijnen?) Er zijn attractievere opties te onderscheiden
Maar eerst het volgende: in het rapport ontbreekt de onderzoekschool CERES in het overzicht (pagina 21-22) van onderzoekscholen. Sterker nog: terwijl CERES een door de KNAW erkende onderzoekschool is, worden wel twee onderzoekinstituten in het overzicht opgenomen waarvan er een (MI) voor de tweede keer zal proberen om KNAW-erkenning te krijgen. Wat en wie is CERES? CERES is een inter-universitaire onderzoekschool die hoofdzakelijk bestaat uit sociale wetenschappers (tweehonderd seniors en tweehonderd PhD's van WAU, UU, KUN, UvA, VU en ISS) die zich richten op de analyse van het (mis)management van natuurlijke en sociale hulpbronnen onder verschillende ecologische, economische en politiek-bestuurlijke condities. Het penvoerderschap berust bij de UU doch Wageningse wetenschappers hebben aan de wieg van CERES gestaan, spelen een centrale rol in bestuur en management, en coordineren het grootste werkprogramma van deze school. Uiteraard waren de opstellers van het adviesrapport van al deze zaken op de hoogte (of niet?)
Waarom dan toch is CERES niet opgenomen in het overzicht? In paragraaf 2.4.3 blijkt dat niet serieus is overwogen om CERES aan te wijzen als de (aan Wageningen gelieerde) sociaal-wetenschappelijke onderzoekschool door aan te bevelen om het Wageningse aandeel in CERES (waarvan de erkenning loopt tot en met 1999) op termijn in te brengen in MI. (Consistent is het bezuinigingsvoorstel wel: alle ontwikkelingsgerichte leerstoelen zijn niet alleen buitenlandse hoogleraren met internationale allure maar ook nog eens CERES-leerstoelen.)
Waarom is ook het tegenovergestelde niet gesuggereerd of op zijn minst voorgesteld dat MI en CERES om de tafel gaan zitten? Trouwens, voor het MI en wat volgens het advies nog over is van de sociale wetenschappen, hoop ik echt dat de KNAW-erkenning nu wel zal komen want, de werkgroep OP adviseert de raad van bestuur het universitair onderzoek in de toekomst slechts te financieren voor zover dit in een of meerdere erkende (aan Wageningen gelieerde) onderzoekscholen/instituten plaatsvindt
Als ik mijn twee hoofdpunten combineer, kom ik tot de volgende alternatieve inrichting van een gammaopleiding Rurale ontwikkeling en beleid: Ontwikkelingssociologie, Recht en rechtsantropologie, Technologie, milieu en agrarische ontwikkeling (met prof. Richards) als de drie dragende CERES-leerstoelen. Vanuit de andere gammaopleiding zou de leerstoel Algemene en ontwikkelingseconomie een bijdrage kunnen leveren. Bij elke leerstoel dient sprake te zijn van een evenwichtige combinatie van geografisch-gerichte expertise. Een dergelijke kritische massa is nog altijd lichter dan de huidige, maar misschien genoeg om de uitdagingen van Wageningen Universiteit in de komende eeuw het hoofd te kunnen bieden
In afwachting van uw reactie en met hoogachting,
Mooi en jong
Wandelend met mijn hond kwam ik via het bos op het sportterrein Zoomweg, waar een voetbalwedstrijd van de WVV Wageningen gaande was. Omdat mijn hond een erkend balliefhebber en -virtuoos is, besloten we een kijkje te nemen. Direct kreeg zij de uitbal toegespeeld en wilde blaffend deelnemen. Aangezien ik de spelregels ken, belette ik dit, waarop een medestaander opmerkte: Loatum nou, brengie wat leife in deze klautesjouw. Tegelijkertijd werd ik op de schouder getikt door Max, mijn tribunebuurman bij FC Wageningen uit de jaren zestig. In die tijd, voordat het woord hondenlul was uitgevonden, hadden prof. Den Hertog en ik een seizoenkaart. Wij waren zeer betrokken bij de FC. Behalve wanneer Ajax op De Berg speelde, dan gaven wij als Amsterdammers de voorkeur aan voetbal boven schoffelen. Max, een jonge LUW'er, Herman en ik becommentarieerden het spel vanuit onze wetenschappelijke visies. Herman ging met pensioen in de tijd dat ik op de Nederlandse leerstoel aan de University of Michigan was aangesteld, waar ik ontdekte dat American football niet veel verschilt van schoffelen. Na mijn terugkomst besloten Herman en ik niet meer naar de FC te gaan en ik verloor Max als voetbalbuddy, niet als collega, uit het oog
Na de plichtplegingen kwam het gesprek op de FC. Als er zo'n schoffelwedstrijd aan de gang was, zei Max, zaten Herman en jij over muziek te praten. Ik herinner mij nog dat jullie het eens waren over een nieuwe opname van Mahlers Lieder eines fahrenden Gesellen, maar even later totaal van mening verschilden over Haitinks opvatting over de Mattheus Passion. Zelfs het idee van een studierichting Moleculaire wetenschappen, dat Herman uit Warwick had meegebracht, is in eerste instantie op de tribune gedropt. Als er een doelpunt viel, keken jullie even op. Jammer dat de FC door slecht bestuur failliet is gegaan, want er zijn op de tribune spelenderwijs vele ideeen ontwikkeld.
Ja, zei ik. Volgens Remco Campert, in Een mooie jonge vriendin, is de moeilijkste, veel-kostbare-tijd-nemende taak van een bestuurder het vinden van toprestaurants die nog niet in de krant zijn vermeld. Na het afhandelen van de voorgekookte agenda moet er door het bestuur gegeten worden. Restaurant De Wageningse Berg hield ermee op, dus volgde de FC.
Bedoel je daarmee, vroeg Max, dat een hoogleraar die in alle mogelijke besturen gaat zitten door overmaat aan gastronomische taken wetenschappelijk de afgrond in loopt?
Ik knikte bevestigend en voegde daaraan toe: Wetenschap dient evenals een jonge mooie vrouw met overgave te worden gekoesterd.
Laten we het over positieve ontwikkelingen hebben, sprak Max. Ik heb begrepen dat door een hoogleraar op De Dreijen een bv is opgericht, onder enthousiaste steun van het WUR-bestuur, met het doel kerstbomen aan joden en moslims in het Midden-Oosten te verkopen. Het probleem was tot nu toe dat kerstbomen na enige dagen gaan uitvallen, tenzij je ze met kluit in een bak zet. Maar in de woestijn is er geen water, dus moet je iets aan de naalduitval doen als je daar kerstbomen wilt verkopen. De bv levert bij de kerstboom, naast een houten kruis en een kruisnagel, nu een spray waarmee na bespuiting de naalden blijven hangen
Om de internationale status van Wageningen te benadrukken wordt er voor de afnemers van dit totaalpakket een promotie-cd toegevoegd, waarop mannenkoor Directoires agrarische meedeiners zingt. Een videoclip kon niet worden gemaakt, omdat met de wetenschap ook de jonge mooie vrouwen uit Wageningen verdwijnen. Andere toepassingen van de spray zijn haaruitval en kaalhoofdigheid. Ook voor jou is er nog hoop, oude vriend.
Ik hou niet van deze ongein, Max, bitste ik, terwijl wij langzaam wandelend bij de padvindersboshut waren gekomen
Cees, jij begrijpt niet dat dit waar is. Waarschijnlijk omdat je reeds lang uit de wetenschap bent gezet, besef je niet hoe innovatief deze ontdekking is, preekte Max. Kijk eens rond in het bos naar de huidige smeerboel. Herfst, overal afgevallen naalden en bladeren. Alle naaldbomen hebben veel, gelukkig niet alle, naalden verloren. De bomen: eiken, beuken, berken bijna of volledig kaal. Gevolg: vieze schoenen, gladheid, geen treinen, rotting, chaos. Met andere woorden: de entropie volgens Lyklema neemt toe en dat is slecht voor het milieu. Er zijn studies aan de gang om bomen met deze spray te behandelen. Met het markt-agrarische oogmerk: de bladeren blijven hangen, dus is het zomer.
Max, hoe wil men dat uitvoeren?, lachte ik
Heel eenvoudig, grijnsde Max. Eenieder die in het kader van de bezuinigingen wordt ontslagen, wordt direct aangesteld als Apotheker-assistent. Iedere dag zullen zij bomen gaan bespuiten, moderne werkverschaffing. De jonge mooie natuur van WUR. Het WUR-bestuur opent op de hoogste verdieping van het WAC een Wageningse toprestaurant met Joop Braakhekke (what's in a name) als bijzonder hoogleraar Koken en braden, betaald door Kapitein Iglo. Het topgerecht wordt Harry Cotverts englues au Rame.
In de kantine proostten wij met een dubbele oude hartversterking
Krimpend op weg naar...?
Ik snap het niet meer: we zijn met elkaar nog nooit zo rijk geweest, maar toch moet er aan alle kanten bezuinigd worden. Zo ook aan de LUW. Het ligt ongetwijfeld deels aan de tijdgeest. De solidariteit van na de oorlog is aan het verdwijnen. We kijken te veel naar wat we niet hebben in plaats van naar wat we wel hebben, en willen dus al maar meer materiele zaken. Waar we vroege bang waren sociaal zwakkeren te kort te doen zijn we nu bang ze te veel te geven. Kortom, het gaat weer hard richting Ieder voor zich en God voor ons allen
Laatst stond er in de krant een interview met Herman Wijfels, de aanstaande voorzitter van de SER (NRC-Handelsblad, 21 november). Wijfels gaf aan dat de Nederlandse maatschappij wel ver genoeg is doorgegaan richting liberalisme, wat hij zelf overigens in de zeventiger jaren bewust heeft bevorderd, en dat het weer tijd wordt voor een verschuiving richting saamhorigheid. Dat sprak mij erg aan
Het sluit ook goed aan bij een indringend artikel in de Guardian Weekly van 15 november, onder de kop Downsizing to disaster. Het ging om een bespreking van een boek van de zeer vooraanstaande sociale wetenschapper Richard Sennett van de London School of Economics, getiteld The corrosion of character: personal consequences of work in the new capitalism. De volgende zinsneden heb ik daaraan ontleend
Flexibiliteit is het mantra van het nieuwe dynamische kapitalisme ... als je niet tegen verandering kan heb je geen toekomst
Door het moderne kapitalisme corrodeert het gevoel van vertrouwen en vertrouwd worden, als je alleen maar erg korte, oppervlakkig contacten hebt
...als consultant heeft hij geen vaste rol ... en kan hij zijn kinderen geen voorbeeld geven van loyaliteit, vertrouwen en dienstbaarheid ... kortetermijnkapitalisme tast zijn persoonlijkheid aan, met name zijn sociale eigenschappen
De American Management Association en de Wyatt Companies ... kwamen tot de conclusie dat bedrijven die meerdere malen inkrompen lagere winsten en een lagere arbeidsproductiviteit kregen ... minder dan de helft van deze bedrijven realiseerde de geplande bezuinigingen, minder dan een derde werd winstgevender, minder dan een kwart werd productiever. ... Wie werken er tenslotte nog met plezier als ze voortdurend bang zijn voor hun baan?
Ik kan nog wel even doorgaan (een kopie van beide interviews is bij mij te verkrijgen), maar doe dat maar niet. Het zou misschien door sommigen als een persoonlijke aanval gezien worden, en dat is niet de bedoeling. Wat ik nog wel kwijt wil is dat ik genoemde aantasting van je persoonlijkheid als het ergste ervaar: je wilt graag anderen helpen, maar wordt steeds meer gedwongen egocentrisch te zijn. Bij een volgende sollicitatie moet je niet kunnen zeggen Ik heb twintig collega's en studenten geholpen hun werk goed te doen, maar Ik heb twee artikelen extra geschreven
Ik red me wel, maar kan er bij de verdere reorganisatie niet wat meer rekening gehouden worden met dit soort effecten? Om een betere marktpositie en hogere productiviteit te bereiken kan er tenslotte ook geinvesteerd worden, zoals Imperial College in London gedaan heeft, in plaats van bezuinigd. Wie durft er te zeggen, ook al ontspringt het eigen groepje of politieke partij de dans, Dit gaat mij te ver; of we doen het anders, of je zoekt voor mij een ander?
Jammer
Ik blijf op Unifarm werken want ik heb het nog steeds naar mijn zin. Soms vragen ze taken die ik wil doen. Maar het gaat nu sneller als toen. Maar dan is het al gedaan. Nou wat snel, zegt Silvia, daar heb ik niet bij stil gestaan. Ook gaan er een boel van de universiteit weg en dat is wel jammer zeg

Re:ageer