Wetenschap - 12 januari 1995

Ontwikkeling van arme boeren vereist vooral tijd en toewijding

Ontwikkeling van arme boeren vereist vooral tijd en toewijding

Swaminathan-instituut in India brengt biotechnologie bij de armen

Hoe kunnen ook de kleine boeren en landlozen in de Derde Wereld profijt trekken van de moderne biotechnologie? Je moet hen organiseren, leert een bezoek aan het Swaminathan-instituut in Zuid India, en wel zo dat ze inkomsten genereren. Zoals jasmijn telen, paddestoelen kweken, een koe houden, wc's bouwen, vis telen, zijderupsen kweken of veldsla verbouwen. Het doel is een ecotechnologische beweging die de kloof tussen arm en rijk verkleint en de natuur spaart.


Mensen denken vaak dat mensenmest waardeloos is, maar dat is niet waar."

In haar donkere hut toont de Indiase vrouw ons trots een grijsbruine zak waaruit helderwitte schimmels groeien. Aan de stevige casuarina-stokken, die met suikerriet en palmbladeren het dak vormen, hangen nog zeven zakken, maar daaruit steken alleen vuile stompjes. De schimmels in die zakken heb ik pas vorige week geent", legt ze uit. Ze ent paddestoelen door laagjes gekookt, kortgesneden rijststro af te wisselen met schimmelcultuur, iets waar ze zo'n twee uur per dag mee bezig is. Na twee weken kan ze de paddestoelen uit de zak plukken. De verkoop ervan levert haar maandelijks 120 roepies (zeven gulden) extra op en ze doet dit nu vijf maanden. Ratten zijn nog wel een probleem, vertelt ze, en er is niet altijd genoeg rijststro.

Met coordinator dr S. Hopper loop ik naar het volgende bedrijfje in dit biodorp. Op zijn wat zakelijke manier vertelt hij hoe landloze vrouwen de dorpsvijver, waar nooit iemand iets mee deed, tot een bron van inkomsten hebben gemaakt. De vijver is met een startfonds van de overheid schoongemaakt, ontdaan van predatoren en bemest met koeiestront. Negen vrouwen uit de hutten rond de vijver halen er nu eens per jaar graskarpers, gewone karpers, zilverkarpers, Mrigal, Rohu en Catla uit. Vorig jaar mei vingen ze 430 kilogram vis, goed voor 10.000 roepies. Om deze opbrengst te krijgen, moeten de vrouwen elke dag naar het midden van de vijver zwemmen en een voernet vullen met rijst, tarwe en notencake. Maandelijks moeten ze de vijver schoonmaken en bemesten. Om erosie tegen te gaan, plantten ze aan de kanten grassen en vruchtbomen.

Als we bij de kippenfokkerij aankomen, is de baas net zijn vierhonderd door elkaar krioelende grijze kuikens aan het voeden. Hij kan niet op het land werken vanwege een handicap, vertelt hij, maar kippen voeren gaat prima. Marketingdeskundige mr S. Soundaradjane heeft eerst voor hem nagegaan of er voldoende markt was, en veedeskundige dr K. Danassegaran begeleidde hem met het uitproberen van twee kipperassen. Beide rassen passen zich goed aan in zijn lemen schuur, ervaart hij, maar de Ross blijkt wel minder voer nodig te hebben dan de Starbro. Belangrijk, want voer is duur.

Inkomen

Hoe zorg je ervoor dat ook de grote groep arme boeren en landlozen in de Derde Wereld profijt trekt van de moderne biotechnologie? Die vraag stelde zich de M.S. Swaminathan Research Foundation in Madras (Zuid India) bij haar oprichting in 1990. De discussianten - biologen, economen, sociologen, politici en ondernemers uit heel de wereld - kwamen tot het antwoord dat inkomen genereren centraal moet staan. Om dit te bereiken, concludeerden ze, moet het Swaminathan-instituut de armen enerzijds technische en organisatorische hulp bieden, en ze anderzijds van startfondsen voorzien.

Het instituut - van de gezaghebbende Indiase veredelaar Swaminathan, die in 1988 een eredoctoraat van de Landbouwuniversiteit ontving - formuleerde een ideaal. Het stelde zich een platteland vol biovillages voor. Een biodorp is een dorp met een rijk scala aan eenmansbedrijfjes, die allemaal gebruik maken van biologische technieken: paddestoelenkwekers, jasmijntelers, veldslakwekers, koehouders, kippenfokkers, zijderupskwekers, geitenhouders, vistelers, bijenhouders, toiletbouwers, touwmakers, etc.

Deze eenmansbedrijfjes zijn georganiseerd in spaargroepen. Elke maand leggen de jasmijnkwekers of vistelers - in principe vrouwen - een bedrag in. Hieruit betalen ze centrale voorzieningen zoals marketingadviezen of vervoer, en ze gebruiken het geld bij ziektes of gebrek aan eten, om zo minder afhankelijk te zijn van woekeraars.

In het ideaal worden de biovillages ondersteund door zogeheten biocentres, proefstations waar landbouwkundigen het biologisch materiaal testen en vermeerderen. Vanuit de filosofie dat jongeren op het platteland een uitdagende baan moeten kunnen vinden, stellen deze biocentra dorpsjongeren aan om te assisteren. Bij het ideaal is de gevestigde orde nadrukkelijk betrokken. Om te garanderen dat de biodorpen toegang hebben tot de beste rassen en de laatste informatie, is er regelmatig een vergadering van het Science and Technology Consortium. Dit is een netwerk van onderzoekers uit universiteiten, bedrijven en overheidsinstituten. Zij leveren niet alleen materiaal, maar geven ook gespecialiseerde trainingen. Om produkt-afzet en fondswerving veilig te stellen, is er een Financial and Management Back-up Consortium, een raad van banken, donors, verzekeringsmaatschappijen en de industrie.

Hybride

Veredelaar S. Banumathy traint boeren en landloze vrouwen hoe ze hoogproduktieve, hybride rijstzaden moeten verbouwen, vertelt ze, terwijl ze met twaalf collega's van het biovillage-project op kraamvisite is bij de animator. Het kruisen van mannelijke en vrouwelijke rijstlijnen vraagt speciale vaardigheden en Banumathy heeft nu voor de vrouwen een stuk land gehuurd om de techniek te leren. Het eerste jaar betaalt het Swaminathan-instituut alle kosten, inclusief salaris. Het tweede jaar betaalt het nog 75 procent en zo elk jaar minder. Uiteindelijk moet de spaargroep zichzelf kunnen bedruipen. Binnenkort gaan de vrouwen met hybride groentezaden aan de slag.

Banumathy helpt de boeren ook met het kweken van azolla. Wanneer ze dit razendsnel groeiende plantje op het land strooien, kunnen ze toe met de helft van de kunstmest die ze gewoonlijk gebruiken. Deze techniek was bij de Landbouwuniversiteit in Madras al jaren bekend", licht ze toe, maar de boeren wisten het niet. Toen ik anderhalf jaar geleden met azolla aankwam, wilden de boeren aanvankelijk ook niet meewerken. Ze vonden het teveel moeite. Maar ik heb een paar demonstratie-projecten opgezet. Nu zien ze dat het flink wat geld bespaart."

Ecoloog A. Savithri troont me mee naar een betonnen, witgeschilderd hokje op een kale plek aan de rand van een biodorp. Ze trekt naast de wc een deksel op de grond open, en wijst hoe je de cementen pot onder de wc om de vijf jaar moet vervangen door de tweede pot onder het deksel. De volle pot krijgt hiermee vijf jaar de tijd om in te dikken. De vrouwen hebben zelf aangegeven wc's te willen, vertelt ze, en samen is toen dit model van Unicef uitgetest. Mensen denken vaak dat mensenmest waardeloos is, maar dat is niet waar."

Zoiets schijnbaar eenvoudigs als wc's in het dorp, heeft ze intensief begeleid. Ze begon voorzichtig met twee wc's en vertelde de vrouwen regelmatig hoe ze deze moesten gebruiken, en waarom hygiene zo belangrijk is. Toen dit naar wens verliep, bouwde ze met de dorpelingen nog tien wc's, waarbij de dorpelingen de helft moesten betalen. De volgende tien wc's moesten de vrouwen geheel zelf betalen en bouwen. In het dorp hiernaast heeft de overheid twintig wc's gezet", vergelijkt ze, de deksel weer sluitend, maar ze leerden niet hoe je naar de wc moet gaan. De vrouwen gebruiken die nu als opslagplaats voor veevoer."

Trickle down

De trickle down filosofie, die ervan uitgaat dat technologie zich vanzelf verspreidt als hij maar goed is, gaat in India niet op. Zelfs de goedkoopste biotechnieken die in de universiteiten en instituten zijn ontwikkeld, hebben de meeste armen nooit bereikt. Dit komt omdat het vervolgtraject ontbreekt, analyseert het Swaminathan-instituut. De technieken blijven op de plank in de stad liggen, omdat er te weinig landbouwkundigen in India zijn die ze aanpassen aan de uiteenlopende natuurlijke omstandigheden in de dorpen, aan de gewoontes van de dorpelingen en aan de plaatselijke afzetmarkten.

Het instituut ontwikkelt nu een model voor precies dit vervolgtraject. Hiertoe staat het een participatief proces voor. Elke stap in dit proces, zo blijkt uit het bezoek, vraagt bijzonder veel tijd en toewijding. Allereerst bereidt het instituut uiterst zorgvuldig de vraag voor welke biotechniek het gaat overbrengen. Een marketing-deskundige gaat na waar er markt voor is. Tegelijkertijd testen landbouwkundigen zaden, diererassen, schimmelculturen en technieken op hun waarde voor het dorp. De uitkomsten stoppen ze in de groots opgezette data-base van het Swaminathan-instituut, zodat de gegevens weer bij een volgende dorp kunnen worden gebruikt.

Het project is expliciet pro-poor, pro-woman, pro-nature

Naast de technische ondersteuning gaat enorm veel energie naar het organiseren van de mensen. Social organisers en animators identificeren bestaande dorpsnetwerken, vormen zo nodig nieuwe (spaar)groepen, en begeleiden de groepsprocessen. Vervolgens worden de dorpelingen die iets willen, getraind om zich de nieuwe technieken en organisatievormen eigen te maken. En tenslotte bouwt het instituut dermate stevige netwerken op, dat de dorpelingen daadwerkelijk toegang hebben tot kapitaal, informatie, marketingadviezen en scholing.

Zo participatief is het niet altijd", zegt coordinator Hopper nuchter. Als wij bijvoorbeeld vragen Wie wil er een koe houden? steekt elke vrouw haar vinger op. Maar voor zoveel koeien is natuurlijk niet voldoende markt. Dan bepalen onze social organisers wie het meest geschikt is."

Film

's Avonds gaan we naar een filmvoorstelling over het houden van koeien. Hopper heeft het ministerie van Landbouw gevraagd voorlichtingsfilms te draaien, omdat tien landloze vrouwen net een koe hebben gekocht. Terwijl we wachten op de voorlichters die zoals altijd te laat zijn, klampt een van de vrouwen tuinbouwplantenteelster R. Sowmiya aan. De vrouw gaat niet naar de film, want ze kan haar koe niet in de steek laten, klaagt ze. Die is ziek en ze is zo bezorgd. Een zieke koe vindt ze nog erger dan een ziek kind. Ze kan er niet van slapen. 's Nachts gaat ze telkens even kijken.

Hij heeft mond- en klauwzeer, precies waar die tweede film over ging", verklaart Sowmiya later. Het is haar eigen schuld. Toen de veearts kwam om alle koeien te vaccineren, was ze met haar koe elders om haar te laten grazen. Voor de armen is 6000 roepies (fl. 360,-) voor een koe natuurlijk ook enorm veel geld. Maar hun koe is verzekerd. Als ze dood gaat, krijgen ze een nieuwe. Daar hebben wij voor gezorgd, anders gaan ze natuurlijk nooit zo'n lening aan."

Kijk hoe arm deze mensen zijn", becommentarieert Hopper, terwijl we in het donker langs een familie lopen die buiten een beetje brandhout aan het aanmaken is. Wat hebben deze mensen aan de moderne biotechnologie? Voor de armsten is dat toch allemaal veel te duur. Zelfs weefselkweektechnieken zijn te duur. Ze hebben nog geen roepie om te investeren."

Je kunt je niet voorstellen hoeveel problemen er dagelijks rijzen. Ze zijn ook niet gewend aan verandering en aan leren. En op een bepaalde manier ook niet aan verzorgen. Heb je gezien hoe vuil de kinderen er vaak bij lopen? Het gaat allemaal heel moeizaam en het kost ontzettend veel energie en tijd." Hopper woont half bij zijn vrouw en kinderen in Madras, half in het lokale kantoor in Pondichery, dat vanuit de biodorpen het dichtstbijzijnde stadje is. Dit werk heeft hij niet uit idealisme gekozen, zegt hij eerlijk. Ik zocht na mijn promotie in de plantentaxonomie gewoon een nieuwe baan. Hiervoor maakte ik me nooit zorgen over de armen, ik dacht er nooit aan. Nu is mijn betrokkenheid natuurlijk wel veel groter geworden."

Marketing

Duurzame plattelandsontwikkeling betekent in het biovillage-concept vooral ook economisch duurzaam. Gezicht van de groep is marketing-adviseur Sounderadjana: een vlotte, jonge econoom die graag over het belang van marketing praat. Om de kruideniers in Pondichery te helpen bij de verkoop van de paddestoelen uit de biodorpen, heeft hij allerlei recepten met paddestoelen bij elkaar gezocht. De kopietjes heb ik gebundeld en die liggen nu bij de betere kruideniers op de toonbank", zegt hij trots in het lokale kantoor van het Swaminathan-instituut.

Sounderadjana gebruikt de nieuwste simulatiemodellen om de vraag naar bloemen en groenten in te schatten. Regelmatig gaat hij bij de marktmannen in Pondichery langs om te weten te komen welke rassen de klanten nu precies prefereren. Het eerste jaar hadden we alleen zilverkarpers", geeft hij als voorbeeld. Maar ik kwam erachter dat verschillende karpers meer geld opleveren dan een soort. Ik bedacht ook dat de verkoop efficienter zal zijn als de vrouwen een busje huren, al om zes uur 's morgens weggaan, en op verschillende markten maar een half uur blijven, zodat mensen het gevoel krijgen snel te moeten kopen. Binnen drie uur hadden de vrouwen vorig jaar alle vis verkocht. Nu weten ze dit voortaan en hebben ze mij niet meer nodig."

Sounderadjana meent dat macro-economische maatregelen het ondernemende platteland moeten beschermen tegen de kapitaalkrachtige, op westerse leest geschoeide industrie. Zo bleek vorig jaar ineens dat een overheidsindustrie ook paddestoelen wilde gaan kweken. Op verzoek van directeur Swaminathan heeft de overheid dit project afgeblazen. Hij heeft binnen en buiten India enorm veel status, zodat er naar hem wordt geluisterd. Niettemin liggen dergelijke beschermingsmaatregelen lastig als het om een prive-bedrijf gaat, zeker nu India een vrije marktpolitiek voert. Op zo'n moment zullen we gewoon de concurrentie moeten aangaan", meent Hopper. En als we de concurrentie niet aankunnen, moeten we een nieuw gat in de markt zoeken."

Olievlek

De zeer tijdsintensieve benadering moet als een olievlek gaan werken.

De groep van Hopper heeft een eerste biocentrum ingericht waarin twee dorpsjongeren assisteren, en heeft nu drie dorpen aangezet tot activiteiten. Dit aantal gaat de groep binnenkort, met geld van de VN, uitbreiden tot twintig. Voorts leidt het instituut vrouwen op om hun vaardigheden - betaald - aan andere dorpen door te geven, en daarnaast gaat het overheidsvoorlichters trainen zodat die de ondersteuning kunnen overnemen. Om deze activiteiten te ondersteunen ontwikkelt het een data-base, waarin de beste manieren van boeren worden opgeslagen.

De olievlek moet tot een nieuwe beweging op het platteland leiden, een eco-technologische beweging, zo staat in een van de discussiebundels. Het ontwikkelingsconcept is expliciet pro-poor, pro-woman, pro-nature, vanuit Swaminathan's filosofie dat als je iets doet voor speciaal de armen, de rijken er ook wel van profiteren, terwijl dat andersom vaak niet het geval is. Deze niet-rode, noch anderszins linkse ecotechnologische beweging moet uiteindelijk de kloof verkleinen tussen de mensen die wel, en de mensen die geen toegang hebben tot kapitaal en moderne technologie.

Idealiter raakt het concept aan de grootste wereldproblemen. Met een platteland vol bio-dorpen is er minder ondervoeding, doen de vrouwen interessanter werk - zijn daardoor minder afhankelijk van veel kinderen -, leidt de toegenomen kennis tot een milieuvriendelijker landbouw, en wordt het enorme potentieel van een miljard armen aangeboord om de groeiende wereldbevolking van voldoende voedsel te voorzien. Nu nog genoeg geschoolde stedelingen die wetenschappelijke roem aan hun laars lappen, en die ook nog vier dagen per week op het saaie, armoedige en geisoleerde platteland willen werken.

Re:ageer