Wetenschap - 23 februari 1995

Paling herstelt langzaam van nematodeninfectie

Paling herstelt langzaam van nematodeninfectie

De Nederlandse paling herstelt langzaam van de nematodeninfectie Anguillicola crassus die begin jaren tachtig grote schade veroorzaakte. Dit blijkt uit het proefschrift van ir O.L.M. Haenen, die op 10 maart promoveert bij prof. dr W.B. van Muiswinkel van de vakgroep Experimentele diermorfologie en celbiologie aan de Landbouwuniversiteit.

Begin jaren tachtig raakten grote delen van de wilde en gekweekte paling in Nederland besmet met dit zwemblaasaaltje, vermoedelijk door de aankoop van glasaal uit Zuid-Oost Azie waar de nematode al langer voorkomt. In palingkwekerijen veroorzaakte de infectie in combinatie met bacterien grote sterfte. Maar ook de wilde populatie palingen bleek in hoge mate geinfecteerd. In de jaren tachtig was negentig procent van de volwassen paling besmet, de omvang van de veroorzaakte sterfte was onbekend. Momenteel reikt de verspreiding al tot aan Griekenland en Rusland.

Na bestudering van de epidemiologie en pathologie van de nematode, concludeert Haenen dat de temperatuur in Europa en de voedselsituatie de snelle verspreiding van de infectie bespoedigt. Zo verblijven nematoden tijdens een van hun eerste larve stadia in kreeftachtigen en deze vormen een belangrijke voedselbron voor de jonge aal. Ook brengen ze enkele levensstadia door in zoetwatervissen als spiering, stekelbaarsje en pos, een geliefde voedselbron voor volwassen alen.

Voor de palingenkwekerijen zijn de gevaren inmiddels geweken. Met het gebruik van zeer schoon water en de aankoop van nematoden-vrije glasaal, blijven zij nu verschoond van deze ziekte. Ook bij de wilde aal is de infectiegraad gedaald van negentig naar zestig procent. De geinfecteerde palingen blijken zelfs hun beschadigde zwemblaas te restaureren. Tegen de nematode bestaat echter geen medicijn. Landen die kampen met de infectie kunnen daarom slechts afwachten.

Re:ageer