Wetenschap - 11 juli 1996

Ontlasting hondepoep-probleem mislukt

Ontlasting hondepoep-probleem mislukt

Het experiment van de gemeente Wageningen met zogenaamde hondenuitlaatstroken is mislukt. Deze uitlaatstroken in de Nude, Noordwest en het centrum bestaan uit stroken zand van 1 bij 25 meter waaruit wekelijks de uitwerpselen verwijderd worden. Honde-eigenaren maken heel beperkt gebruik van de uitlaatstroken. Bovendien lopen zij nauwelijks de kans om betrapt of beboet te worden als zij buiten de hondentoiletten hun hond laten drukken.


Het gemeentebestuur vindt dat uit een evaluatie van eind 1995 blijkt dat de overlast van hondepoep niet is afgenomen. Tot nu toe heeft de gemeente een ton geinvesteerd in aanleg en onderhoud van de uitlaatstroken en de voorlichting daarover. Het resultaat is pover, meent het gemeentebestuur. De jaarlijkse aanleg van extra stroken in andere wijken, meer voorlichting, handhaving en onderhoud kost tussen de zeventig- en negentigduizend gulden per jaar. Dit ambtelijk advies wijst het college van de hand.

Voornaamste kritiekpunt van het bestuur is de tekortschietende handhaving. De algemene plaatselijke verordening (apv) kan niet toegepast worden, omdat deze niet verbiedt dat honden op grasvelden of in struikgewas hun behoefte doen. Een wijziging van de apv is niet mogelijk. Zo'n wijziging zou bepalen dat honden alleen in de uitlaatstroken mogen poepen. Maar hondebezitters die in een wijk zonder uitlaatstroken wonen, zijn dan gedwongen om uit te wijken naar buurten met uitlaatstroken.

Bovendien blijkt het moeilijk om een hond die buiten een uitlaatstrook poept, op heterdaad te betrappen. Verder werken de gemeentelijke inspecteurs, die toezicht moeten houden op de honden, niet op de gebruikelijke uren waarop honden uitgelaten worden: vroeg in de ochtend of 's avonds laat. Als compromis overweegt de gemeente nu een verbod in te stellen op honden in winkelgebieden. Andere gemeenten hebben daar redelijk goede ervaringen mee.

Re:ageer