Wetenschap - 9 april 1998

Persoonlijk zit ik er niet mee als de rog uit de Noordzee verdwijnt

Persoonlijk zit ik er niet mee als de rog uit de Noordzee verdwijnt

Persoonlijk zit ik er niet mee als de rog uit de Noordzee verdwijnt
RIVO-directeur bekijkt de Noordzee door een productie-ecologische bril
Visserij vernietigt biodiversiteit Noordzee, kopte het WUB vorige week. RIVO-directeur Jan Willem Henfling houdt, wetenschappelijk gezien, niet van dergelijke uitspraken. Je kunt geen vis oogsten zonder in te grijpen in het ecosysteem. Hij denkt dat het nog wel meevalt met de biodiversiteit van de Noordzee. Bovendien noemt hij het visserijbeleid innerlijk tegenstrijdig
Een woordvoerder van onderzoeksfinancier NWO klinkt, een week na dato, nog steeds wat gebelgd. U bent een van de eerste journalisten die over dit onderwerp belt. Ons persbericht stelde dat de directe en indirecte effecten van de visserij mede de oorzaak zijn van langetermijnveranderingen in de visstand van de Noordzee. Mede, terwijl het desbetreffende rapport op pagina 370 meldt dat de onderzoekers hebben ontdekt dat die veranderingen to a great extend moeten worden toegeschreven aan de visserij... Dat is toch wat anders, he?
Hij verzucht dat het niet vaak voorkomt dat persberichten minder spectaculair zijn dan de onderzoeksresultaten waarover ze berichten. Zijn afdeling heeft in de clinch gelegen met het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO-DLO) over de precieze formulering. Dat instituut had gestaan op de omzichtige formulering
Het EU-onderzoek Impact II is eind maart aangeboden aan de Europese Commissie. Uit het rapport blijkt dat de samenstelling van de visstand in de Noordzee drastisch is veranderd. Met name soorten die wat lang over de voortplanting doen zijn in aantal afgenomen. De oorzaak, zo meldde NIOZ-onderzoeker dr Han Lindeboom vorige week in het WUB, ligt bij de visserij. Met name bij de zogenaamde boomkorvisserij: die woelt met kettingen de zeebodem om, vernielt kwetsbare bodemdiertjes en jaagt ook commercieel oninteressante soorten de netten in. Lindeman vindt dat er maatregelen nodig zijn om de oorspronkelijke biodiversiteit in de Noordzee enigszins te herstellen. Hij is bezorgd
Milieubeweging
RIVO-directeur dr Jan Willem Henfling blijkt minder geschokt en erkent dat hij hechtte aan de term mede verantwoordelijk in het persbericht. Inderdaad staat in het rapport de term to a great extend, maar wat is dat? Is dat dertig procent, veertig? Het is geen feitelijke, geen wetenschappelijke uitspraak.
Geen reden tot paniek dus? Allereerst moet ik opmerken dat de genoemde soorten als haaien en roggen niet zijn verdwenen. Ze komen nu in lagere aantallen voor. Dat is wat anders. Ik wijs er ook op dat je niet kunt oogsten zonder in te grijpen in ecosystemen. Je kunt geen tarwe van het land halen en de planten laten staan. Natuurlijk, erkent hij ruiterlijk, is er verschil tussen zijn instituut en het NIOZ. Het RIVO bekijkt de problematiek in de Noordzee door een productie-ecologische bril. Het NIOZ benadert de zaken meer vanuit het perspectief van de milieubeweging
Ik weiger te spreken over schade aan eco-systemen. Dat is een niet-wetenschappelijke uitspraak. Schade is een economische term. Schade moet je kunnen kwantificeren. Wat is een zeeanemoon waard? Sinds de Leidse econoom Hueting in 1970 promoveerde op een onderzoek naar wat de natuur ons waard is, weten we dat nog steeds niet.
De vraagstelling vanuit de productie-ecologie moet luiden: wat levert de visserij op en wat zijn de neveneffecten, meent Henfling. Je ziet dat de samenleving vis waardeert. Vis is goed, vis is gezond, vis is scharrel en er wordt steeds meer van geconsumeerd. De Noordzee is bovendien schoner dan enkele decennia geleden; je moet zeker dertig kilo naar binnen werken om een schadelijke hoeveelheid residuen in je lichaam te krijgen. Dat redt zelfs een aalscholver niet. Bovendien is de bron in principe onuitputtelijk.
Zonde
Natuurlijk is er bij de visserij een bijvangst die weer overboord wordt gezet. Dat hoort erbij. Dat is zonde en ook vissers, misschien wel juist vissers, willen die niet aan te landen bijvangst terugdringen. Een deel van die zinloze bijvangst wordt overigens veroorzaakt door de wetgever. Als een visser wiens quotum aan schol op is bij het vissen op tong een flinke hoeveelheid schol in zijn netten krijgt moet dat overboord. Die schol sterft uiteindelijk. Voor veel vissers is dat zonde, in de meest letterlijk christelijke betekenis van het woord.
Henfling benadrukt dat het moderne vistuig heel efficient is, maar dat niet te voorkomen is dat te kleine vis in de netten achterblijft. Een net strekt zich in het water waardoor de maaswijdte afneemt, of de mazen raken verstopt door wier. De ondermaatse vis moet echter overboord
Henfling bestrijdt niet dat verandering van de biodiversiteit een neveneffect van de visserij is. Natuurlijk, maar is dat erg? Wat is de oorspronkelijke situatie eigenlijk? Moet de oeros terug in de Nederlandse bossen; is het nuttig dat er edelherten lopen op de Veluwe? Op de hei in Bussum lopen nu witte koeien. Ik vond de herder met de schaapjes vroeger ook mooi. Dat voorkwam ook dat de hei vergraste. Koeien zijn misschien wat efficienter. Maar als je grote grazers introduceert in de bossen, moet je dan ook niet de wolf introduceren? Wat is, vraagt Henfling zich min of meer retorisch af, eigenlijk de ideale Noordzee? Hoe zag die Noordzee er vroeger uit?
Persoonlijk zit ik er niet mee als de rog uit de Noordzee verdwijnt of in aantal afneemt, zegt de RIVO-directeur, hoewel hij graag een roggenvleugel mag eten. Hij constateert echter dat het visserijbeleid innerlijk tegenstrijdig is: enerzijds moet de biodiversiteit worden bevorderd, anderzijds moet de visserij een efficiente, rendabele bedrijfstak blijven. Henfling: Je kunt niet zowel het een als het ander volledig nastreven. Het probleem is bovendien dat het visserijbeleid, onder onvoldoende parlementaire controle, in Brussel wordt geformuleerd en dat Nederland zich alleen met de uitvoering mag bezighouden.
Objectiviteit
Afgezien van vangstquota, zeedagen en minimale maten is er weinig concreets, weinig controleerbaars gedefinieerd in de visserijregelgeving, meent Henfling. Hoe meet je een toe- of afname van de biodiversiteit? Ik denk nog steeds dat in de Noordzee de biodiversiteit niet minder is dan een paar jaar geleden, al geef ik onmiddellijk toe dat de abundantie van sommige soorten is afgenomen. Maar hoe objectief zijn die getallen eigenlijk?
Mijn bezwaar tegen dit soort EU-rapporten is dat ze de schijn van objectiviteit hebben. Ze zijn echter niet voorgelegd aan peers, zelfs niet aan ons eigen projectbureau dat al ons onderzoek zorgvuldig screent, juist op die wetenschappelijke feiten. Hoe zorgvuldig ook gedaan, die rapporten - ook dit rapport - zijn niet helemaal wetenschappelijk verantwoord.
Als de politiek echter formuleert dat de aanwezigheid van bepaalde soorten in de Noordzee nastrevenswaardig is, dan is Henfling gaarne bereid om met zijn RIVO uit te zoeken hoe dat het beste kan. Kijk, vanuit het oogpunt van biodiversiteit denk ik dat visserijvrije zones niet zinnig zijn. Je moet beseffen dat in zo'n zone niet de aantallen van alle vissoorten zullen toenemen. Sommige soorten zullen immers andere opvreten of wegconcurreren. We weten niet hoe zoiets zich ontwikkelt.
Vanuit onderzoeksoogpunt zijn zulke zones dus wel zinnig. Op die plaatsen kunnen we, samen met de collega's van het NIOZ, nagaan wat daar gebeurt met de populatie. Aangezien alle zeewezens een of andere fase van hun leven zwevend of zwemmend in het water doorbrengen zal er zeker een uitstraling uitgaan naar de rest van de Noordzee.
Ik denk dat een dergelijk gebied de vangstmogelijkheden voor de vissers niet erg aantast. Sterker, langs de randen van die gebieden vangen ze misschien makkelijker vettere vis. Zo'n gebied moet echter wel een beetje omvangrijk zijn. En dat betekent dat de vissers moeten omstomen, ze moeten meer mijlen maken om hun vis te vangen en dat is duur. Maar nogmaals: als er een heldere vraag wordt geformuleerd willen wij best meewerken. Uit het oogpunt van onderzoek vind ik zo'n visserijvrije zone zelfs heel interessant. Aan dat, overigens kostbare, onderzoek doen wij mee als het ons wordt gevraagd. Graag zelfs.

Re:ageer