Wetenschap - 6 februari 1997

Podium

Podium

Podium
Spruitjes uit de fabriek
Op het symposium Wat eten we in 2040 zijn de natuurschone biologische en brandschone high tech-landbouw als alternatieve productiesystemen geponeerd op het gangbare milieubelastende systeem, om de milieubelasting op wereldniveau met een factor 20 te verminderen
Gesteld werd dat het opbrengstniveau van de biologische teelt dat van de gangbare aan het benaderen is en dat het volgens berekeningen van de Wetenschappelijke Raad van de Regering mogelijk zou zijn de gehele wereldbevolking te voeden met het biologische productiesysteem. De toeval wil dat ik die berekeningen heb uitgevoerd. Inderdaad is het zo dat dit (gemiddeld genomen over de wereld) haalbaar is, mits de wereldbevolking langzaam groeit (dus geen verdubbeling in 2040) en wanneer een ieder een zwaar vegetarisch dieet consumeert met wat zuivel en slechts weinig vlees. De gehele regio van Zuid-, Zuidoost- en Oost-Azie kan echter niet zelfvoorziend zijn vanwege de extensieve productie die veel land vereist. In die dichtbevolkte regio's is land niet meer voorhanden. Zelfs met intensieve teelt blijft zelfvoorziening moeilijk te bereiken bij verdubbeling van de bevolking en een luxe dieet. In dit scenario zou verscheping van gigantische hoeveelheden voedsel over de wereld noodzakelijk zijn. Een dergelijke scenario lijkt niet waarschijnlijk en maakt biologische productie niet een realistisch alternatief voor het grootste deel van de wereldbevolking
De veelal uitgeloogde tropische bodems zijn minder vruchtbaar dan die in gematigde streken. Daar komt bij dat er een netto import van nutrienten plaatsvindt naar Nederland. Zo is veelal de bodem verzadigd met fosfaten, die zo cruciaal zijn voor de groei van leguminosen die op hun beurt de stikstofbron in het biologische productiesysteem vormen. Bovendien speelt de homogene neerslag in Nederland een belangrijke rol in het productieproces. Het is dan ook niet verwonderlijk dat opbrengstniveaus van de biologische teelt die van de gangbare kunnen benaderen in Nederland. Deze ideale situatie is echter niet representatief voor het grootste deel van de wereld. De hoge bevolkingsdruk, de minder vruchtbare bodems en de veelal heterogene neerslag en het schaarse irrigatiewater maken dat dit biologische productiesysteem geen significante bijdrage zal leveren aan de totale productie in de wereld
De brandschone high tech-landbouw zal met name ingezet worden voor de productie van hoogwaardig voedsel. Een dergelijk productiesysteem lijkt uit economisch oogpunt niet haalbaar voor de meeste (arme) landen in de wereld. De vraag is eveneens hoeveel mensen zich dergelijk voedsel kunnen veroorloven. Over de gehele wereld zal het totale productievolume van dergelijke teeltsystemen zeer beperkt blijven
Deze twee schone alternatieven voor het huidige gangbare productiesysteem, dat zwaar milieubelastend zou zijn, bieden geen alternatief voor het verminderen van de milieubelasting op wereldniveau. Het is derhalve zaak te komen tot aanpassingen van het huidige productiesysteem, wat van significante invloed zal zijn op de wereldproductie. Onderzoek is gaande naar het maximaliseren van de opbrengst bij een minimale input in zogenaamde geintegreerde productiesystemen. De biologische en gangbare productie zullen zich naar elkaar toe bewegen, richting die geintegreerde productie. Een vorm van productie waarbij een zo volledig mogelijke afstemming plaatsvindt van vraag en aanbod van agro-chemicalien binnen het productieproces
In het kader van het doel alternatieve productiesystemen te ontwikkelen waarbij de milieubelasting op wereldniveau met een factor 20 wordt verminderd, schiet de studie DTO-Voedsel zwaar tekort. Grensoverschrijdende aspecten als milieu en economie dienen in een breder (werelds) verband bestudeerd te worden, niet op basis van situaties die niet representatief zijn voor het overgrote deel van de wereld. Schadelijker wordt de situatie indien beleidmakers zich daarop baseren. Hopelijk wordt met name de biologische productie niet als blauwdruk van een hernieuwd en weloverwogen milieuvriendelijk systeem opgelegd aan ander regio's. Dat zou een immorele daad zijn naar de minstbedeelden in onze wereld
Duurzame voedselproductie
Mijnschachten of flatgebouwen vol met op substraat geteelde planten voor de vitaminen, bacterien en schimmels zorgen voor de eiwitten en de varkenshouderij wordt een gemengd bedrijf van boeren-, energie-, afval-, waterwinbedrijven en recreerende burgers. Het artikel uit het WUB van 23 januari over het symposium over duurzame voedselproductie laat zien wat er allemaal mogelijk is over pakweg een halve eeuw
Milieuefficientie vormt daarbij het uitgangspunt. De landbouw moet twintig keer efficienter. Twintig keer! Hoe willen ze dat bereiken? Enkele alinea's later wordt duidelijk dat alle technologisch innovatieve zeilen hiervoor worden bijgezet. TNO, DLO en vele ingenieursbureaus leveren grensverleggende plannen aan. Mooie en leuke plannen, dat wel maar, ze slaan naar mijn idee volledig de plank mis
Met een gestaag groeiende wereldbevolking kunnen we wel aan de gang blijven met het efficienter produceren. Het is als water naar de zee dragen. Het aantal hongerige monden zal het altijd winnen van de efficientie. Efficientie is belangrijk maar voor een werkelijk duurzame samenleving is dit weinig effectief. De werkelijke oplossing ligt, zoals altijd, bij de bron: de wereldbevolking stabiliseren of verminderen. Daar zou het overgrote deel van de aandacht en onderzoeksgelden heen moeten. Vergroten van de efficientie is maar bijzaak
Maar aan de groei van de wereldbevolking lijkt niet meer te worden getornd. Van aanname lijkt het tot een vaststaand feit te zijn verworden. Ook in dit artikel. Voor technologisch onderzoek is dit probleem natuurlijk niet interessant. Het bedrijfsleven zal bij de gedachte alleen al gruwen. De politiek lijkt er (nog) geen trek in te hebben (er wordt al moord en brand geroepen als de Nederlandse bevolking dreigt te vergrijzen) en onder burgers kan de heilige koe nog net ter discussie worden gebracht. Een onderwerp als geboortebeperking uit duurzaamheidsoverwegingen lijkt nog steeds in de taboesfeer te verkeren
Ligt hier wellicht een taak voor de milieuorganisaties voor de komende eeuw? Wie de knuppel ook in het hoenderhok moge gooien, het zal nodig blijken te zijn als we werkelijk naar een duurzame samenleving willen
Wereldcentrum
Zoals we allemaal weten wordt Wageningen op de schep genomen. Er is al een streefbeeld voor de aan elkaar te plakken brokken onderzoek, onderwijs en toepassing en er wordt druk geknutseld aan een ideale Voorzitter. Structureel wordt veel werk verzet om functieplaatsen naadloos op elkaar aan te laten sluiten en duidelijk te maken wie er hoe aan het besturen is, maar er wordt ook fysiek uitgebreid. Er wordt druk gebouwd aan het nieuwe Staringcentrum en in ... Randwijk, waar drie proefstations voor de tuinbouw worden aangelegd. Is het misschien een idee voor het WUB om eens te peilen hoe regio Horst (paddestoelen), regio Boskoop (bomen) en regio Wilhelminadorp (Zl, fruitteelt) aankijken tegen deze stoffer-en-blik-tactiek? In Wageningen worden we geacht vooral te juichen als er weer een nieuw instituut is binnengehaald. Lukt het niet, dan hoeven we niet meer mee te denken blijkbaar, want dat lezen we nergens. In stilte werd alweer een paar maanden gekookt aan het IUCN-potje, de internationale milieuorganisatie die een Europees bureau wil opzetten. We zullen nooit weten of de stoof wel warm genoeg was, want het gaat naar Tilburg, waar een professor voor natuurbeheer zetelt. Waar we hier sowieso nooit wat van horen
Netwerken, internationaliseren, marktgericht opereren. Deze zaken zijn nodig bij het streefbeeld en de missie van LUW/DLO: het nieuwe kenniscentrum in het groene werkveld. Bij de meeste specialisten ligt de uitdrukking: wat heeft dat ermee te maken, in de mond bestorven. Multi- of interdisciplinariteit is vaak nog steeds een ver-van-mijn-bed-show; probleemgericht onderwijs een onbegrijpelijke vernieuwing. Dat geeft niets, maar behalve de hoera-verhalen is, mede op grond van de bevindingen van het Peper-rapport en de NRLO, aandacht voor de achterstand nodig
Zonder iemand schuldig te willen verklaren moeten we constateren dat de organisatiestructuur maar ook de instelling van de gemiddelde onderzoeker een maatschappelijke inbedding van Wageningse activiteiten en resultaten niet direct bevorderen. Momenteel ben ik bezig communicatielacunes in beeld te brengen en het resultaat valt niet mee. Er is geen openbaar kanaal met het belangrijke nationale platform Duurzaamheid (NCDO), de samenwerkend raadgevend ingenieurs, de ONRI, wordt niet structureel in kennis gesteld van werk hier en vice versa, banden met de VN zijn zelfs voor directeuren ontstellend hoog gegrepen, van de ICSU heeft nog niemand hier ooit gehoord, wanneer was de laatste persconferentie en waarover ging die, wanneer waren hier boerenorganisaties en consumentenorganisaties waarvoor op bezoek. Aan de andere kant schijnt de Wetenschapswinkel zo ontzettend goed te draaien en haalt ons Transferbureau toch steeds al die miljoenen binnen. En zijn onze alumni in elke uithoek te vinden. Netwerken, internationaliseren, marktgericht opereren. Ja, nodig. Maar hoe dan en met welke middelen kunnen we hiervoor scholing krijgen en hiervoor structuren opzetten die nou eens niet uitsluitend gaan via die enkele hoofden die alles al lijken te (moeten) doen, inclusief het vasthouden van de pen van de minister
Laten we samen de eerlijkheid eens opbrengen en alle kaarten op tafel leggen. Ik heb onlangs, als freelance wetenschapsjournalist, een voorstel ingediend bij het ministerie en de Rabobank om een studiebijeenkomst te beleggen over internationale publiciteit en kenniscentrum Wageningen. Bij mijn weten is hier nog nooit in het openbaar beleidsmatig over gesproken. We zijn eigenlijk een achtergebleven gebied wat dit betreft
Met het toenemend aantal verhuizende specialistische instituten, met de toenemende technologische mogelijkheden om met elkaar te communiceren, met de toenemende eis om zelf marktpartner te zijn, is er voor de dienstensector in Kennisstad Wageningen een gouden tijd aangebroken. Een dienstensector die geen enkel organiserend verband kent. Het is nu tijd om verweving en uitstraling intensief te ondersteunen. En de eis van openbaarheid hoort bij alle activiteiten voorop te staan, omdat het oplossen van milieuproblemen en het wereldvoedselvraagstuk voor iedereen van levensbelang is

Re:ageer