Wetenschap - 7 december 1995

Plantaardige produktie kan niet sneller bezuinigen

Plantaardige produktie kan niet sneller bezuinigen

Sector bouwt schuld op van vijf miljoen gulden

De dertien vakgroepen van de sector Plant- en gewaswetenschappen, voorheen Plantaardige produktie, moesten begin 1994 plots 7,5 miljoen gulden bezuinigen. Daarvan is nu pas anderhalf miljoen gerealiseerd. Sneller bezuinigen kon niet, leggen sectormedewerker D. van Klinken en hoogleraar dr L.H.W. van der Plas uit. De komende twee jaar zal de sector vier miljoen bezuinigen, maar intussen groeit een forse schuld.


Bezuinigen aan de LUW was de afgelopen jaren synoniem met ingrijpen in de sector Plant- en gewaswetenschappen (Pgw). De teeltvakgroepen, bosbouw en de vakgroepen in de gewasbescherming en botanie kregen begin 1994 de rekening gepresenteerd voor de geleidelijke daling van het aantal studenten. Uit nieuwe capaciteitsberekeningen bleek dat de sector 7,5 miljoen gulden te veel uitgaf. Ter vergelijking: de andere vier sectoren van de LUW gaven samen 2,5 miljoen te veel uit.

Dat tekort kon de sector natuurlijk niet in een jaar tijd wegwerken; er moest overtollig personeel worden aangewezen. Voor de hele universiteit stelde het college van bestuur een bedrag van 25 miljoen gulden beschikbaar voor sociaal beleid, het leeuwedeel uiteraard te besteden door Plant- en gewaswetenschappen. De aanname was dat de personeelsreducties op de LUW gemiddeld 2,5 jaar in beslag zouden nemen.

Sindsdien luiden leden van de universiteitsraad regelmatig de noodklok: de Pgw-vakgroepen bezuinigen niet, hebben zelfs nog geen bezuinigingsplannen. Het college zinspeelde de afgelopen maanden op het opheffen van vakgroepen, teneinde krimpplannen af te dwingen. En een maand geleden schreef WUB-columnist Vilitzer: Daar is nooit een kubieke meter van zijn plaats gezet, nimmer een halve gulden bezuinigd.

Onjuist, oordeelt de financiele deskundige van het sectorbureau Plant- en gewaswetenschappen, D. van Klinken. Voor personeel in 1995 had de sector op 1 januari 31 miljoen gulden begroot; op 1 december is de prognose 29,5 miljoen. Dit jaar is dus anderhalf miljoen gulden bezuinigd. Voor volgend jaar hebben we een bezuiniging van 1,6 miljoen begroot; in 1997 verwachten we een krimp van 2,5 miljoen. Eind 1997 hebben we dan bijna zes miljoen bezuinigd."

Dat neemt niet weg dat de sector financiele problemen heeft. Op 1 januari 1995 had de sector een begrotingstekort van 1,7 miljoen. Dat tekort betekent dat de uitgaven 1,7 miljoen gulden hoger waren dan de toegestane personele capaciteit pl245s het budget voor sociaal beleid. Per januari 1996 is dit tekort opgelopen tot vijf miljoen gulden, meldt Van Klinken. De sector bezuinigt minder snel dan het bestuur aanvankelijk haalbaar achtte.

Verdeelmodel

Om duidelijk te maken waarom de sector Plant- en gewaswetenschappen niet sneller kan bezuinigen, heeft Van Klinken de plantenfysioloog prof. dr L.H.W. van der Plas uitgenodigd zijn relaas te doen. De vakgroep Plantenfysiologie moet zes personeelsplaatsen bezuinigen. Dat aantal was in oktober vorig jaar definitief duidelijk", aldus Van der Plas.

Hij legt uit dat de sector bijna een jaar heeft overlegd met het bestuurscentrum over de krimp per vakgroep. De onderzoekstaken die waren vastgelegd in de onderzoekscholen waren groter dan het onderzoeksbudget van het college. Dat kon niet en daarom moest het verdeelmodel van het college worden aangepast. De sector heeft het bezuinigingsproces niet vertraagd."

Van der Plas wilde eerst precies weten hoe groot de krimp was, omdat de omvang mede bepaalt welke taken je schrapt." Hij schreef het formatieplan voor de vakgroep in december 1994. Dat plan is in februari besproken en in maart 1995 goedgekeurd door het vakgroepsbestuur." Zo'n formatieplan moet worden getoetst op zijn inhoudelijke en juridische consistentie, legt de hoogleraar uit. Na het vakgroepsbesluit bogen daarom de dienstcommissie, de afdeling Personeelszaken en het college van bestuur zich over het plan. Van der Plas kreeg pas eind juli groen licht van het college.

De vervolgstap was het schrijven van een personeelsplan: welke personen krijgen ontslag? Eerlijk gezegd had ik dat plan grotendeels al geschreven, vooruitlopend op het collegebesluit, zodat er geen tijd verloren ging."

Omdat de personeelsreductie bij de vakgroep niet haalbaar was langs natuurlijke weg (vertrek van medewerkers, vut, beeindiging van tijdelijke contracten), moest Van der Plas overgaan tot reorganisatie-ontslag. Dat vereist een uiterst zorgvuldige procedure; het ontslag moet juridisch waterdicht zijn. Na veelvuldig overleg met de afdeling Juridische en algemene zaken volgde eind oktober de goedkeuring.

Op 1 november 1995 reikte Van der Plas de ontslagbrieven uit. De eerste zes maanden heeft de universiteit dan nog een herplaatsingsverplichting voor deze mensen; daarna is er een opzegtermijn van drie maanden. De bezuiniging is dus op 1 augustus 1996 geimplementeerd." Een zorgvuldige procedure duurt anderhalf jaar en is niet te versnellen, concludeert Van der Plas.

Stemmen

Andere vakgroepen hebben er langer over gedaan om te komen tot een bezuinigingsplan. Dat formatieplan is een openbaar stuk, dat door het vakgroepsbestuur moet worden goedgekeurd", aldus Van der Plas. Dan heb je het over functies, maar iedereen voelt wel aan welke personen ter discussie staan. Je praat dus over je eigen ontslag of dat van een collega. Bij het stemmen over mijn formatieplan heeft een aantal mensen zich van stemming onthouden, omdat ze niet voor ontslag van een collega wilden stemmen. Degenen om wie het ging, stemden natuurlijk tegen. Het formatieplan werd breed gedragen, maar dat was niet bij alle vakgroepen zo. Dan denk je wel eens: waar dwing je zo'n vakgroep toe; je kunt de vakgroep beter opheffen en een nieuwe opzet maken."

Inmiddels hebben bijna alle vakgroepen bij Plant- en gewaswetenschappen een personeelsplan, ofwel een lijst met namen. De bezuinigingen die daaruit voortvloeien, zullen in 1996 en 1997 een feit zijn. Dat heeft te maken met afspraken. Zo zijn er personeelsleden die in 1997 met de vut kunnen gaan. Zowel de universiteit als het personeelslid hebben dan weinig behoefte aan een reorganisatie-ontslag in 1996.

Eind 1997 heeft de sector dus bijna zes miljoen bezuinigd. Dat is minder dan de oorspronkelijke 7,5 miljoen, maar dat komt door een toename van de onderwijs- en onderzoeksprestaties in de sector. Sinds 1993 trekken sommige studies in deze sector meer studenten en is het aantal promoties toegenomen. Volgens het rekenmodel voor onderwijs- en onderzoeksbelasting mag de sector in 1996 zelfs weer groeien.

Het college van bestuur wil volgend jaar echter geen extra geld aan de sector besteden. Het college wil van het rekenmodel af en het onderwijs gaan bekostigen via onderwijs- instituten. Als die meer onderwijs gaan inkopen bij vakgroepen van Plant- en gewaswetenschappen, krijgt de sector vanzelf meer armslag.

Daar staat tegenover dat het college ook op onderwijs bezuinigt en nog een schuldregeling met de sector moet treffen over het huidige tekort van vijf miljoen gulden. Vooralsnog blijven de Pgw-vakgroepen dus met financiele problemen kampen.

Re:ageer