Wetenschap - 6 maart 1997

Ontwikkeling Dolly in Nederland bewust stilgelegd

Ontwikkeling Dolly in Nederland bewust stilgelegd

Ontwikkeling Dolly in Nederland bewust stilgelegd
Onderzoekers: geen behoefte aan controversiele techniek
Schotse onderzoekers zijn er als eerste in geslaagd een volwassen dier te kloneren. Nederland stopte vijf jaar geleden het onderzoek vanwege bezwaren vanuit de samenleving. Maar met de groei van het aantal dierlijke biotechnologie-bedrijven voor de medische sector wordt de vraag naar kloneringsonderzoek mogelijk weer actueel
Sinds 1985 zijn er heel wat rapporten over de maatschappelijke aspecten van biotechnologie verschenen. De auteurs bogen zich over de gevolgen van octrooiering, analyseerden de ethische aspecten van stier Herman of inventariseerden de mening van het publiek over transgene schimmels en langer houdbare tomaten. Daarnaast zijn er tientallen studiedagen, overleggroepen en forumdiscussies geweest
Op het eerste gezicht lijken deze discussies geen enkele invloed op de ontwikkeling van de biotechnologie te hebben gehad. Industrie en overheid steken er meer geld in dan ooit, de eerste transgene gewassen komen nu op de markt en ook het aantal transgene dieren stijgt. De laatste doorbraak is het gekloonde schaap Dolly, waarbij Schotse onderzoekers een uiercel van een zes jaar oud schaap fuseerden met een lege eicel van een ander schaap
Vijf jaar geleden was Nederland in het onderzoek naar klonering van landbouwhuisdieren even ver als de Schotten. In Schotland werden klonen van schapen geboren; in Nederland verkreeg het bedrijf Embrytech twee gekloneerde kalfjes. Deze eerste klonen verkregen de onderzoekers door lege eicellen te fuseren met embryocellen, en niet met een cel uit een volwassen dier zoals bij Dolly. De efficientie van dit kloneren was nog veel te laag, maar de verwachtingen waren hoog gespannen. Met het maken van klonen, zo hoopte Embrytech, zouden topdieren snel kunnen worden vermeerderd
De Schotten en de Nederlanders kampten echter met hetzelfde probleem. Een kloneringstechniek is financieel alleen haalbaar als je de embryonale cellen van het te kloneren dier in een kweek kunt vermenigvuldigen, zodat je meteen een heleboel nakomelingen hebt. In kweek differentieren de embryonale cellen zich echter snel: de massa cellen gaat bijvoorbeeld lijken op een levercel of op een niercel. Met zulke cellen is niet meer te kloneren
Omslagpunt
Het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO) besloot rond 1990 uit te zoeken hoe je embryonale cellen bij landbouwhuisdieren ongedifferentieerd kunt houden. In die tijd was het maatschappelijk tij zich echter net aan het keren. De Nederlandse dierlijke productie moest duurzaam worden en daar paste geen klonering bij. Mede door al die rapporten over biotechnologie was er echt een omslagpunt in het denken over dierlijke productie, zegt dr ir Marleen Boerjan van ID-DLO. Inmiddels onderzoekt ze de invloed van factoren als stress en voedingsgewoontes van het moederdier op de kwaliteit van embryo's. Dat past bij de doelstelling van het ministerie van LNV, dat het door hem gefinancierde onderzoek vooral wil richten op dierlijke gezondheid
Op het ID-DLO was dr ir Tette van der Lende betrokken bij een aantal haalbaarheidsstudies van klonering. Wij concludeerden dat klonering economisch heel interessant kan zijn, aldus de docent, omdat je heel snel de beste dieren uit de fokkerij kunt vermenigvuldigen. Maar uit rapporten en gesprekken bleek dat veel mensen in Nederland negatief stonden tegenover klonering in de veehouderij, terwijl ze over transgene dieren voor medicijnen minder negatief waren. Het bedrijfsleven wilde toen niet meer meebetalen aan kloneringsonderzoek. Behalve dat de resultaten tegenvielen, waren ze bang dat de techniek het imago van de veehouderij zou schaden. Het bedrijf Embrytech ging failliet en het onderzoek op de LUW en bij het ID-DLO bloedde dood. Nu kunnen we niet meer zeggen dat we nog gelijk zijn aan de andere groepen in de wereld.
De Schotten publiceerden vorig jaar in Nature de oplossing voor het probleem dat cellen zich in kweek differentieren. Door het kweekmedium te verarmen, brengen ze de gedifferentieerde cellen in een soort slaaptoestand, wat het DNA blijkbaar weer vatbaar maakt voor klonering. Dit in slaap sussen bleek ook te werken bij een volwassen cel
Van der Lende, inmiddels werkzaam bij de vakgroep Veefokkerij van de LUW, vindt het prima dat Nederland destijds heeft besloten het kloneringsonderzoek te stoppen. Gelukkig hoeven we niet mee in een ontwikkeling als we dat niet willen. Dat Nederlandse bedrijven straks eventueel licenties moeten betalen als ze willen kloneren, is volgens hem vermoedelijk goedkoper dan het onderzoek zelf doen
Ook Boerjan heeft er geen spijt van. Nederland loopt nu niet achter. Het heeft zijn marktniche gewoon ergens anders. Voor onze groep is dat nu embryokwaliteit. Met die specialisatie kun je naar financiers toestappen.
Boerjan en Van der Lende sluiten niet uit dat de discussie over kloneringsonderzoek nu weer oplaait, mede omdat inmiddels nieuwe bedrijven zijn ontstaan die transgene dieren maken om medicijnen via de melk te produceren. Zij zullen belang hebben bij klonering. Volgend jaar komt het eerste medicijn - alfa-glucosidase voor de bestrijding van de ziekte van Pompe - op de markt
Onrijp
Pharming, bekend van stier Herman, is vooralsnog niet geinteresseerd in klonering, verklaart perswoordvoerder Rob Meines. De techniek is nog zeer onrijp, het is nog onzeker of de productie hiermee veel efficienter wordt en het is nog de vraag of het publiek ervan gediend is. De ethische en politieke aspecten spelen tegenwoordig net zo'n belangrijke rol als de prijs en de efficientie, verklaart Meines. De discussie rond een product is tegenwoordig onderdeel van het management. We hebben nu net de discussie rond Herman achter de rug, waarbij de meerderheid van de Tweede Kamer uiteindelijk heeft ingestemd met de techniek. Dan staan we niet te springen om meteen weer een controversiele techniek in huis te halen.
De LUW en ID-DLO hebben de faciliteiten en de expertise voor onderzoek aan embryo's in huis. Wellicht wil straks toch een biotech-bedrijf deze expertise gebruiken voor het efficienter kloneren van transgene dieren. Individuele onderzoeksmanagers kunnen dan beslissen of ze zich op financiers richten die met klonering bezig zijn, analyseert Boerjan. Maar die vrijheid is beperkt, geeft ze meteen aan. Wat doe je als deze bedrijven twintig miljoen gulden bieden? Managers willen ook hun medewerkers aan het werk houden
Nee, tenzij
De onderzoekers moeten straks wel rekening houden met de nieuwe wet op dierlijke biotechnologie. Per 1 april moeten bedrijven en instituten al het biotechnologisch onderzoek bij dieren ethisch laten toetsen door een overheidscommissie volgens het nee, tenzij-beleid: het onderzoek mag niet, tenzij het doel van belang is. Productieverhoging in de veehouderij is tot nu toe geen acceptabel doel en transgene schapen met betere wol, zoals die nu in Australie rondlopen, maken hier waarschijnlijk weinig kans. Voor medische doeleinden lijkt dierlijke biotechnologie echter wel acceptabel
Van der Lende acht de vondst van de Schotten een verrijking voor het biologisch onderzoek, maar de snelheid waarmee de technologie zich ontwikkelt, beangstigt hem. Je krijgt de kans niet de nieuwigheden te verwerken. Het ene moment moet je de eicellen nog met de hand van het kernmateriaal ontdoen en kun je maar tien fusies per dag doen. Het volgende moment heeft iemand een efficiente techniek gevonden en doe je duizend fusies per dag. Naar aanleiding van Dolly zal er waarschijnlijk een stroom van publicaties komen over klonering met volwassen cellen. Je krijgt geen tijd meer om over de gevolgen na te denken.

Re:ageer