Wetenschap - 10 oktober 1996

Ontwikkelingshulp gebaat bij liberalisering

Ontwikkelingshulp gebaat bij liberalisering

Liberalisering van de handel is noodzakelijk om hulp aan ontwikkelingslanden effectiever te maken. Wanneer er vanuit Wageningen een geluid voor liberalisering komt, voel ik me daarin gesterkt", stelde Jan Pronk, minister van ontwikkelingssamenwerking, op 7 oktober in een bomvolle Aula in Wageningen.


Pronk debatteerde over duurzame ontwikkeling met minister De Boer van VROM en twee LUW-hoogleraren, prof. dr A. Kuyvenhoven en prof. dr E.C. van Ierland, respectievelijk ontwikkelings- en milieueconoom.

De hoogleraren gaven de voorzet voor het debat. Het geluid voor liberalisering was afkomstig van Kuyvenhoven, die vooral de gerichtheid op het uitgeven van geld in de ontwikkelingssamenwerking bekritiseerde. Zo plaatste hij kanttekeningen bij het 20/20-principe, waarbij Nederland twintig procent van de hulp wil besteden aan basisvoorzieningen als gezondheidszorg, basisonderwijs, water en sanitatie. De ontvangende landen moeten dan eveneens twintig procent van hun begroting aan deze voorzieningen besteden. Kuyvenhoven vindt dat het resultaat van hulp voorop moet staan en niet zozeer de hoeveelheid toegekend geld.

Voorts zijn, volgens Kuyvenhoven, de gevolgen van beleidsbeslissingen in het Noorden voor ontwikkelingslanden belangrijk. Wereldwijde liberalisering van de industrie en de landbouwsector en het opheffen van subsidies en handelsdrempels is noodzakelijk. In dit kader noemde Kuyvenhoven ook het feit dat energie in de Derde Wereld te veel gesubsidieerd wordt.

Van Ierland hekelde vooral het trage tempo waarop in Nederland verbeteringen op milieugebied worden uitgevoerd. Zo gebeurt er te weinig om de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen. De doelstelling om de CO2-uitstoot in tien jaar tijd met drie procent te laten dalen, zal bij lange na niet gehaald worden.

Minister De Boer ziet zich geplaatst voor het dilemma dat economische groei in Nederland tegelijkertijd de uitstoot van broeikasgassen vergroot. Ze vindt dat een ontkoppeling van de milieubelasting en economische groei absoluut noodzakelijk is. Industriele productieprocessen moeten minder energie gaan gebruiken en zeker minder fossiele brandstof. Wet- en regelgeving en vooral het doorberekenen van milieubelasting in de prijs van producten zijn volgens De Boer de meest effectieve instrumenten.

De discussie was georganiseerd door de Evert Vermeerstichting, het bureau voor ontwikkelingssamenwerking van de Partij van de Arbeid. De stichting organiseert momenteel een reeks van acht debatten in verschillende universiteitssteden. Wageningen was de eerste stad die werd aangedaan door deze Krachttoer voor duurzame ontwikkeling.

Re:ageer