Wetenschap - 6 februari 1997

Ontwerpen leer je niet uit een boek, maar hoe dan wel?

Ontwerpen leer je niet uit een boek, maar hoe dan wel?

Ontwerpen leer je niet uit een boek, maar hoe dan wel?
Beroepsvoorbereidende blokken komen moeizaam tot stand
Het wil nog niet zo vlotten met de ontwerpblokken voor de vijfjarige opleidingen van de LUW. Slechts een paar studierichtingen hebben al ver uitgewerkte ideeen voor deze vakken, die de studenten moeten voorbereiden op het beroepsleven. De vraag is of de ideeen haalbaar zijn, omdat de blokken vaak te duur zijn
De tien vijfjarige studierichtingen van de LUW moeten in hun programma laten zien dat zij studenten opleiden tot echte ontwerpers. Dus geen onderzoekers of beleidsmakers, maar technische ontwerpers, doeners, makers. De richtingen moeten voortaan een zogenaamd beroepsvoorbereidend en ontwerpblok van twaalf weken opnemen in het programma. Ongeveer tweederde van het vak moet bestaan uit het leren ontwerpen, de rest is voor beroepsvaardigheden zoals vergadertechnieken, presenteren en projectmanagement
Ontwerpen is meer dan een artistiek proces. Goede ontwerpers, zo stellen ir J.C. Blom en ir A.P. de Vries van de vakgroep Agrarische onderwijskunde, zijn in staat een situatie of probleem te vertalen in een gestructureerde, helder gedefinieerde ontwerpopgave. Ze kunnen aangeven welke strategieen de grootste kans hebben om tot een oplossing te komen van dat probleem. Ontwerpen kun je alleen leren door de cyclus van probleemdefinitie, analyse en oplossing zelf te doorlopen, is de stellige overtuiging van de twee. Ontwerpen leer je dus niet uit een boek
De roep om ontwerpvaardigheden komt vooral voort uit klachten van werkgevers. Zij vinden dat de huidige generatie studenten netjes de theorieen kan toepassen, maar nauwelijks in staat is om de kennis ook praktisch inzetbaar te maken. De studenten ontberen onderhandelingsstrategieen, marktkennis en financieel of politiek inzicht. Studenten zijn zich er niet van bewust dat je op meerdere manieren naar het ontwerp van een stal kunt kijken, verwoordt secretaris dr ir A.F. Groen van Zootechniek het manco. Een veeteler kan een prachtige stal ontwerpen, maar als daar vanuit milieukundig of politiek oogpunt geen draagvlak voor is, is het geen haalbaar ontwerp. We moeten ze leren om daar in het ontwerp rekening mee te houden.
Blokcoordinator
Meerdere richtingen worstelen nu met de vraag hoe de studenten deze vaardigheden kunnen leren. Blom en De Vries hadden het idee om een gezamenlijk onderwijselement te maken voor zoveel mogelijk richtingen. De algemene vaardigheden en de ontwerpvaardigheden zijn bedoeld voor alle studenten en in een casus kan een student zijn vakspecifieke kennis opdoen. Het stimuleert het interdisciplinair werken en is bovendien goedkoper dan de ontwikkeling van tien aparte blokken
Maar de meeste studierichtingen kiezen voor een eigen blok om ook specifieke vakkennis te kunnen behandelen. En dat is een gemiste kans, meent onderwijskundige drs J.J. Steen. Volgens hem is het gevaar aanwezig dat de vakgroepen specifieke vakinhoud, methoden en technieken in het blok onderbrengen en geen aandacht geven aan de meer algemene leerdoelen van het ontwerpblok. Dit gevaar is des te groter als de verantwoordelijkheid voor het blok bij een vakgroep wordt ondergebracht en niemand is aan te spreken op het leerstoeloverstijgende karakter van het blok. Steen heeft dan ook het plan geopperd om per richting een blokcoordinator aan te stellen, die de benodigde kennis voor het blok inkoopt bij docenten en vakgroepen
Volgens Steen heeft de LUW erg weinig ervaring met onderwijs waarin het ontwerpen centraal staat. Het aantal docenten dat beschikt over de didactische vaardigheden om in plaats van kennisoverdrager een procesbegeleider te zijn, is beperkt
Als alternatief voor een groot blok hebben een aantal Leeuwenborch-vakgroepen op verzoek van studierichtingen een staalkaart gemaakt met alle mogelijke onderwijselementen voor de beroepsvaardigheden. Wil een richting de studenten bijvoorbeeld onderhandelen en conflicthanteren aanleren, dan kan dat deel worden ingekocht bij de Leeuwenborch
Ondanks hun wens ziet het er niet naar uit dat de tien richtingen daadwerkelijk een eigen blok kunnen maken. Met name de richtingen in het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen moeten flink bezuinigen en het instituutsbestuur heeft berekend dat de beroepsvoorbereidende blokken erg duur zijn. Integratie is daarom zelfs noodzaak geworden. In de praktijk levert dat nu al de nodige problemen op. De richting Landinrichtingswetenschappen heeft bijvoorbeeld twee specialisaties die elk een blok voorbereiden: landgebruiksplanning en landschapsarchitectuur. Onder druk van de bezuinigingen moet dat er een worden
Tegenvaller
Voor de planners is dat een tegenvaller, omdat zij al een blok hebben gemaakt dat is geintegreerd in de studieopbouw. Ze geven in het eerste jaar een inrichtingspracticum en daarna een practicum dat is gericht op strategische planning. Het ontwerpblok borduurt voort op de twee practica en integreert ze. Het is volgens ir J.P.A. van Nieuwenhuize de meest complex vorm van planning waarin alle aspecten van de praktijk naar voren komen. De planners vragen zich af of de goede dingen wel behouden kunnen blijven als ze samen moeten met het architectenblok
De richting Milieuhygiene kampt met een vergelijkbaar probleem. In eerste instantie wilde ze zes blokken maken, voor elke specialisatie een. Dat mag er van het onderwijsinstituut hooguit een voor de hele richting worden. Misschien is dat zelfs te veel en komt er een ontwerpersblok voor het hele instituut
Maar zo'n integratie kan op praktische problemen stuiten. Bosbouw zou het blok van Tropisch landgebruik wel willen afnemen, maar dat past niet, omdat landgebruik het deel algemene vaardigheden al elders in de studie heeft zitten. Bosbouw zou dat juist in het blok willen stoppen. Overigens is het maar de vraag of Tropisch landgebruik het huidige voorstel kan handhaven. Want hoewel de vijfjarige programma's bedoeld zijn voor de academische ontwerpers, wil ir J. de Graaff van deze richting met het beroepsvoorbereidende blok ook de toekomstige onderzoekers bedienen. Het eerste deel van het blok is gericht op het maken van een ontwerp, een strategisch uitvoeringsplan, een evaluatie en een begroting, leidend tot een rapport. Het tweede deel bestaat uit bestaand probleemgericht onderwijs en borduurt voort op hetzelfde praktijkgeval. Doel hiervan is het schrijven van een wetenschappelijk artikel
Matrix
Onder leiding van hoogleraar Ecologische landbouw, prof. dr ir E.A. Goewie, is een projectgroep bezig met een beroepsblok voor de nieuwe richting Plantenteelt. De groep wil het blok ook geschikt maken voor andere richtingen. Studenten moeten in kleine groepjes een agro-ecologisch systeem op teelt- of bedrijfsniveau ontwerpen dat aan alle technische en maatschappelijke eisen voldoet. De beroepsvaardigheden passeren gedurende het groepswerk de revue. Er is inmiddels een matrix opgesteld waarin is uitgezet welke cases van het vak geschikt zijn voor welke richtingen. Tijdens een workshop op 15 april kunnen andere studierichtingen en onderwijsinstituten daar kennis van nemen
Tenslotte is er in de praktijk nog een optie: studenten van Levensmiddelentechnologie krijgen simpelweg geen beroepsvoorbereidend blok. De richting vindt dat ze in vier afzonderlijke onderwijselementen genoeg aandacht besteedt aan ontwerpvaardigheden. Al vroeg in de studie komen die aan bod en verderop in de studie worden ze weer opgepikt en uitgediept. Dit cyclische proces is volgens de richting didactisch gezien de beste manier om de ontwerpmaterie aan de orde te stellen. Beroepsvaardigheden als bedrijfskunde, economie, literatuurverwerking en presenteren komen elders in de studie al uitgebreid aan bod, omdat ze volgens de richting een wezenlijk onderdeel uitmaken van Levensmiddelentechnologie. Het onderwijsinstituut heeft de aanvankelijke bezwaren tegen het opknippen van het ontwerpvak laten varen en het programma goedgekeurd

Re:ageer