Wetenschap - 25 april 1996

Onkruidbestrijding vraagt om ecologische kennis

Onkruidbestrijding vraagt om ecologische kennis

De laatste jaren zijn er flink wat nieuwe technieken en landbouwsystemen ontwikkeld waarmee boeren het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen kunnen terugdringen. Zo leerde biochemisch onderzoek dat veel minder van de fotosyntheseremmer metribuzin nodig is als de dosering is afgestemd op het ontwikkelingsstadium van de plant. Onkruidkundige prof. dr M.J. Kropff van de vakgroep Theoretische produktie ecologie noemde in zijn inaugurele rede Strategisch balanceren, uitgesproken op 18 april, meer herbicide-besparende technieken.

Melganzevoet kan de boer effectief bestrijden met de schimmel Ascochyta caulina. En als mechanische onkruidbestrijder zijn de tot twintig meter brede wiedeggen veelbelovend, omdat ze in staat zijn over de gewasrijen heen het jonge onkruid te vernietigen zonder het gewas te schaden. Tot slot maken GIS en Global Positioning Systems zogeheten precisie-landbouw mogelijk, waarmee de boer het onkruid aanpakt op alleen die plaats waar te veel groeit.

Maar om de nieuwe technieken effectief toe te passen en onkruidgroei te voorkomen is flink wat plantenecologische kennis nodig, betoogt de hoogleraar. De roep om spuitvrije akkerranden langs sloten vraagt inzicht in de invloed van herbiciden en bemesting op de samenstelling van de randvegetatie. Andere plantenecologische kennis moet leiden tot eenvoudige adviezen bij het inzetten van schimmels als onkruidbestrijders, bij het vaststellen van de schadedrempel (de hoeveelheid onkruid waaronder de boer beter niet kan spuiten) of bij het voorkomen van te veel zaden in de grond.


Ondanks de sombere voorspellingen in 1994 heeft de sector Plantaardige Produktie de bezuinigingen toch al voor 65 procent kunnen realiseren met natuurlijke afvloeiing en vut-regelingen, aldus directeur F.A.H.M. Schelbergen. Inmiddels zijn negentien formatieplaatsen wetenschappelijk personeel en dertig bij het ondersteunend personeel geschrapt.

Van de vertrekkende medewerkers is of gaat binnenkort zestig procent met de vut of pensioen. Een paar kunnen blijven op een derde-geldstroomproject en een tiental medewerkers, de meesten ouder dan vijftig jaar, wordt ontslagen.

We worden aan twee kanten versmald", zegt prof. dr L. van der Plas, wiens vakgroep Plantenfysiologie naast een dertiger, zo'n zeven vijftig-plussers geheel of gedeeltelijk kwijtraakt. Ouderen gaan eruit en er komen geen dertigers bij."

Het aantal extern gefinancierde tijdelijke promotie-medewerkers (twintigers) groeit nog steeds hard. Hoewel de begeleiding van deze onderzoekers de sector zorgen baart wil hij geen promovendi-stop. De sector wil het college overtuigen dat verdere bezuinigingen niet gewenst zijn, om de vele promovendi bij de twee onderzoekscholen te kunnen blijven begeleiden.

Re:ageer