Wetenschap - 29 oktober 1998

Plantenveredelaar Stam: Ik ben niet bang dat de beschikbare genenpool uitgeput raakt

Plantenveredelaar Stam: Ik ben niet bang dat de beschikbare genenpool uitgeput raakt

Plantenveredelaar Stam: Ik ben niet bang dat de beschikbare genenpool uitgeput raakt
Veredelen op maat: SG-cyclus over agrobiodiversiteit
De grote uniformiteit van moderne rassen maakt gewassen kwetsbaar. Soms wordt beweerd dat moderne rassen al hun weerstand hebben verloren. Flauwekul, vindt hoogleraar plantenveredeling dr ir Piet Stam. Veredelaars hebben allerlei resistenties in moderne rassen ingebracht. Bovendien is de genetische diversiteit de laatste decennia in Nederlandse rassen helemaal niet sterk teruggelopen. Maar de diversiteit in het rassenaanbod is wel erg beperkt. Biologische landbouwers willen dat juist op dit niveau de agrobiodiversiteit toeneemt
Moderne plantenveredelaars kruisen en selecteren planten om de opbrengst te verhogen onder standaardomstandigheden. Kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen hebben die standaardisering mogelijk gemaakt. In deze geindustrialiseerde landbouwsystemen neemt de agrobiodiversiteit af. Daarmee worden de eigen bestaansvoorwaarden voor de landbouw ondergraven en is zij met andere woorden niet duurzaam, zo luidden de eerste zinnen van de aankondiging van de lezingencyclus Veredelen op maat die de werkgroep Technologie en agrarische ontwikkeling (TAO) in september samen met Studium Generale organiseerde. Die stelling leverde veel discussie op
Dat nu heel uniforme rassen geteeld worden, wil niet zeggen dat de genetische variatie die veredelaars kunnen benutten klein is. Ik ben niet zo bang dat de beschikbare genenpool uitgeput zal raken, stelt prof. dr ir Piet Stam van het Laboratorium voor Plantenveredeling enige weken na de cyclus. Veredelaars kunnen putten uit landrassen - niet-uniforme, aan het land aangepaste boerenrassen. Die worden elders in de wereld nog geteeld of zijn opgeslagen in genenbanken. Verder kunnen veredelaars gewassen kruisen met wilde verwanten. Er wordt wel eens beweerd dat moderne rassen al hun weerstand hebben verloren en dat we terug moeten naar oude rassen. Dat is flauwekul. Veredelaars hebben hun best gedaan om resistenties in te brengen. Dat ingekruiste resistenties hun effectiviteit soms verliezen is het gevolg van evolutie van de ziekteverwekker. Daarom richt ons onderzoek zich op duurzame vormen van resistentie.
De grootste vernauwing van de genetische variatie in moderne rassen vond al plaats toen de professionele veredeling een kleine eeuw geleden op gang kwam, meent Stam. Toen werd een divers aanbod van landrassen vervangen door een beperkt aantal homogene rassen. Plantenveredelaar dr ir Herman van Eck meent zelfs dat de grootste vernauwing nog eerder heeft plaatsgevonden, namelijk tijdens het domesticeren van wilde planten. We halen nu genen uit wilde soorten waarvan we het jammer vinden dat die bij de domesticatie verloren zijn gegaan, zei hij tijdens de SG-cyclus. Op het Laboratorium voor Plantenveredeling laat Stam een voorbeeld van die vernauwing zien: gecultiveerde tomaten bezitten nog geen tiende van de genetische variatie die in wilde tomaten aanwezig is
Botersla
Plantenveredelaar dr ir Rients Niks in zijn SG-lezing: Er zijn allerlei kruisingen gemaakt met wilde tomatenrassen waardoor vooral resistentiegenen ingekruist zijn; het moderne gewas bezit veel meer resistentiegenen dan een traditioneel ras. Van de tomaat was het uitgangsmateriaal erg uniform; de genetische basis is heel smal omdat er heel lang geleden waarschijnlijk maar weinig tomaten geimporteerd zijn.
Dat de afgelopen decennia niet per definitie een beperking van de genetische diversiteit heeft plaatsgevonden, laat ook een onderzoek bij gerst zien. Op DNA-niveau werd de genetische diversiteit van de huidige gerstrassen vergeleken met rassen uit de jaren dertig. Er was geen verschil
Een bezoeker van de lezingencycles meende zelfs dat de genetische diversiteit in sommige gewassen is toegenomen door moderne veredeling. Hij stelde dat de grote variatie is sla juist is ontstaan door de veredeling door de mens. Juist bij planten die aan onze aandacht ontsnappen, de kleinere gewassen, ontstaat genetische erosie.
Morfologisch gezien is er veel variatie, beaamt Stam. Zo heb je bijvoorbeeld botersla, eikenbladsla en ijsbergsla. Dat wil echter niet zeggen dat er veel genetische variatie in andere eigenschappen is. Stam: Wat dat betreft kunnen die verschillende soorten sla heel uniform zijn. Bij de tomaat is die genetische variatie onderzocht. Ondanks de smalle genetische basis van de moderne tomaat heb je veel morfologische verschillen. Zo heb je trostomaten, cherrytomaten en vleestomaten
Spraken de onderzoekers van het Laboratorium voor Plantenveredeling tijdens de SG-cyclus voornamelijk over genetische diversiteit, de biologische landbouw wil aandacht voor een ander aspect: de agrobiodiversiteit op het niveau van het rassenaanbod. Ook de boeren van de Zeeuwse Vlegel, die tarwe telen met een goede bakkwaliteit, en onderzoekers van de LUW-werkgroep TAO vragen daar om. Voor ons ligt de uitdaging vooral in het vergroten van de diversiteit aan rassen. Daar willen we de beschikbare genenpool voor gebruiken, vertelt ir Joost Jongerden, een van de organisatoren van de Studium Generale-cyclus
Het doel van de commerciele veredeling is met zo min mogelijk moeite een nieuw ras op de markt te brengen. Een hoogproductieve ouderlijn wordt gecombineerd met een gewenste eigenschap, meestal ziekteresistenties, stelt Jongerden, van huis uit socioloog. Maar als er een nieuwe ziekte ontstaat, is het mogelijk dat die uniforme rassen daar allemaal vatbaar voor zijn
Volgens Jongerden is de modernisering in de Nederlandse landbouw te ver doorgeschoten. De grote omvang van het areaal waarop in Nederland slechts enkele rassen van een gewas worden geteeld, zorgt voor een lage agrobiodiversiteit. Zo worden op tachtig procent van het wintertarwe-areaal slechts drie rassen geteeld
Berglandbouw
In een land als Oostenrijk was het doorvoeren van zo'n sterke standaardisering van de landbouw niet mogelijk, omdat daar het land niet zo uniform is, vertelt Jongerden. Je hebt er bijvoorbeeld berglandbouw. Ook in ontwikkelingslanden is een sterke standaardisering niet mogelijk, omdat daar geteeld wordt op verschillende hoogtes en omdat bijvoorbeeld de regenval door het jaar heen veel sterker varieert. Ook in de biologische landbouw varieren de teeltomstandigheden veel sterker. Biologische boeren hebben bijvoorbeeld allemaal hun eigen nutrientenbeheer. Onder minder uniforme omstandigheden is een eigenschap als opbrengststabiliteit, de kans op een goede opbrengst onder extremere omstandigheden, heel belangrijk
Vergelijkingen hebben laten zien dat moderne rassen ook voor de biologische landbouw beter zijn dan traditionele rassen. Maar moderne rassen kunnen nog wel verbeterd worden voor de biologische landbouw, vertelde ir Edith Lammerts van Bueren van het Louis Bolkinstituut in haar lezing. Een biologische veredeling zou bijvoorbeeld meer moeten selecteren op het onkruidonderdrukkend vermogen. Ook wil de biologische landbouw graag een modern tarweras met langer stro. Biologische boeren gebruiken namelijk niet alleen de zaadkorrels van tarwe, ook het stro is voor hen een belangrijk product
Het commerciele veredelingsbedrijf Advanta heeft al interesse getoond in veredeling van rassen voor de biologische landbouw. Het bedrijf gaat samen met biologische landbouwers bekijken of er tussen zijn eigen veredelingslijnen van moderne rassen al planten zitten die goed scoren op kenmerken die voor de biologische landbouw van belang zijn. In eerste instantie wil Advanta aan de slag met tarwe, groenbemesters, grassen, uien en mais
Chromosoom
Na de lezing van Lammerts van Bueren kwam uit de zaal de vraag of het onderzoek op de LUW niet meer aandacht moet besteden aan een andere veredeling, voor bijvoorbeeld de biologische landbouw. Daar zijn interessante wetenschappelijke vragen voor te formuleren, meent Stam. Zijn onderzoeksgroep is al bezig om uit te zoeken of er een genetische basis bestaat voor de eigenschap opbrengststabiliteit, of dat die eigenschap vooral te bereiken is door mengrassen te ontwikkelen
Een eigenschap als opbrengststabiliteit is echter traditioneel heel lastig voor veredelaars, aldus Stam. Bij resistenties die op een gen berusten kan een veredelaar de resistente planten makkelijk onderscheiden van de planten zonder resistentie. Bij een eigenschap als opbrengststabiliteit, waar meerdere genen bij betrokken zijn, is dit niet goed mogelijk. Die genen hebben allemaal hun eigen invloed op de aanwezigheid van de eigenschap; hoe meer van deze genen, hoe meer opbrengststabiliteit
Moderne DNA-merkertechnieken zorgen nu voor nieuwe mogelijkheden om eigenschappen waarbij meer genen betrokken zijn in te kruisen. Met statistische technieken zijn correlaties te vinden tussen een stuk chromosoom en een eigenschap. Stam: We proberen met behulp van een genetische kaart en DNA-merkers stukken van het chromosoom van de plant te vinden die belangrijk zijn voor de opbrengst. En die gebieden blijken er te zijn. Het lijkt erop dat de expressie van deze genen afhankelijk is van de milieu-omstandigheden. Daardoor komen van jaar tot jaar verschillende genen tot expressie. Bij een lage stikstofbemesting worden andere genen ingeschakeld dan bij een hogere
De merkertechnologie is een fantastisch hulpmiddel om de rijke genenvoorraad beter te exploiteren, zegt Stam. Ik zie de toekomst zonnig in. We zijn nu beter in staat om gewenste genen uit de genenpool te vissen.
Volgens Stam maakt deze ontwikkeling het technisch heel goed mogelijk om moderne rassen aan te passen voor biologische teeltomstandigheden. Grootste probleem vindt hij echter dat de commerciele veredeling dit niet zo snel zal oppakken. Als je als maatschappij wilt dat deze rassen ontwikkeld worden, dan moet er overheidsgeld bij.
Jongerden is daar minder somber over: Veredelen is vooruitzien. Het ontwikkelen van een nieuw ras duurt zo'n tien tot vijftien jaar. Veredelaars moeten goed kijken naar potentiele toekomstige ontwikkelingen. Ontwikkelingsopties openhouden voor het moment dat de biologische landbouw verder groeit en er serieus werk wordt gemaakt van een verduurzaming van de landbouw. Dan zijn de succeselementen uit de biologische veredeling te gebruiken voor de veredeling in de gangbare landbouw. De grotere aandacht voor kwaliteit in alternatieve veredeling kan bijvoorbeeld interessant zijn voor de gangbare landbouw
Autorijles
En moet er meer aandacht komen voor biologische veredeling in het onderwijs, vroeg een bezoeker van de cyclus. Stam zag daar geen reden voor. Ons primaire doel is mensen opleiden in de veredeling, die op wetenschappelijke inzichten stoelt. Het maakt ons bij wijze van spreken niet uit waar ze het voor gebruiken. Studenten kunnen met hun opleiding evengoed terecht in de biologische als in de reguliere veredeling. Van Eck beaamde dat: Je geeft biologische boeren toch ook geen biologische autorijles?
Lammerts van Bueren was het daar niet mee eens. Je moet voor veredeling voor biologische landbouw meer vanuit de complexiteit denken, bijvoorbeeld vanuit de bodem als levend systeem. Waarop iemand uit de zaal betoogde dat er ook geen apart onderwijs is voor tropische veredeling. Ik heb jaren in de tropen veredeld en daar heb je meer agronomische kennis nodig dan hier. Je kan daarvoor als student keuzevakken doen in de agronomie.

Re:ageer