Wetenschap - 26 februari 1998

Podium

Podium

Podium
RIVO 2
Naar aanleiding van het interview met mij in het WUB van 18 december 1997 ontving ik een brief van een van mijn medewerkers, drs A. Corten, die daarin te kennen gaf dat hij een deel van de tekst had ervaren als aan zijn adres gericht en buitengewoon kwetsend. Hij reageerde zelf reeds in nummer 6 van dit blad, op 12 februari
Voor alle duidelijkheid: tijdens het gesprek ben ik uitdrukkelijk niet ingegaan op verzoeken van de interviewster om mijn mening te geven over interne personele zaken van het RIVO-DLO. Nadat haar vraagstelling veralgemeniseerde heb ik, denkende aan recente publieke uitingen van onder anderen commissarissen van politie enerzijds en woordvoerders van bedrijven anderzijds, mijn mening gegeven over dit soort zaken. Ik concludeerde dat, in mijn ogen, bepaalde personen misbruik maken van het feit dat ambtenaren moeilijk ontslagen kunnen worden. Ik noemde zulk misbruik laf en vervolgens paste ik deze gedachtegang toe op een instituut zoals RIVO-DLO, dat van ambtelijke organisatie mag en moet omschakelen naar een marktgerichte organisatie. Ik contrasteerde deze situatie bovendien met de relatief grotere vrijheden van een universitair docent. Ik kan mij echter heel goed voorstellen dat deze of gene het niet geheel met mij eens is
De interviewster geeft mijn gedachten overigens goed weer, hoewel tekst en context natuurlijk geheel voor haar verantwoording zijn
Ten onrechte betrok de heer Corten deze uitspraken geheel op zijn persoon (Zonder mij met name te noemen, maar iedereen begrijpt over wie het gaat...). Sterker nog, ik zou nadrukkelijk willen verklaren dat de heer Corten een zeer moedig man is, die staat voor zijn mening en die de consequenties van zijn uitspraken altijd volledig accepteert
Wie de schoen past trekke hem dus aan..
Ik honoreer met deze nadere precisering tevens de eis van de heer Corten (Ik eis van u binnen twee weken een openlijke en overtuigende herroeping)

Re:ageer