Wetenschap - 19 november 1998

Pluimveehouderij klem tussen eisen en kostprijs

Pluimveehouderij klem tussen eisen en kostprijs

Pluimveehouderij klem tussen eisen en kostprijs
Bedrijfseconoom Huirne: Groeistop leidt tot betere kippenhouderij
De beurt is aan de pluimveehouderij. Landbouwminister Apotheker heeft onlangs een stop gezet op verdere groei. Nu moet de sector voor 2000 verbeteringen aandragen op diverse fronten: milieu, welzijn en gezondheid. Wageningen UR draagt daar een steentje aan bij, maar het gouden ei is nog niet zo snel gelegd
De kippensector zit goed klem. Hij produceert meer mest dan hij kwijt kan, er is veel kritiek op het welzijn en de gezondheid van de dieren, en de consumptie van eieren en kippenvlees kan leiden tot ziektes bij de mens. Bovendien is er bijna niets aan te verdienen
De pluimveehouders zijn dan ook best blij met de stop op de groei die landbouwminister Haijo Apotheker op 6 november afkondigde. Zo zal het aantal kippen in Nederland de honderd miljoen niet overschrijden. Bovenal hopen de pluimveehouders dat de stop een einde maakt aan de prijsdaling van kippenvlees en eieren. De prijs van een ei is de afgelopen jaren alleen maar afgenomen; een ei levert nu acht a negen cent op. Ook voor de vleeskuikenhouder is de situatie verre van rooskleurig. Per kilogram vlees krijgt hij een gulden. Dat is ver beneden de kostprijs van zo'n 1,70 gulden, een bedrag dat de boer een jaar geleden nog voor zijn vlees kreeg
Een eenvoudige uitweg uit de vele problemen is er niet. Toch is er haast bij. Als er in 2000 geen voorstellen liggen, dan grijpt de minister eigenhandig in. Dan moeten er kippenplaatsen verdwijnen, net zoals dat in de varkenshouderij gebeurt
Ideeen over hoe de pluimveesector er over twintig jaar moet uitzien zijn welkom. Het Landbouw-Economisch Instituut rekent naarstig aan mogelijke toekomstscenario's, zoals de variant waarbij de legbatterij niet meer bestaat. Dat gebeurt in opdracht van LNV, dus mag het instituut geen mededelingen doen aan de pers. Onderzoekers zonder spreekverbod houden zich vooral bezig met deelproblemen
Bedrijfseconoom dr ir Ruud Huirne wil wel een totaalbeeld van de sector schetsen, al laat hij direct weten geen pluimveedeskundige te zijn. Hij kan dan ook niet het gouden ei produceren. De pluimveesector is sterk op de export gericht. De kostprijs is heel essentieel. Vrijwel alle voorgestelde maatregelen in het kader van welzijn, gezondheid en milieu zijn kostprijsverhogend. Dat betekent dat je Europa-wijd maatregelen moet nemen.
En daar is weinig heil van te verwachten. Overleg op Europees niveau over de minimumruimte voor leghennen heeft nog niet tot resultaten geleid, laat staan dat de optie die Apotheker nastreeft - een verbod op de legbatterij - nabij is
Op strengere voorschriften op het gebied van welzijn en milieu zitten Zuid- en Oost-Europese landen al helemaal niet te wachten. Deze landen produceren verder, met goedkope huisvestingssystemen en goedkope arbeid, zonder aandacht voor welzijn en milieu
Dat schetst direct het dilemma. Als Nederland koste wat het kost de sector saneert, dan schiet de maatschappij er per saldo nog niets mee op. Dan is het hier op orde: minder kippen, die voldoende bewegingsvrijheid hebben, die niet meer mest produceren dan waar afzet voor is en die op het gebied van welzijn en gezondheid in orde zijn
Prompt neemt het buitenland dan de oorspronkelijke productie over, waardoor per saldo de kip er niet op vooruitgaat. Maar ons straatje is dan schoon, zegt Huirne cynisch
Hij constateert dat Nederland af moet van het bulkproduct. Bulkproductie betekent immers concurrentie op de kostprijs. Daarbij gaat het niet zozeer om de hoeveelheid als wel om naam- en zelfs merkloze producten. Vlees of eieren die anoniem bij de slager liggen, hebben steeds minder toekomst. Daarmee kun je moeilijk concurreren. Het is beter om in ketens te produceren voor lokale markten.
Toch geeft de bedrijfseconoom toe dat produceren voor een paar niches in de markt geen oplossing is voor de hele sector. Wat dan wel, dat weet hij niet. Misschien is het toch een collectief belang om de sector in te krimpen. Maar een maximum stellen aan het aantal kippen in Nederland mag niet het doel van het beleid zijn. Je moet eisen stellen aan het productieproces, de output, wat betreft diergezondheid, ziekte en milieu. Met betere productietechnieken, ander voer, kun je een heel eind komen. Maar als dat allemaal niet werkt, dan is toch krimp nodig.
Daarbij verwacht Huirne van de recente maatregel van de minister wel wat ruggensteun. De druk op de sector leidt ongetwijfeld tot extra creativiteit, vanuit de agribusiness, de landbouwmechanisatie, de stallenbouw en de veterinaire hoek. Iedereen zal na gaan denken over oplossingen.

Re:ageer