Wetenschap - 5 juni 1997

Podium

Podium

Podium
Kiezen
29 mei 1997. Een schitterende zomeravond. Verkiezingsbijeenkomst universiteitsraadsverkiezingen 1997. Negen enthousiaste kandidaten onder het brede groene bord in de Hofsteezaal. Vier panelleden ernaast gefrommeld. De voorzitter van de raad leidt het
Eerst mogen alle kandidaten zich in twee minuten voorstellen en vertellen waarom ze in de raad willen. (Voorlopig gaat het nog niet over wat ze er willen gaan doen.) Nauwelijks twee uur eerder hadden de kandidaten gehoord dat dit de eerste opdracht is. Onvoldoende tijd kennelijk om er veel van te bakken
Nog wat vraagjes die panelleden toch nog even snel weten te bedenken. Onduidelijk en cynisch gedoe over belangenbehartiging volgt - een begrip dat niet uit de verf komt in de hapsnap atmosfeer. Na de pauze constateert de voorzitter dat er zo geen verschillen blijken. De panelleden moeten nu vragen afvuren die na ruggespraak van vijftien seconden (!) met de eigen club door een aangewezene met ja of nee (!) beantwoord moeten worden. De kandidaten blijken niet op hun mondje gevallen. Ze zijn creatief en denken met de tong. Maar nog steeds komt er weinig belangrijks uit. Ook niet wanneer een panellid de wereldschokkende keuzevraag stelt: Vanwege bezuinigingen moet er een mensa weg, welke?
Vol zet de voorzitter in op PGW. Wat te doen met het deel van de LUW met te weinig studenten en te hoge kosten? Binnen vijftien seconden komt het antwoord: het model is heilig en heeft het laatste woord - op straat en wachtgeld! (Alsof er naast een situatie van (relatieve) armoede ook geen situaties van (relatieve) rijkdom bestaan. Alsof besturen niet ook gericht-ergens-heen-leiden zou kunnen zijn. Waarom alleen achterwaarts kijken? Waar willen we heen?) Duurzaamheid van Ecologische landbouw of een leerstoel met veel publicaties? Duurzaamheid zeggen alle clubs, want dat is onze algemeen ondersteunde missie
Eenzelfde formalistisch lot ondergaat een vraag over een zaak waarover al iets is afgesproken in het strategisch plan. Afgesproken is afgesproken - we tonen ruggengraat! (Alsof in een universiteitsraad veel afspraken worden gemaakt: meerderheden nemen er besluiten. En wanneer een minderheid haar mond moet houden, lijkt me een goede vraag). Roostering lijkt een onderwerp dat slechts afschuw oproept en dus geen discussie
Echt stekelige vragen voor enige club waren er niet. Maar ja, wat wil je? Drie van de vier leden van het panel hebben bij hun functie in het dagelijks leven belang bij goede relaties met elk van de drie partijen. De vice-voorzitter van het college van bestuur is blij met elk raadslid dat hem in een heikele kwestie in de toekomst de gunst van de twijfel geeft. De voorzitter van de commissie studentenvoorzieningen moet ook de vrede in haar tent zien te bewaren. En zelfs de journalist houdt het liefst zijn vogels willig. Alleen het panellid Filip Haas - routinier van de PSF - nam risico's. Maar die moet vervolgens ineens heel lastige vragen zelf van de voorzitter beantwoorden, tot zijn schrik
Naar mijn mening een slecht voorbereide bijeenkomst. Als drie van zulke routiniers als Filip Haas, maar dan uit elk van de drie groeperingen, aan de hand van de verkiezingsprogramma's tevoren tijdig vragen hadden bedacht (waarmee ze bijvoorbeeld hun eigen club in de kaart zouden kunnen spelen), waarbij een aantal van die vragen ook tijdig aan de lijsttrekkers ter kennis kan worden gebracht, zou er duidelijk meer diepgang en onderscheidende scherpte zijn ontwikkeld. De voorzitter van de raad kan in die situatie zo'n bijeenkomst ongetwijfeld technisch en onpartijdig leiden
Niemand is belast met de verantwoordelijkheid voor onze democratie. Wij zijn met zijn allen verantwoordelijk. De democratie is maar een kasplantje - zo zwak. Als je er zo slordig mee omgaat, slaan de Ritzens zeker definitief toe, vrees ik. Er is al depolitisering genoeg
Citaat
Het WUB van 29 mei vermeldt als mijn uitspraak in verband met de door de vaste commissie wetenschap uitgebrachte KCW-nota: Onze inhoudelijke nota heeft weinig aandacht gekregen bij het college van bestuur. Dat is niet alleen onwil, maar ook een kwestie van agendabelasting. Dit citaat wekt ten onrechte de indruk dat er naar mijn mening bij het college sprake is van onwil om aan de betreffende nota aandacht te schenken. De strekking van wat ik heb gezegd was echter juist tegengesteld en zou behoren te luiden: Dit is niet onwil, maar ook een kwestie van agendabelasting
Studentenfracties
In het WUB van vorige week stond te lezen dat de verschillen tussen de drie studentenfracties miniem zijn. Dit werd onder andere onderbouwd met de uitspraak van Wulf Vaarkamp: We moeten straks een blok vormen tegen het college van bestuur. Natuurlijk, ook wij erkennen dat er niet zo vreselijk veel verschillen zijn. En de verschillen die er zijn blijken nauwelijks uit de programma's, maar zullen in de praktijk door een andere aanpak en prioriteitsstelling soms wel zichtbaar zijn
Het grootste verschil tussen de fracties is misschien nog wel dat de CSF nooit, en Wulf dus ook niet, zou zeggen dat er een blok tegen het college gevormd moet worden. De CSF heeft, mede vanuit haar christelijke achtergrond, het zogenaamde harmoniemodel altijd hoog in het vaandel staan. Als fractie in de universiteitsraad moet je je niet tegenover het college stellen en zeker niet bij voorbaat. Je bent een medebestuurder, dus moet je samen met het college de totale universiteit besturen. De CSF houdt zich dan ook niet alleen bezig met studentenvoorzieningen en onderwijs, maar ook met onderzoek, personeelsbeleid, bestuursstructuren en dergelijke. Met de overtuiging dat elke beslissing die goed is voor studenten ook goed is voor de universiteit en vice versa
Dat is een van de redenen waarom we hopen dat de huidige werkwijze in de studentenraad en ondernemingsraad (of toch medezeggenschapsraad?) zoveel mogelijk gecontinueerd wordt
Namens de CSF,

Re:ageer