Wetenschap - 21 december 1995

Oud sorghum-onderzoek levert actueel proefschrift op

Oud sorghum-onderzoek levert actueel proefschrift op

De introductie van vroegrijpende sorghum-varieteiten biedt boeren in West-Kenya in theorie de mogelijkheid om later te zaaien. Daardoor kunnen zij bij de start van het groeiseizoen met hun schaarse arbeid meer grond bewerken. Een Farmingsystemsanalyse leert dat deze aanpak ook verkeerd kan uitpakken. Op veldjes waar traditionele varieteiten zijn aangeplant, strijken shoot fly en midge neer. Deze insekten vermeerderen zich en vliegen daarna in groten getale naar naburige veldjes met de later ingezaaide sorghum, ontpoppen zich als ware plagen en richten grote schade aan.

Dit schrijft ir H.J. Enserink in zijn proefschrift Sorghum agronomy in West Kenya, waarop hij op 22 december wil promoveren bij dr ir M. Flach, emeritus-hoogleraar Tropische Plantenteelt. Enserink concludeert dat het afnemende aantal ossenploegen een belangrijke beperkende factor is in de sorghumproduktie. Boeren die de grondbewerking noodgedwongen met de hak doen, kunnen pas later in het regenseizoen inzaaien. Hierdoor stijgt de kans op misoogsten. De teelt van vroegrijpende sorghum is evenmin een garantie voor succes, zo leerde de studie. Daarom doen boeren er volgens Enserink soms beter aan een gewas te verbouwen dat geen last heeft van genoemde plagen en sneller afrijpt, zoals cassave. Mais is niet aantrekkelijk voor boeren, omdat het erg droogtegevoelig is.

Tevens leerde de studie dat twintig kilo fosfaat per hectare de produktie aanzienlijk verhoogt, vooral in de volgende groeiseizoenen. Boeren wordt dan ook geadviseerd te investeren in kunstmest. De onderzoeksgegevens van Enserink dateren uit de periode 1979-1982.

Re:ageer