Wetenschap - 19 december 1996

Opperklopper en pinksterhengelaar

Opperklopper en pinksterhengelaar

Jachtvereniging Tire Haut

Een donderdagavond in november; het moment in de week waarop de jachtvereniging van WSV Ceres, Tire Haut, bijeenkomt. Gedurende het jachtseizoen, van half oktober tot eind december, peuzelt het gezelschap voor de open haard het wild op, verkregen door zelf te jagen of als beloning voor het drijven. Jas en das zijn onontbeerlijk. Opperjagermeester Jan de Jong bereidt me voor op een teleurstelling: hoewel de vriezer met twee hazen, zes eenden en vijf fazanten goed gevuld is, zullen wij vandaag geen eigenhandig geschoten gedierte verorberen. Wegens drukte zag de kok geen kans om ook nog wild te bereiden. Dus vind ik mezelf even later terug in de rij voor een mensahap. In de derdejaarshoek van de kroegzaal zet het gezelschap zich neer. De spareribs, kippenpoot, tartaar en aardappelblokjes worden bedekt onder een glazen ovenschaal.

Sinds 1885 kent Ceres een jachtvereniging, die van oudsher uit louter mannelijke leden bestaat. Tire Haut is een jagersterm en betekent zoveel als wild in de lucht. Dit in tegenstelling tot partout - wild aan de grond.

De vereniging heeft een tamelijk hierarchische structuur. Bovenaan staan de gezellen met titels als opperklopper, meesterbloedstelper en meesterwildbankier, daaronder de klooien en aspirant-klooien en tot slot de gast. Zo krijgt de opperjagermeester altijd, behalve dan vandaag, het mooiste stuk vlees voorgezet. Al kan daar natuurlijk mee gesjoemeld worden, want de klooien zijn belast met het aansnijden van het wild.

De leden houden zich met name bezig met het drijven tijdens de jacht, dikwijls op uitnodiging van derden. Een geweer dragen blijkt een voor weinigen weggelegde weelde, laat staan schieten. De Jong, die geldt als eenden- en hazenkenner, is een van de vijf uitverkorenen die in bezit zijn van een brevet. Bovendien heeft hij een akte, die je pas krijgt wanneer je kunt beschikken over een jachtgebied van veertig hectare. Het brevet haal je niet zomaar, legt de jachtliefhebber uit: behalve praktijkexamens schieten en omgaan met het geweer is ook veel kennis vereist, varierend van milieuwetgeving tot de draagtijd van een konijn, van munitiebeheer tot etiquette. De Jong is allround natuurliefhebber: actief als vogelkijker en zoeker van kievitseieren, waarbij hij nesten met vlaggetjes markeert voor maaigrage boeren. Verder vangt hij zijn eigen paling.

Meesterhoornblazer Ferry Pikavet heeft ook een brevet. Afkomstig van de Veluwe is hij meer de grofwildexpert van het gezelschap. Ik heb geen jagersachtergrond, behalve dan een liefde voor de natuur", vertelt hij, Ik ging op pad om wild en vogels te bekijken en te fotograferen. Dan heb je eigenlijk al een jagersinstinct." Pikavet heeft tijdens zijn eerste keer de ogen uitgekeken: De hele entourage van gelijkgestemden onder elkaar, de uniforme kleding.... Hoorngeschal dat door een doodstil en met rijp bedekt bos klinkt... Het moment dat je voor je voeten een fazant weg ziet schieten... Het gezicht van het tableau aan het einde van de dag. Prachtig!" Opperklopper Steven Franssen is minder poetisch: De mens heeft altijd al gejaagd; het is een oerinstinct."

Alvorens aan te vallen op dat tableau - het wild dat de jagers gaan verorberen, in dit geval bestaande uit spareribs en tartaar - houdt de opperjagermeester een korte rede. Hij vraagt het jongste lid, Bernard van Dongen, een verhaal te houden over de rol van de jacht in zijn nog jonge bestaan.

Eerst is het echter de beurt aan meesterhoornblazer Pikavet en zijn jachthoorn. Aan mij de eer dit fake wild dood te blazen. Helaas kan ik de echte kunst van het doodblazen vandaag niet tonen." Hij begint bij de drumstick, een gevogelte, helaas niet omgelegd door een schoon stukje bismut. Hoorngeschal klinkt; geimproviseerde klankcombinaties voor sparerib en tartaar volgen. Tot slot klinkt een complete melodie. Zum Essen!

De fles wijn is gearriveerd en de ovenschalen worden van het tableau getild. Het laatste signaal was echt", verzekert Pikavet. Het is een ode aan het heerlijke wild dat geschoten is." Het doodblazen van wild is een internationaal ritueel, stammend uit Duitsland. Ieder stuk wild kent een eigen melodie. Het edelhert komt op de eerste plaats, de fazant op de laatste.

Van Dongen onderhoudt het gezelschap met een rede over zijn affiniteit met het jagersgebeuren. Je hebt het of je hebt het niet", steekt hij van wal. Van Dongen heeft geen jagende opa of vader, maar werd ooit door enkele oude knakkers gevraagd als drijver. Ik vond het meteen leuk om in de natuur te zijn en het wild los te krijgen." Pikavet vraagt enigszins gechargeerd aan de benjamin van vanavond wat er nu zo leuk is aan jagen met oude knakkers. Er zijn immers geen lekkere wijven bij? Van Dongen serieus: Ik kan me op zo'n dag compleet vermaken. De sfeer bevalt me, zoals het eten van erwtensoep in de hooischuur bij boer Piet."

Alleen mensen die affiniteit hebben met zowel natuur als jacht kunnen bij Tire Haut terecht. Dus geen schietgrage nitwits. Bij wijze van uitzondering werd vorig jaar iemand louter vanwege zijn sociale kwaliteiten geinviteerd. Die bleek echter van jagen niet het minste verstand te hebben en brulde bij het zien van welk dier dan ook: Schiet die bout!. Hij kreeg al rap de fictieve, weinig eervolle titel pinksterhengelaar toebedeeld.

Het diner wordt besloten met een kop koffie. Alvorens op te breken, wil Franssen nog kwijt: De meeste jagers zijn dierenliefhebbers. Ik begrijp de mensen die dat tegenstrijdig vinden wel. Maar toch is het zo."

Re:ageer