Wetenschap - 9 november 1995

Oskam

Oskam

Collega-econoom Bomhoff is in de NRC een campagne begonnen tegen de melkveehouders in onder andere het Groene Hart van Zuid-Holland. Ze kosten meer dan ze opleveren.

Ik denk dat hij zich onder meer baseert op een Gronings onderzoek van onder andere Strijker, opgesteld in opdracht van Natuur en milieu. Dat ging over de budgettaire lasten van de Nederlandse agrarische sector. Naar mijn smaak is dat onderzoek nogal fout uitgepakt. Ook Strijker is verontrust over de conclusies die sommigen trekken.

Je hebt verschillende rekenmethoden. Je kunt de kilo's in Nederland geproduceerde melk vermenigvuldigen met de prijs die boeren krijgen, zo'n zestig a zeventig cent, en daarvan de wereldprijs aftrekken, die schommelt rond de dertig cent. Het verschil noem je subsidie. Dan kom je op drie tot vier miljard gulden. Het is echter een illusie te denken dat die prijs omlaag gaat als je de marktafscherming opheft. De prijsvorming op de wereldmarkt is nogal complex. Alleen in Nieuw-Zeeland kunnen melkveehouders produceren voor dertig tot veertig cent per kilo; dat heeft te maken met de bedrijfsstructuur en de bedrijfsvoering.

Als je de marktbescherming opheft gaat de Europese prijs iets omlaag en de wereldmarktprijs iets omhoog. De consument die in de winkel melk koopt betaalt echt die zestig a zeventig cent die de boer krijgt. De subsidies voor de Europese melkveehouderij bedragen, als je naar de Brusselse geldstromen kijkt, in totaal vier miljard gulden voor honderd miljard kilo melk.

Ik vind dat Bomhoff een planologische discussie voert met economische argumenten. Het gaat immers om de vraag wat je moet met de stedelijke uitbreidingen: de Noordzee of het Groene Hart in.

Op zijn berekeningen van verschillen in grondprijzen valt overigens ook nog wel wat af te dingen. Inderdaad kost een vierkante meter grasland zo'n vier gulden. Als een bouwperceel wordt uitgegeven, levert dat tussen de twee- en vierhonderd gulden per vierkante meter op. Maar niet alle boerengrond kan bebouwd worden. Je moet straten aanleggen, plantsoenen enzovoorts. Bovendien zal een gemeente bij wijzigingen van bestemmingsplannen toch vaak trachten de te ontwikkelen grond in bezit te krijgen en niet alles over te laten aan projectontwikkelaars. Bomhoff kiest nogal eenzijdig de kant van de projectontwikkelaars, vind ik.

Maar hij heeft gelijk: als je de grond een andere bestemming geeft kan dat profijtelijker zijn dan melkveehouderij. Meestal is dat zo."

Re:ageer