Wetenschap - 9 oktober 1997

Oost-Europese bodemkundigen brengen vervuiling in kaart

Oost-Europese bodemkundigen brengen vervuiling in kaart

Oost-Europese bodemkundigen brengen vervuiling in kaart
Isric assisteert bij opbouwen databestand
Waar is de bodem door vervuiling en erosie al aangetast en welke gebieden worden bedreigd? Politici worden over twee jaar met de neus op de feiten gedrukt. Dat is althans de bedoeling van bodemkundigen van dertien instituten uit Centraal- en Oost-Europa. Samen met het International Soil Reference and Information Centre (Isric) in Wageningen inventariseren ze de bodemdegradatie
Een alarm voor politici en wetenschappers, zo omschrijft prof. dr George Varallyay het project waarin bodemkundigen van het Isric samenwerken met instituten uit Tsjechie, Slowakije, Hongarije, Bulgarije, Roemenie, Polen, Estland, Letland, Litouwen, Rusland, Moldavie en de Oekraine. De bodemkundigen willen niet alleen bestaande degradatie van bodems door erosie en vervuiling in kaart brengen, maar ook aangeven wat de kwetsbare gebieden zijn. Het project wordt uitgevoerd in opdracht van de FAO
Begin oktober waren afgevaardigden van de betrokken dertien instituten op het Isric in Wageningen om de aanpak door te spreken. Het immense gebied wordt door de gebruikte schaal - 1 op 2,5 miljoen - teruggebracht tot een handzame kaart. Het is de bedoeling een databestand op te bouwen met drie kaarten. De eerste kaart geeft een uitgebreid overzicht van de fysische en chemische eigenschappen van de bodems. Dan volgt een kaart waarin de mate van degradatie wordt beschreven, bijvoorbeeld vervuiling met giftige metalen als lood, cadmium en zink. Door informatie over vervuiling en erosie te combineren met de eigenschappen van de bodem en het terrein waarop de bodem zich bevindt, wil het Isric met behulp van modellen een analyse maken van de kwetsbaarheid van gebieden voor bodemdegradatie. Dat is de derde kaart
Bodemdegradatie heeft nog te weinig de aandacht van politici, zegt voormalig Isric-medewerker dr Mike Bridges. Nederlanders boffen dat de overheid relatief veel aandacht heeft voor bodemvervuiling, maar in Engeland lijkt het of de overheid het gewoon niet wil weten. Varallyay, hoogleraar bij de Hungarian Academy of Sciences, vermoedt dat het gebrek aan belangstelling van politici te maken heeft met de onzichtbaarheid van het probleem. Luchtverontreiniging kan iedereen voelen. Mensen beginnen te hoesten. Van bodemverontreiniging hoef je niets te merken. Van een lapje zwaar vervuilde grond kun je nog steeds smakelijke tomaten oogsten.
Diagnose
Varallyay hoopt dat een inventarisatie van de kwetsbare gebieden politici dwingt tot het maken van keuzes, zodat daadwerkelijke degradatie wordt voorkomen. Daarvoor is wel een goede diagnose nodig, want de kritische hoeveelheid vervuiling verschilt sterk per bodemtype. Zolang een bodem vervuiling vasthoudt, is er weinig aan de hand, legt Varallyay uit. De hoeveelheid vervuiling die een bodem kan vasthouden, is echter beperkt. Over het algemeen geldt: hoe meer organische stof, hoe meer klei en hoe meer calciumcarbonaat en magnesiumcarbonaat in een bodem, hoe groter de buffercapaciteit
Hoe relatief het begrip bodemvervuiling is, verduidelijkt Varallyay aan de hand van nitraat. Nitraat is belangrijk voor de groei van planten, maar een teveel aan nitraat komt terecht in het grondwater. Stijgt de concentratie boven de vijftien milligram per liter, dan kunnen vooral baby's het niet meer drinken. De gevolgen van een teveel aan nitraat ziet Varallyay in eigen land. In Hongarije zijn zeshonderd dorpen door nitraatvervuiling voor hun drinkwatervoorziening afhankelijk van flessenwater
Coordinatie
Het merendeel van de benodigde gegevens is in principe al bekend. Het gaat erom de informatie te verzamelen en op elkaar af te stemmen. Het is een deskjob, zegt Bridges. Desalniettemin is het een omvangrijke klus, want de manier waarop de landen de chemische en fysische eigenschappen van de bodems beschrijven, zijn niet compatible. Tussen Polen, Slowakije, Tjechie, Hongarije, Roemenie en Bulgarije bestond onder het communistische bewind een behoorlijke mate van coordinatie, vertelt de hoogleraar. Bij deze zes landen is dan ook een vrij gedetailleerde database aanwezig en de opdracht is voor hen geen utopische droom. Voor andere landen wordt het een stuk lastiger.
De data over de vervuiling zijn het moeilijkst te achterhalen, denkt Varallyay. De meeste vervuiling heeft plaatsgevonden voor de val van het communisme. In sommige landen is deze informatie openbaar, in andere niet. De informatie ligt gevoelig, want er zijn ook economische belangen mee gemoeid. In Hongarije zijn gebieden waar babyvoedsel wordt geproduceerd. Wanneer bekend zou worden dat Hongarije zwaar is vervuild, verliezen we die markt. Varallyay vindt het daarom belangrijk dat de cijfers realistisch zijn. Met het oog op publieke bewustwording is het nodig met dramatische cijfers te komen. Maar we moeten oppassen niet te generaliseren. In Polen zijn zwaar vervuilde gebieden, maar niet heel Polen is vervuild, zoals de media soms suggereren.

Re:ageer