Wetenschap - 11 januari 1996

Participatief onderzoek stelt teleur

Participatief onderzoek stelt teleur

De toepassing van Farming system research heeft nog niet geleid tot een verbeterde landbouwproduktie in de Derde Wereld. Al zo'n twintig jaar pleiten vernieuwende landbouwkundigen voor een radicale verandering in het landbouwonderzoek, de participatieve of interactieve benadering. Het onderzoek moet volgens hen georganiseerd worden in interdisciplinaire teams die een systeemgerichte benadering hanteren en nauw samenwerken met maatschappelijke organisaties (ngo's) en boeren. Agronoom prof. dr J.D.H. Keatinge van de Britse University of Reading gaf zijn visie op participatief onderzoek, tijdens de opening van de nieuwe, zesmaandse cursus van het International Centre for development oriented Research in Agriculture ICRA op het IAC in Wageningen.

De innovatieve ideeen hebben volgens Keatinge gemuteerde vormen opgeleverd: enerzijds participatieve onderzoekers voor wie de ngo's heilig zijn, anderzijds theoretische teeltkundigen die zich fixeren op complexe computermodellen.

Probleem is volgens Keatinge dat de gangbaar landbouwkundigen de reductionistische benadering niet willen loslaten, en op steeds kleinere schaal werken. De participatieve teams van hun kant trekken zich te weinig aan van het formele onderzoek op macro-schaal. Het participatief onderzoek moet veel meer ingebed zijn in dit onderzoek; de data-banken bevatten nu louter case-studies, terwijl ze ook klimaatveranderingen, gewasrotaties, economische ontwikkelingen en bijvoorbeeld brandhoutgebruik zouden moeten registreren. Wat we nodig hebben zijn jarenlange surveys", aldus Keatinge. Hij vertelde over een veldje dat honderd jaar was gevolgd. Ik zie weinig heil in de drie- of vierjarige veldproeven die momenteel zoveel worden gedaan." Keatinge constateerde dat juist de langdurige veldregistraties verdwijnen.

Om de noodzakelijke interdisciplinaire teams te kunnen vormen, moeten studenten voor teamwerk worden opgeleid. Dat vraagt volgens Keatinge veel communicatieve vaardigheden, het vermogen een probleem in zijn geheel op te lossen en respect voor voorlichting en boeren. Volgens Keatinge worden landbouwkundige studenten nu erg smal opgeleid. We moeten zorgen voor breed geschoolde agronomen die de taal spreken van agrobiologen, socio-economen en voorlichters. Veredelaars en gentechnologen zijn er veel minder nodig dan er nu zijn." Een agronoom uit de zaal merkte op dat het voor studenten riskant is zich zo breed te orienteren, omdat in de biotechnologie de meeste banen zijn. Keatinge antwoordde dat landbouwkundigen hun eigen markt moeten veranderen.

Re:ageer