Wetenschap - 23 april 1998

Podium

Podium

Podium
Koffie
Ik ben sinds begin maart 31/2 dag aan 't werk. Dit bevalt mij goed, die uren. John en Silvia hebben soms wel eens zin om met mij te praten hoe het werk gaat. De klusjes die soms moeten gebeuren mag ik niet te glimmend maken. Ook als ik aan 't werk ben, vooral 's morgens, kan ik al weer spullen voor de koffie klaarzetten. Als ik vrij ben, dan kunnen ze mij niet missen in verband met de lekkere koffie. Toch vind ik dit leuker werk als op Heimerstein
Klein verzet
De laatste tijd dalen KCW-nieuwsflitsen op ons neer die doordrenkt zijn met een positief denken van een hoog tsjakaa-gehalte. In KCW Nieuwsbrief 3 (april 1998) gaat Cees Veerman echter nog een stapje verder dan de gemiddelde jaren-negentig-positivo. Dat er praktisch geen stemmen tegen worden gehoord wijst er al op, dat we de noodzaak van KCW inzien, schrijft Veerman. Dit is natuurlijk een gevaarlijke gedachtegang. Als het gepeupel niets zegt is het beleid van de elite juist
Op zich is het niet onlogisch dat een dergelijk geluid ontstaat in het tijdperk waarin de democratie aan de universiteit is afgeschaft. Het gevaar voor de bestuurder is niet meer de universiteitsraad waarin de meest prachtige plannen konden worden afgeschoten. Het gevaar zit hem nu in het klein verzet op de werkvloer. Medewerkers die niet meer wensen mee te denken, die hun potentiele creativiteit niet meer ten dienste gaan stellen van het KCW, maar die slechts gewillige radertjes van dagelijkse routine worden en hun intellectuele invallen bewaren voor zaken buiten het instituut. Het gevaar van de lamgeslagen apathische medewerker is al zo groot dat er van boven bedacht is dat er ook tegenstemmen moeten komen: de KCW Nieuwsbrief heeft er zelfs een column voor ingericht, Tegenhangers. De inhoud daarvan is meestal van een dermate hoog opportunity-gehalte dat geen weldenkende lezer het als een serieuze poging zal beschouwen om tegenstemmen echt de ruimte te geven
Om medewerkers als gewillige radertjes mee te laten draaien proberen de nieuwsbrieven een corporate identity vorm te geven. In smeuige voorlichterstaal wordt ons wijsgemaakt dat we het geweldig vinden om te werken in een nieuw kenniscentrum waar nu reeds de eerste successen worden geboekt. Maar net als in het bedrijfsleven is corporate identity niet meer dan een laklaag om de doffe onderlaag wat op te fleuren. Veel medewerkers wensen zich helemaal niet met een dergelijk instituut te identificeren. Wie heeft er nu aan het verzoek van de top voldaan om mee te denken over een nieuwe naam voor het KCW? Medewerkers hebben er weinig voor over om bij te dragen aan de glansreclame naar buiten toe. Zolang ze zelf een geldelijke bijdrage moesten leveren om op de Wageningse Kennisdagen als figurant te spelen bleven ze en masse weg. Pas nu het gratis is en ze het als een werkdag kunnen beschouwen wil een aantal nog wel een bezoek brengen aan deze megalomane PR-inspanning waarin kennis is verworden tot smeermiddel om een publiciteitsdoel te bereiken
Kennis is bijzaak geworden net op het moment dat het in de naam van het nieuwe Centrum opduikt. Het argument, zo centraal in kennis, is met de democratie naar de schroothoop verwezen. Argumenteren kost tijd en dus geld. De doelen worden nu bedacht op de achterbank van een auto die wordt voortgereden tussen Den Haag en Wageningen. Niet kennis, in termen van zinnige argumenten, fraaie gedachten of maatschappelijk gewenste technologie, maar omzet in guldens of euro uitgedrukt lijkt het doel van het Centrum. We moeten een omzet van vijfhonderd miljoen halen in 2000. Kwantiteit is het doel, de rest slechts middel. De eigen doelen van medewerkers zijn vervolgens slechts een afgeleide van het hogere kwantiteitsstreven, uitgedrukt in aantallen publicaties, en soms aantallen verwerkte studenten. Studenten is de tijd ontnomen om kennis te laten bezinken en tegenstemmen te ontwikkelen, en massaal heeft men het bijeensprokkelen van studiepunten tot hoofddoel bestempeld. De contractwerkers, het arbeidsreserveleger waar het onderzoek van het centrum in toenemende mate op draait, denken slechts in publicaties en sociale netwerkcontacten. Je zal wel gek zijn om de opvattingen van de hoogleraar(-directeur) met slimme argumenten te kritiseren of tijd te verliezen met nadenken over het KCW. Weg volgend contract
Voorganger Veerman, hoe harder u roept dat we het allemaal zo leuk vinden, hoe beter het wordt. Ik beloof u beterschap en zal vanaf nu alleen nog maar successen vermelden. Ik zal enkel nog in mijn vrije tijd stilletjes lachen over de kwaliteit van kennis en dat voor mezelf houden: het mocht eens openlijk besproken worden in de media. Dan kunt u blijven genieten van de waan dat iedereen het met u eens is. Weg kennisuniversiteit, leve het KwantiteitsCentrum Wageningen
Talencursussen en internationalisering
In WUB 6 (12 februari 1998) staat een ingezonden brief van de WSO over de toenemende kosten van talencursussen op het Centrum voor Talenonderwijs. Ze uiten twee bezwaren: de studenten moeten veel meer gaan betalen (150 gulden) voor cursussen van tien weken en nog steeds worden de talencursussen niet, zoals elders de gewoonte is, gewaardeerd met studiepunten
Ik wil hun pleidooi voor een reele waardering van het talencentrum als volwaardig onderdeel van deze universiteit van harte ondersteunen. Zonder talencursussen geen internationalisering; ik stuur geen studenten op stage of voor een onderzoeksproject als ze niet minstens de basis van de betreffende taal onder de knie hebben. Dit stel ik als dwingende aanbeveling bij het regelen van een stage of afstudeervak. Ze doen dit meestal ook en vaak volgen ze zelfs drie cursussen (niveau I, II en III) voor ze vertrekken
De min of meer dwingende aanbeveling doe ik omdat ik weet dat de kosten ervan geen belemmering zijn, al worden de cursussen niet beloond met studiepunten. De achterliggende redenen voor de eis zijn er twee: de eerste is dat een internationaal opererende universiteit moet laten zien dat zij internationalisering serieus neemt en waardering toont voor de culturele identiteit van een gastland, de tweede is dat studenten in staat moeten zijn om eventueel met behulp van derden te communiceren met landgebruikers, boeren, beheerders en ambtenaren en ze in staat moeten zijn documenten te lezen en te begrijpen. Dat kan alleen als je de taal van een land enigermate kent. Talenkennis is een basisvoorwaarde voor elke studie met internationale aspecten en voor zover deze buiten de muren van een laboratorium wordt uitgevoerd
Er is hier in Wageningen in de afgelopen jaren veel goeds ontwikkeld op het gebied van talenonderwijs voor de populatie studenten die aan de LUW studeert. Dat sterkt me dan ook in de overtuiging dat het talencentrum door moet gaan op de weg die het in het verleden is ingeslagen, dat wil zeggen het ontwikkelen van specifiek onderwijs voor de LUW en het hoger agrarisch onderwijs. Het minder toegankelijk maken van talenonderwijs werkt averechts en maakt studeren in het buitenland moeilijker
Bij het ons richten op de core business van LUW en KCW moeten we niet vergeten wat de basiskennis moet zijn voor onze rol in Europa: naast vakkennis hebben we talenkennis nodig. In de uitbouw van het vijfjarige studieprogramma past het dan ook om talencursussen als studie-element op te nemen. In de visie om Wageningen een Europees centre of excellence te maken op het gebied van voedselproductie en groene ruimte past het eveneens om te kunnen communiceren met andere taalgebieden en de vaktaal van anderen te kennen
Kennisdagen
Voordat u zich gratis wentelt in het onweerstaanbare programma wil ik gaarne verzoeken om bij de evaluatie van deze inspiratiebron van creatieve gedachten het evenement te beoordelen aan de oorspronkelijke doelstellingen en financiering. Het is mooi dat half Wageningen nu gratis mag van de raad van bestuur van KCW en de stichting Kennisstad of de gemeente een pretentievol plan ondersteunen
Nu vooraf echter blijkt dat betalende bezoekers niet in de rij staan, de verrassende openingssprekers uit politici blijken te bestaan en de festivalkrant wel veel sprekers en debatten aankondigt, maar nauwelijks een verrassend thema weet te melden is een kritisch oordeel gewenst
Dus ik hoop naast een verslag ook een analyse aan te treffen van de oorspronkelijke opzet, bedoeling, financiering enzovoorts van de kennisdagen. Aangevuld met een overzicht van de organisatie, wie, wat, waar en voor hoeveel, moet dat een leerzaam inkijkje opleveren in dit festival dat gepresenteerd is als een onweerstaanbaar interessante happening en nu lijkt te eindigen in een onderonsje voor het personeel, in het kader van de interne samenhang en waarvoor naar mijn beste informatie nota bene studenten nog steeds moeten betalen
De versluierende taal waarmee de laatste weken mensen gelokt worden is te doorzichtig

Re:ageer