Wetenschap - 23 mei 1996

Peper: LUW en DLO onder een bestuur

Peper: LUW en DLO onder een bestuur

De Landbouwuniversiteit en de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) moeten fuseren tot een holding. Daaronder dienen twee werkmaatschappijen te ontstaan: een voor wetenschappelijk onderwijs en een voor vraaggestuurd onderzoek. Dit schrijft dr Bram Peper in zijn advies Duurzame kennis, duurzame landbouw, dat hij op 15 mei aanbood aan minister Van Aartsen.


Peper wil de naam Wageningen verder ontwikkelen tot een centrum van wereldniveau. Daartoe moeten wetenschappelijk onderwijs en onderzoek een eigen dynamiek krijgen, schrijft hij. In een werkmaatschappij wil hij onderwijs en fundamenteel-strategisch onderzoek bundelen, in de andere moet het toegepaste onderzoek bijeen worden gebracht. Daartoe moeten enkele proefstations met deze DLO-poot integreren. De onderzoekscholen moeten zorgen voor de kennistransfer naar deze tweede werkmaatschappij, die klantgerichter moet gaan werken.

Volgens Peper is versnippering en overlapping van taken een groeiend probleem van het landbouwkundig onderzoek. De minister moet de organisaties daarom laten uitzuiveren door externe deskundigen. In de onderwijs-poot van de holding moet het contractonderzoek drastisch worden verminderd. Daar moet vooral nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek plaatsvinden.

Voorts wil Peper meer samenhang van onderwijs en onderzoek rond de thema's agrarische produktiekolom en groene ruimte. Daartoe moeten de beta- en gamma-wetenschappen meer samenwerken. Het aantal wetenschappelijke opleidingen aan de LUW moet afnemen, evenals het aantal vakgroepen en leerstoelen, stelt Peper.

De twee werkmaatschappijen moeten worden bestuurd door de Wageningse holding, die bestaat uit een raad van bestuur van hooguit drie personen en een kleine staf. Een raad van toezicht van maximaal twaalf personen controleert dit bestuur. Binnen de holding wordt gewerkt met een centrale ondernemingsraad, stelt Peper voor. Deze opzet is mogelijk zodra minister Ritzen zijn wet Modernisering universitaire bestuursstructuur (MUB) door de Tweede Kamer weet te loodsen.

Pepers meest drastische advies is de fusie van de vijf agrarische hogescholen in Nederland. Omdat de studentenaantallen afnemen en de hogescholen met elkaar concurreren, moet een bestuur de opleidingen in Leeuwarden, Dronten, Velp, Delft en Den Bosch aansturen. Ook de LUW kampt met dalende studentenaantallen, maar Peper ziet een groeimarkt in de tweede-faseopleidingen van de universiteit. De nieuwe klantenkring moet bestaan uit gesjeesde beta-studenten, die behoefte hebben aan een praktijkgerichte context, en buitenlandse studenten.

Volgens de adviseur bestaat er een groot draagvlak voor deze reorganisatie bij de spelers in het veld. Peper organiseerde in januari en februari een viertal workshops met deskundigen en ontmoette daar een grote betrokkenheid en openhartigheid. De reorganisatie moet snel worden uitgevoerd, meent Peper. De nieuwe holding-structuur voor Wageningen moet begin 1997 gereed zijn en de verdere uitwerking moet twee tot vier jaar in beslag nemen.

Peper denkt vijftig a honderd miljoen gulden te kunnen besparen met de reorganisatie, uitgaande van een totale begroting van 1,2 miljard gulden voor LUW, DLO, het praktijkonderzoek, de landbouwvoorlichting en de agrarische hogescholen. Met het vrijkomende geld moet Van Aartsen de reorganisatie bekostigen, vindt Peper. Daarbij moet de minister een werkgelegenheidsgarantie afgeven.

Minister Van Aartsen meldde bij de presentatie van het advies dat dit rapport zeker niet in een bureaula verdwijnt. Hij wil een New Deal voor de landbouw en stemt in met de holding-structuur voor Wageningen. Van Aartsen zal begin juni met zijn voorstel komen, dat hij nog dezelfde maand met de Tweede Kamer wil bespreken. De Kamer maande de minister in januari van dit jaar tot een actiever beleid, omdat het project Kenniscentrum Wageningen van LUW en DLO te weinig voortgang boekte. Peper stelt nu voor dat de minister de centrale regie gaat voeren over de reorganisatie.

Re:ageer