Wetenschap - 3 juli 1997

Podium

Podium

Podium
Intensification of Livestock Production
Erik Heijmans reported in the WUB of June 26 on an international conference held in Ede last month about Livestock Production and the Environment. One of the conclusions of the conference was that intensification of livestock production appears to be inevitable, because of the rising demand for livestock products, particularly in developing countries
This is undeniable. However, when the term intensification is used many people immediately conclude that this means industrialised production, i.e. where the animals are fed on crops and concentrates, in contrast to grazing animals eating forage and seasonally housed animals mainly fed with conserved forage. Here there is a difference between monogastric animals (poultry and pigs) and ruminants (cattle, sheep and goats)
Although in the west European and north American context much of the intensification of animal production will indeed go towards more crops and concentrates in the diet, there is a limit to the percentage of concentrates ruminants can consume. Ruminants require roughage, i.e. fibrous feed, for an adequate functioning of the rumen: a huge conversion vat inside the animal in which bacteria, fungi and enzymes convert carbohydrates and proteins in the feed into animal products and waste. Dairy cattle in The Netherlands, probably the most intensive dairy production system in the world, rely for some 68 % of their diet on forage (grass and maize). The amount of concentrates fed is on average 5 kg/cow/day in a total daily intake of about 18 kg of dry matter
In fact, cereals are hardly used for ruminants in northwestern Europe. Instead, cassave from Thailand and by-products of soya and cereals from Brazil and the USA are the main ingredients for the concentrate feeds for ruminants. The use of cereals in livestock feeding is not a matter of choice, but of price of cereals. When cereals are in short supply the price will soon become prohibitive for animal feeding. One advantage of using concentrate feed is that this reduces the emmission of methane by the animals compared to when they fibrous forage of much lower digestibility
Completely overlooked at this conference is that in tropical countries there is a huge potential for grazing-land improvement through the use of nitrogen-fixing legumes and better management. Indeed, in many African countries and on the Indian sub continent, much of the area of grazing lands has been converted to croplands, so that an ever increasing animal population has increasingly less land of poorer quality at its disposal. The cause of the resulting degradation is not in the first instance the animals, but the cultivation of crops and the gathering of fuel for household use
On the other hand, in these regions animals are able to utilize crop by-products and residues, which otherwise would be worthless, whilst the animals have become dependent on crop by-products and residues for their survival in the dry season. However, in tropical America and tropical Australia there are huge tracts of cleared country in subhumid and humid regions where animal production can be sustainably increased by 4 - 6 times at relatively low cost without fertilizer, or with only small amounts of phosphates. These regions are close to large markets, viz. South-East Asia and North America
In Australia, hundreds of thousands of hectares of savanna have been oversown with species of Stylosanthes, legumes which thrive on poor acid soils without any form of fertilization and which can be cheaply introduced into existing pastures. In Latin America most of the improved pastures consist of sown grasses only, without fertilization. However, legumes are also available here to provide free nitrogen and their use would also result in large production increases. This type of intensification improves production per animal and per hectare, which can obiviate the need to take new land into agricultural use, particularly that covered by rainforests
There are many socio-economic problems associated with the introduction of legumes into pastures in developing countries: lack of seed, lack of infrastructure to distribute seed, free access, land use, lack of extension services to tell farmers about the possibilities and difficulties and the absence of credit for farmers to invest in seed. Making credit available to farmers on easy terms could make a large contribution to the adoption of technologies to improve sustainable animal and other food production
I found the reports prepared on behalf the World Bank for this conference of a high quality. That some congress goers criticised them for the lack of socio-economic and human interests may be correct, but it was explicitly stated in the reports that these issues, although of the utmost importance, would not be dealt with at this congress. The criticism that animal products are forced down peoples throats through advertising overlooks the fact that millions of people in developing countries, who have no access to advertising, are totally dependent on livestock for their survival
Sleutels II
In het WUB van 28 juni klaagt R.A. Groeneveld over het kafka-eske systeem van formulieren, handtekeningen en sleutels dat gebruikt wordt in De Leeuwenborch om toegang te krijgen tot het gebruik van een computer. Enige toelichting is hier op zijn plaats. Voor de gang van zaken bestaat een goede reden, namelijk de ook door Groeneveld aangehaalde schaarste. In De Leeuwenborch is schaarste aan ruimte. Dit betekent dat er vakgroepen zijn die geen ruimte hebben waar ze eigen studenten (bijna altijd afstudeervakkers) met een computer kunnen laten werken. Dit leverde in het verleden nogal eens gemor op van studenten, omdat ze vonden dat de faciliteiten voor het doen van een afstudeervak onvoldoende waren. Om dit probleem het hoofd te bieden werd besloten de twee computerzalen in De Leeuwenborch open te stellen voor afstudeervakkers en wel in die uren dat de zalen niet voor onderwijsdoeleinden geroosterd zijn
Teneinde te voorkomen dat er een run op de computers zou ontstaan, waardoor afstudeervakkers weer in de verdrukking zouden komen, werd besloten het gewraakte formulierensysteem in te voeren. Elke student die een afstudeervak deed bij een vakgroep in De Leeuwenborch kon een formulier krijgen van de portier en daarop een handtekening laten zetten door zijn/haar begeleider. Gewapend met het ondertekende formulier kon hij/zij indien nodig de sleutel ophalen en gebruik maken van de computers in de zalen. De rechtvaardiging van dit voortrekken van eigen studenten was ondermeer erin gelegen dat de inrichting van de zalen met computers gefinancierd werd met middelen van de Leeuwenborch-vakgroepen. Het systeem werkt goed in die zin dat de zalen in de niet-geroosterde uren bijna altijd door studenten gebruikt werden. Als Groeneveld constateert dat regelmatig zalen op slot zijn dan heeft dat te maken met de roostering voor onderwijs. Het systeem werkt niet goed in de zin dat het voor het beheer van het gebouw bijna ondoenlijk is het systeem te handhaven. Als men een student bij een controle vraagt om de zaal te verlaten omdat hij/zij geen formulier heeft, volgt vaak een hoop gemopper en gezeur. Bovendien blijken veel weggestuurde studenten hun geluk na een half uurtje opnieuw te proberen, waardoor incidentele controle niet werkt
Jongstleden mei is daarom besloten met ingang van het komende studiejaar de twee pc-zalen in De Leeuwenborch voor alle studenten van de universiteit open te stellen mits de zalen niet geroosterd zijn voor onderwijs. Tevens zal per september aanstaande een derde pc-zaal worden ingericht, die voornamelijk voor onderwijs zal worden gebruikt, om daarmee het gebruik van de andere twee zalen voor studenten te optimaliseren. Na verloop van tijd zal bekeken worden of de eigen studenten door deze veranderingen niet te zeer in de verdrukking komen
Duurste universiteit III
Studenten die langzaam studeren, kosten de universiteit handenvol geld. Dat moet wel. Waarom anders zou de LUW het collegegeld voor langstudeerders in 1998 fors verhogen? Studenten die minder dan een jaar recht op studiefinanciering over hebben en niet onder de afstudeerregeling vallen - met andere woorden studenten die geen officieel erkend excuus hebben voor de trage studievoortgang - betalen straks maar liefst achtduizend gulden collegegeld
Wie even nadenkt, weet dat deze stelling niet klopt. Een student die langzaam studeert (voor alle duidelijkheid: studenten die veel vakken volgen en daarom lang over hun studie doen, laten we even buiten beschouwing) consumeert onderwijs in zijn eigen tempo. Hij kost de universiteit dus niet of nauwelijks extra geld. Integendeel. Deze student staat langer ingeschreven en betaalt dus vaker collegegeld dan zijn medestudenten die na vier jaar afstuderen. Dat is voordelig, voor de universiteit, niet voor de portemonnee van de student
Hoge kosten vormen dus geen goede verklaring voor deze maatregel. Wat dan wel? Wellicht is het goed even naar de geschiedenis van de maatregel te kijken. Toen onderwijsminister Ritzen aankondigde de vaststelling van het collegegeld voor langstudeerders in de toekomst aan de onderwijsinstellingen over te laten, ging dat gepaard met een bezuiniging: voortaan zou de minister niet meer voor die extra jaren betalen
Maar ook het feit dat de overheid geen geld geeft voor de extra jaren die langzame studenten aan de universiteit doorbrengen, kan geen reden zijn om dan maar meer geld te vragen aan de student. Langzame studenten kosten immers geen extra geld. Dus is het niet minder dan logisch dat de overheid daar ook niet voor betaalt. Het is misschien goed hier even in herinnering te roepen dat studenten in het verleden na zeven jaar helemaal werden vrijgesteld van het betalen van collegegeld; de studenten hadden hun onderwijs dan betaald
Wat zou dan een goede reden zijn voor de verhoging van het collegegeld? De LUW wil studenten een stok achter de deur geven om op tijd af te studeren, zo motiveert hoofd Studentenzaken drs Hans Bosman de maatregel in het WUB van 12 juni. Een weinig overtuigend argument. Het is nauwelijks voor te stellen dat studenten op deze stok, die ze zelf zo duur moeten betalen, zitten te wachten. Zo'n paternalistische maatregel laat studenten ook weinig ruimte om zelf het tempo van de studievoortgang te bepalen, zodat bijvoorbeeld meer tijd overblijft voor bijbaantjes
Studenten krijgen bovendien al genoeg financiele prikkels in de vorm van de prestatiebeurs. En studenten die ongevoelig zijn voor een jaarlijkse financiele afrekening met studiefinanciering, zullen heus ook niet onder de indruk zijn van de dreiging van een hoog collegegeld aan het einde van de studie. IJverige studenten die toch al zenuwachtig worden van financiele prikkels om de studievoortgang te bewaken (studentendecanen en studentenpsychologen kunnen bevestigen dat deze studenten heus bestaan en niet eens in verwaarloosbare aantallen) zullen zich alleen maar meer opgejaagd voelen. Zo bezien dus niet zo'n handige maatregel
Wat kan de maatregel dan rechtvaardigen? Wil de universiteit studenten misschien ontmoedigen veel dure extra vakken te doen? Als dat de ware reden is, kan de LUW dat maar beter verzwijgen. Kennishongerige scholieren zouden zich weleens minder welkom kunnen voelen in Wageningen. De vrees dat ijverige, vooruitziende scholieren Wageningen gaan mijden is niet geheel ongegrond. De LUW is immers de enige universiteit die het collegegeld voor langstudeerders zo drastisch heeft verhoogd
Goede argumenten voor de verhoging van het collegegeld zijn dus niet voor handen. De werkelijke verklaring voor invoering van deze maatregel is, zo vrees ik, verrassend simpel. Onderwijsminister Ritzen heeft universiteiten de mogelijkheid gegeven het collegegeld voor langstudeerders drastisch te verhogen. LUW-beleidsmakers hebben dus maar besloten dat te gaan doen. Blijkbaar zonder er goed over na te denken

Re:ageer