Wetenschap - 9 april 1998

Podium

Podium

Podium
Cees-study
Stel: het KCCW is een onderneming die zowel het doen van onderzoek als het geven van onderwijs tot haar doelstellingen rekent. Zij zal bestaan uit de integratie van de voormalige DLO en LUW, en bevindt zich op dit moment midden in dat integratieproces. De bedrijfskundige situatie is als volgt
Aan het hoofd van de onderneming staat een driekoppige Raad van Bestuur. Dit drietal is in bijzondere mate gehecht aan een goede vertrouwensrelatie met hun personeel. Vooral de relatie die zij als Integraal Managers hebben met hun Beleidsmakende Onderdanen is hen zeer dierbaar. Zij zullen dan ook alles in het werk stellen om met hen een band te ontwikkelen die gebaseerd is op persoonlijke waardering en sympathie, ja vriendschap bijna
Ook voor hun zeer gewaardeerde medezeggenschapsorganen zouden zij gedrielijk maar al te graag door het vuur gaan. Onze Kezen stellen al het mogelijke in het werk om hun het leven en werken onder de vlag van het KCCW te vergemakkelijken en hun het uitvoeren van de hen door de wet toebedeelde schone taak der democratie zo aangenaam mogelijk te doen zijn
Verder heeft onze Driekeesheid in haar oneindige wijsheid besloten zich nog slechts om de strategische hoofdlijnen te bekommeren; de detaillering en praktische uitvoering hiervan wordt met een gerust hart overgelaten aan de Heren Stafleden, Directeuren en Projectleiders. Het spreekt dan ook vanzelf dat dezen het volste vertrouwen van onze Grote Managers genieten. Zij worden volledig vrij gelaten in de uitvoering van hun taak en daarbij niet in het minst op de vingers gekeken (alsof zij voor elk wissewasje verantwoording aan Hogerhand zouden moeten afleggen)
Ook spreekt het boekdelen dat ons College der Kezen het woord werkvloer wegens denigrerende associaties integraal vervangen heeft door het veel aardiger woord draagvlak. Hiermee proberen zij niet slechts in daad, doch ook in woord uitdrukking te geven aan hun opvatting dat zij in feite slechts de nederige dienaren zijn van deze bruisende onderneming. Wie echt belangrijk zijn, dat zijn de mensen die het echte werk doen; zij vormen het Draagvlak. Deze houding ten opzichte van hun personeel draagt bijzonder bij aan het verbazingwekkend slagvaardig functioneren van wat eens een zo bureaucratisch en log apparaat was
Als laatste dient opgemerkt te worden dat het hun oprecht streven is overal zo open en eerlijk mogelijk met elkaar om te gaan. Het is hun stellige mening dat het uiteindelijk alleen in het nadeel van de onderneming - en in het bijzonder van het Draagvlak - kan werken wanneer de sfeer gekenmerkt zou worden door ook maar een minste zweem van achterdocht. Mensen moeten van elkaar kunnen en mogen weten wat ze aan het doen zijn, wat er speelt. Dat schept een verbondenheid. Het is de uitdrukkelijke visie van de Raad van Kezen dat de ideale onderneming een onderneming is waarin het niet nodig is om de hierarchie expliciet te verwoorden en formele omgangsvormen aan elkaar op te leggen. De ideale onderneming is een inspirerend, creatief, dynamisch geheel waarin iedere medewerker zich gestimuleerd en gewaardeerd voelt, en Cees, Kees en Cees stellen duidelijk al het mogelijke in het werk om dit ideaal te verwezenlijken
Kruis hier aan hoe volgens u de toekomst van deze onderneming eruit ziet
  • Dit kan niet fout gaan, KCCW behoort binnen vijf jaar tot de top-vijf van de wereld
  • De situatie ziet er op zich goed uit, maar het zou beter kunnen
  • Het lukt alleen met harde hand en tegen de zin van het personeel in om deze onderneming draaiend te krijgen
  • Deze onderneming is tot ondergaan gedoemd
    Stuur uw oplossing op naar Kees, Cees & Cees Waanidee, Costerweg 50, 7601 BH Wageningen, tel. 0317-482204. Onder de juiste inzenders worden drie originele doofpotjes verloot
    Over de uitslag mag noch met interne, noch met externe media gecorrespondeerd, gediscussieerd of overlegd worden
    Carforum
    Stichting Carforum bemiddelt al meer dan elf jaar voor alle studenten en pas-afgestudeerden aan de Landbouwuniversiteit en niet alleen voor Levensmiddelentechnologen, zoals in WUB 11 van 19 maart 1998 is vermeld. Stichting Carforum, genoemd in het artikel Afgestudeerden vinden werk via SBW, doet aan cv-bemiddeling voor stages, werkopdrachten en campus recruitement. Elk jaar plaatst zij zo'n zestig kandidaten bij verschillende bedrijven en organisaties, waardoor deze Wageningers de kans krijgen gerichte werkervaring op te doen. Het opdoen van deze gerichte en relevante werkervaring is de voornaamste doelstelling van Carforum
    Om een betere herkenbaarheid en een efficientere werkwijze te creeren, wordt er op dit moment onderhandeld over eventuele samenwerking met andere arbeidsbemiddelingsorganisaties in Wageningen
    De bemiddelingen worden uitgevoerd door het bestuur, dat gemiddeld zeven tot negen studenten telt. Evenals bij andere (arbeidsbemiddelings)organisaties zijn ook bij Stichting Carforum de gevolgen van de beperkte studiefinanciering en het aantrekken van de arbeidsmarkt te merken. Toch worden er altijd weer voldoende bestuursleden gevonden voor een leerzame en gezellige bestuursperiode
    Breek het mannenbolwerk
    Dr. Stein Bie, directeur van ISNAR en lid van de Raad van Toezicht van Kenniscentrum Wageningen, onderstreepte de bijna schandalige afwezigheid van vrouwen in hoge functies bij de LUW en DLO in het WUB van 2 april. Hij wil hier iets aan doen en wil vrouwen in hogere posities omdat ze gemiddeld meer begrip hebben dan op technologie gerichte mannen van de situatie van arme boerinnen, de ruggengraat van de kleinschalige landbouw en de arme boerengezinnen in de ontwikkelingslanden
    Dr Bie kiest moedig stelling voor de vrouwen en de armen en we wensen hem veel succes om dit te bereiken binnen KCW en ISNAR. Hij opent bewust een debat over hoe we dit het beste kunnen bereiken en het is de hoogste tijd om deze gelegenheid te baat te nemen
    Een van de heersende mythes op het gebied van vrouwen en ontwikkelingssamenwerking is dat je vrouwen moet aannemen om de achterstelling van vrouwen ongedaan te maken. Tijdens trainingsprogramma's hebben landbouwministers mij vaak verteld: We hebben vrouwen aangenomen om ons op de arme boerinnen te kunnen richten. Vrouwelijke medewerkers zijn zich echter niet meer bewust van het man-vrouw vraagstuk en arme boerinnen dat hun mannelijke collega's. Zowel de theorie als de praktijk tonen aan dat we aanvullende maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling de armen bereikt
    In theorie zijn vrouwen zich niet meer bewust van vrouwendiscriminatie dan mannen. Toegegeven, vrouwen maken de mannen zoals ze zijn, als moeders, echtgenoten en collega's - vrouwen en mannen zijn twee kanten van dezelfde medaille die we tegenwoordig gender relaties noemen. Vrouwen zullen deze relaties eerder aan de orde stellen, maar dat is niet inherent vrouwelijk, net zo min als mannen inherent meer op techniek zijn gericht. Ook zijn vrouwen zich niet meer bewust van de armoede in de wereld. Grootgebracht met privileges zijn vrouwen net zo blind voor de behoeften van de have nots als mannen. Het geloof dat vrouwen hier meer oog voor hebben, heet essentialisme: de essentie van vrouwen is ... Essentialisme wordt ook gebruikt om te betogen dat vrouwen van nature beter zijn in bepaald werk, zoals het huishouden doen en erwten sorteren
    Vrouwen in beleidsfuncties is niet genoeg; in de technocratische omgeving die dr Bie beschrijft, vechten vrouwelijke professionals mogelijk nog harder dan mannen om te bewijzen dat ze een van de jongens zijn. En wie geeft ze ongelijk? In deze context moeten feministen met een pro-poor opstelling vrijwel zeker tegen de stroom oproeien en zijn ze niet verzekerd van professionele beloningen zoals promoties
    Wat moet het kenniscentrum dan doen om arme boerinnen te ondersteunen? In feite heeft het het middel in huis - de LUW is een van de weinige universiteiten in de wereld met een leerstoelgroep Gender Studies in Agriculture, omdat ze heeft ingezien dat je zo'n leerstoel nodig hebt om een beter inzicht te krijgen in het verband tussen biologische en sociale relaties tussen mannen en vrouwen, met inbegrip van het verband tussen sekse, ras en klasse in rurale gebieden en hoe deze relaties worden beinvloed door technologische veranderingen. Het onderzoek naar arme boerinnen, het begrijpen van de gender-relaties en het onderwijs aan gewetensvolle mensen en experts in het veld is sine qua non als we de mechanismen die arme vrouwen arm houden en de rurale bevolking ondervoed, willen ophelderen. Een fundamentele verandering kan dus alleen worden bewerkstelligd met politieke besluiten, waardoor deze expertise wordt meegenomen in het beleid van het kenniscentrum. En dit is nog niet gebeurd, zoals dr Bie zeker kan zien. Veel internationale organisaties zoals de Wereldbank, ILO en UNDP, die de doelstelling van Bie nastreven, hebben inderdaad gender experts en advieurs op het hoogste niveau benoemd. Het stelsel van internationale agrarische onderzoeksinstituten, het CGIAR, heeft zelfs een aparte groep ingericht om over gender en positieve discriminatie te adviseren
    Ondanks dit is het benoemen van vrouwen in hoge functies nog steeds een belangrijk doel. Het glazen plafond voor vrouwen, dat erg laag hangt in de landbouw, moet verdwijnen. De opmerking hierover van Bie is goed bedoeld, maar zijn aanpak om het aantal vrouwen in hoge functies te vergroten, kan de mythe van de mannelijke superioriteit die het glazen plafond heeft veroorzaakt eerder bestendingen dan afbreken
    Dat glazen plafond gaat niet automatisch omhoog in de komende twintig jaar omdat er nu meer vrouwelijke studenten zijn aan de LUW. Bij de FAO is twintig procemt van de stafmedewerkers vrouw, maar bijna alle vrouwen hebben een relatief lage positie. Volgens de FAO is er een gebrek aan vrouwen met voldoende kennis op landbouwgebied. Het kleine aantal vrouwen is echter niet alleen in beleidsposities, maar ook in de administratieve functies op het gebied van voorlichting, financien en personeelszaken. Dit kan niet worden verklaard door het gebrek aan kennis van vrouwen - de vrouwelijke experts op deze gebieden zijn er al tientallen jaren. Hier wordt de ware betekenis van het begrip glazen plafond duidelijk: goed gekwalificeerde vrouwen moeten genoegen nemen met lagere posities en krijgen slechter betaald dan mannen met dezelfde opleiding
    Vrouwen hoeven dus niet met mindere kwalificaties worden aangenomen dan hun mannelijke collega's, zoals Bie suggereert. Dat zou juist de gedachte in stand houden dat mannen betere papieren hebben en waarschijnlijk productiever zijn dan vrouwen, vanwege wat voor reden dan ook. Een artikel in Nature van mei 1997 meldt dat Zweedse vrouwen in feite 2,5 maal productiever moeten zijn dan hun mannelijke collega's om in aanmerking te komen voor een postdocpositie in het biomedisch onderzoek. Iemand van de Peer Review Board kennen, helpt substantieel. We willen suggereren dat niet het aantal publicaties, maar het hebben van contacten en het mannelijk geslacht belangrijke vereisten zijn om een hoge positie te verwerven in het Kenniscentrum Wageningen. Dit betekent dat er zelfs in twintig jaar niets verandert als deze factoren niet veranderen
    Samenvattend moet het positieve discriminatie-beleid, dat actief vrouwen selecteert bij gelijke geschiktheid, binnen het Kenniscentrum Wageningen worden vergezeld door een expliciet pro-poor, pro-women en gender-bewust perspectief. Maar hoewel de leerstoelgroep Gender Studies aanwezig is en door sommigen wordt beschouwd als strategisch, is het de bedoeling dat we klein blijven. Het speelt geen substantiele rol bij de vorming van het kenniscentrum en dit is de kwestie waar Bie zich druk om zou kunnen maken. Laten we hopen dat de bezorgdheid van Bie zal leiden tot meer samenwerking met Gender Studies in het kenniscentrum, en tot meer vrouwen en gender expertise in beleidsfuncties

  • Re:ageer