Wetenschap - 9 november 1995

Perspectief banen voor ingenieurs verbetert

Perspectief banen voor ingenieurs verbetert

De arbeidsmarkt voor landbouwkundig ingenieurs trekt de komende jaren flink aan. Een deel van de groei wordt verklaard door de uitstroom van ouderen. Dit blijkt uit een studie van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), verbonden aan de Rijksuniversiteit Limburg.


De werkgelegenheid voor ingenieurs in landbouw- en milieuwetenschappen zal met elfhonderd arbeidsplaatsen, dat is 4,5 procent, groeien en behoort daarmee tot de top drie van de groeisectoren. De werkgelegenheid voor deze categorie groeide de afgelopen jaren al gestaag met 3,1 procent.

De vervangingsvraag, dus de banen die vrijkomen omdat ouderen vertrekken, levert voor de ingenieurs nog eens zeshonderd extra arbeidsplaatsen op. Dat is volgens het ROA-onderzoek relatief weinig. Het ROA concludeert dat het perspectief voor afgestudeerden van de Landbouwuniversiteit goed is.

Het ROA berekende een jaarlijkse groei van krap 350 banen. Hier tegenover staat dat in Wageningen nu viertienhonderd ingenieurs werk zoeken. Daarvan zijn er 350 langer dan een jaar werkloos. Jaarlijks studeren er de komende jaren ongeveer vijfhonderd ingenieurs af.

Het ROA onderscheidt 93 beroepsklassen en 79 opleidingstypen. Daarbij moet worden aangetekend dat de ROA-indeling niet alle Wageningse opgeleiden in een categorie plaatst. De biologen en ingenieurs in mens- of maatschappijwetenschappen vallen buiten de eerder genoemde berekening. Voor de hele arbeidsmarkt gaat het om een kwart miljoen nieuwe banen en een miljoen banen die vrijkomen omdat ouderen stoppen met werken.

Re:ageer