Wetenschap - 3 juli 1997

Patentering past bij de industrie, niet bij de landbouw

Patentering past bij de industrie, niet bij de landbouw

Patentering past bij de industrie, niet bij de landbouw
Hardon neemt afscheid van de Wageningse genenbank
Genetisch materiaal is een erfenis van de mensheid, die genenbanken zorgvuldig moeten bewaren. Genetisch materiaal is ook bezit waar biotechnologen, politici, actievoerders en juristen om strijden. Landbouwkundigen moeten zich met de discussie over eigendomsrechten bemoeien, vindt Jaap Hardon. Na twaalf jaar neemt hij afscheid van de Wageningse genenbank
Aan de rand van Wageningen, een minuut fietsen van het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek, het CPRO-DLO, ligt een prachtig veldje. Er groeien tientallen varieteiten sla. Dieprode sla, geelgroene sla, donkergroene en lichtgele sla, sla met kleine krulletjes, met gekartelde bladeren, met ronde en met langwerpige bladeren, sappige sla, stevige sla, bittere en smaakloze sla, sla uit Egypte, uit Nederland, uit Azie en uit Latijns Amerika, bloeiende sla, sla die net is uitgeschoten, sla die nog moet uitgroeien..
Dit is de genenbank, zegt dr ir Jaap Hardon. Het unieke veldje geeft een indruk van wat verstopt zit in de donkere koelingen van het CPRO, in vijftienduizend zilverkleurige zakken: een enorme diversiteit aan slarassen, bietenrassen, uienrassen, aardappelrassen, tomaten- en koolrassen. Rassen waarmee nieuwe groenten zijn te verkrijgen met nieuwe resistenties, nieuwe smaken, nieuwe opbrengsten, nieuwe vormen en bloeitijden
De genenbank bewaart de zaden van al die varieteiten in koelingen. Dat is belangrijk, benadrukt Hardon, want wereldwijd gaat nog steeds genetisch materiaal verloren door de uitbreiding van de moderne landbouw.
Hardon werd in 1984 directeur van de toen net opgerichte Wageningse genenbank. Een functie die hij op een anarchistische manier vervulde. De medewerkers werden volledig vrijgelaten. En dat werkte blijkbaar, want de Wageningse genenbank staat internationaal hoog aangeschreven. Hardon heeft zich ook niet beperkt tot technische aspecten. In commissies binnen de FAO en de internationale landbouwkundige instituten lobbyt hij nog steeds volhardend voor vrije uitwisseling van materiaal. Op 4 juli neemt hij formeel afscheid van DLO
Oliepalm
De carriere van Hardon is verweven met de geschiedenis van genenbanken. Tussen 1964 en 1973 verzamelde hij varieteiten van de oliepalm voor de oliepalmveredeling in Maleisie. In die tijd verzamelden veredelaars nog alleen de varieteiten die ze zelf nodig hadden om te kruisen. Die houding veranderde toen in de tropen de moderne landbouw opgang deed en het besef groeide dat een enorme hoeveelheid waardevolle boerenrassen voorgoed verloren ging. Rond 1970 begonnen de eerste internationale landbouwkundige instituten met het systematisch verzamelen. De genenbanken die ze aanlegden werden niet opgezet voor eigen gebruik, maar voor het instandhouden van de gemeenschappelijke erfenis der mensheid, zoals dat in VN-kringen heet
In 1976 kwam Hardon bij DLO. Daar pleitte hij voor een flinke Nederlandse genenbank, die de banken in de tropen kon ondersteunen. In 1984 werd de genenbank opgericht. De groep, toen nog acht mensen, begon met het documenteren van het bij DLO aanwezige materiaal. Waar komen de zaden vandaan? Door wie zijn ze verzameld? Wat zijn de botanische en agronomische eigenschappen?
Begin jaren tachtig kregen meer landen een eigen genenbank. Het onderwerp agrobiodiversiteit trok zelfs zoveel belangstelling dat de wereldvoedselorganisatie FAO zich met het behoud van boerenrassen en wilde verwanten ging bemoeien. Internationaal werd afgesproken dat voor elk gewas een genenbank verantwoordelijk zou zijn. De Wageningers kozen voor bieten, kolen, wilde aardappelen en uien. Ze besloten echter niet alle bieten- of aardappelrassen uit de hele wereld naar Wageningen te halen, maar een internationale database te ontwerpen waarmee snel is na te gaan welke genenbank een varieteit heeft uit bijvoorbeeld een koud gebied, of uit een gebied met een bepaald virus. Inmiddels hanteren de meeste genenbanken dit Wagenings concept
Teloorgang
Hardon is gedeeltelijk tevreden met wat sinds 1976 is bereikt: Wij hebben nu een technisch redelijke genenbank. Maar ik ben van mening dat het een kleine genenbank is. En dat we dan ook steeds weer bedreigd worden met bezuinigingen... Nederland heeft toch een internationale verantwoordelijkheid voor de instandhouding van genetisch materiaal, gezien het belang van de zaadindustrie.
Ondersteuning van genenbanken in de tropen is geen overbodige luxe. Vorig jaar kwam de FAO met een treurigstemmend rapport. De genenbanken hebben weliswaar samen twee miljoen varieteiten verzameld, maar veel zaden zijn niet goed meer omdat koelingen ooit zijn uitvallen, of omdat de lucht te vochtig was. Daarnaast zijn honderdduizenden zaden nog niet gedocumenteerd. Een deel is niet te documenteren, omdat niet bekend is waar ze vandaan komen
Sommige verdwenen varieteiten hadden misschien unieke resistenties. Aangezien planten langzaam muteren zullen deze resistenties niet zo snel terug komen, verwacht Hardon. Het is echter moeilijk te bepalen hoe ernstig de teloorgang precies is. We weten niet hoeveel we hadden en we weten niet hoeveel we nu hebben. Dat maakt de discussie ook zo moeilijk. Met de DNA-merkertechnologie willen de genenbanken de variaties onderzoeken. Met meer inzicht in de diversiteit van de zaden is beter te bepalen welke varieteiten zinvol zijn om te bewaren
Wegpikken
De carriere van Hardon is ook verweven met de politieke strijd om zaden. Juist in de jaren dat de Wageningse bank werd opgericht, gaf de Canadese derdewereldgroep RAFI leiding aan protesten: de westerse zaadindustrie zou, met hulp van de genenbanken, zaden wegpikken uit de derde wereld waar de boeren ze eeuwenlang hadden geselecteerd. Dit om het materiaal later duur aan diezelfde boeren te verkopen als hybride of - nog erger - gepatenteerd zaad. Zo simpel was het natuurlijk niet, zegt Hardon. De zaadindustrie gebruikt immers ook veel rassen die door de boeren hier waren aangepast.
Maar Hardon heeft de kritiek wel serieus genomen. Eind jaren tachtig leidden de discussies tussen de genenbanken en derdewereldgroepen tot een aantal progressieve projecten, die Wageningen nu coordineert. In deze projecten krijgen boeren hulp bij het verbouwen en selecteren van traditionele rassen en gewassen. Doordat de boerenrassen niet alleen in genenbanken terecht komen maar ook in het veld blijven, houden de boeren er zeggenschap over. Voor die rassen krijgen de boeren als compensatie hulp van de genenbanken bij het selecteren
Hardon is enthousiast over deze aanpak. Waar boeren kwetsbaar zijn, zoals in de droge, bergachtige gebieden, doen de moderne varieteiten het niet. Traditionele rassen en gewassen zijn hier veel beter aangepast. In die landbouwsystemen is genetische varieteit ook heel belangrijk, net als de gewoonte van de boeren om hun eigen rassen te selecteren. Op het meerdaagse afscheidssymposium deze week buigt een vijftigtal collega's zich over vragen als Hoe kunnen we de lokale selectiecapaciteit van boeren versterken? en Kun je verbeterde rassen leveren en toch de genetische diversiteit in het veld behouden?
Halffabrikaten
Hardon: Samenwerking met boeren betekent nu vaak dat de boeren een nieuw ras testen. Maar je kunt ook verder gaan. Ik denk aan het leveren van een soort halffabrikaten, een populatie van genetisch diverse nakomelingen die de boeren in het veld verder selecteren. Voor veredelaars zou het een enorme gedachtenverandering betekenen, om al in zo'n vroeg stadium van het veredelingstraject boeren erbij te betrekken. Het hoeft ook niet overal. We moeten inzicht krijgen in de mogelijkheden van een continuum. Met aan het ene uiterste het leveren van kant-en-klare rassen. En aan het andere uiterste het leveren van de nakomelingen van de eerste kruisingen. Met Geografische Informatie Systemen is te achterhalen welke gebieden in de wereld overeen komen in natuurlijke omstandigheden. Boerenrassen uit bijvoorbeeld de Sahel zijn misschien te kruisen met boerenrassen uit droge berggebieden in Azie.
Zo'n decentraal veredelingssysteem is wel afhankelijk van vrije uitwisseling van genetisch materiaal. En dat is iets waar Hardon zich zorgen over maakt. Niet alleen patentering bedreigt de vrije uitwisseling, ook de Biodiversiteitsconventie. Volgens deze internationale afspraak uit 1993 is al het genetisch materiaal van het land waar het wordt gevonden
Hardon constateert dat de verkeerde mensen aan de haal zijn gegaan met de kritiek uit de jaren tachtig. Ik heb felle discussies gehad met ambtenaren uit Brazilie en Maleisie, die zeiden dat wij westerlingen hun land leegroofden. Ik zei dan: oke, wat verbouwen jullie? Tarwe uit het Midden-Oosten, soja en citrus uit Zuidoost-Azie, bonen uit de Andes, cacao uit de Amazone, oliepalmen uit West-Afrika... Er is in de landbouw een internationale afhankelijkheid van materiaal.
Voedselvoorziening
Natuurlijk, wij vinden wel dat een bedrijf dat een belangrijke eigenschap te gelde maakt het land of de groep waar het materiaal vandaan komt moet laten delen in de winst. Maar het ruwe materiaal is niet in geld uit te drukken. Daar moeten landen ook niet te veel illusies over hebben. Het CPRO heeft ook wel geroepen dat we geld moesten vragen voor ons materiaal. Ja, zeiden we dan, hoeveel?
Het probleem is dat de discussies over eigendomsrechten nu worden gevoerd door juristen, ambtenaren en politici, niet door landbouwkundigen. Wij moeten ons er als landbouwkundigen mee bemoeien, want we worden niet meer vertegenwoordigd. Patentering is ook zoiets. Het past bij de industrie, niet bij de landbouw. Het is toch van groot belang voor de voedselvoorziening dat een belangrijke eigenschap zich snel kan verspreiden. Het is waar, DLO vraagt ook patenten aan op genen en rassen. Maar daar heb je meteen het probleem. De instituten moeten privatiseren. En iedereen probeert dan, terecht, te verdienen aan het onderzoek. Maar daar gaan we de verkeerde kant mee op. Je moet als overheid bepaalde dingen veilig stellen. We gaan toch ook defensie of het milieu niet privatiseren? Gelukkig wordt die hele psychose van het marktdenken de laatste tijd weer wat gerelativeerd. Dat doet me deugd.

Re:ageer