Wetenschap - 23 oktober 1997

Onderzoekscholen stellen hun eigen publicatie-eisen

Onderzoekscholen stellen hun eigen publicatie-eisen

Onderzoekscholen stellen hun eigen publicatie-eisen
Twee weken geleden bracht het WUB publicatiehitlijsten op basis van het wetenschappelijk jaarverslag 1996. Maar wat gebeurt er eigenlijk met dit soort gegevens? Is het publish or perish voor wetenschappers? Een rondje langs een aantal onderzoekscholen die sinds een aantal jaren verantwoordelijk zijn voor het onderzoekkwaliteitsbeleid
Experimentele plantwetenschappen (EPW) formuleerde bij haar oprichting nog geen scherpe publicatie-eisen aan haar stafleden. Nu EPW op de Landbouwuniversiteit als eerste bezig is met de hererkenningsaanvraag bij de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) voor een EPW-2 ligt dat anders. Van elke wetenschappelijke onderzoeker van EPW is een productiviteitsanalyse uitgevoerd. We kijken daarvoor niet naar alle wetenschappelijke publicaties, zoals het WUB deed, maar alleen naar publicaties in internationaal gerefereerde wetenschappelijke tijdschriften, vertelt EPW-secretaris ir Wim De Leijster. Daaraan koppelen we de impactfactoren van de tijdschriften waarin de artikelen zijn gepubliceerd. Een impactfactor is gerelateerd aan het aantal citaties van een gemiddeld artikel uit dat tijdschrift. Het Institute of Scientific Information in Philadelphia bepaalt elk jaar de impactfactor van 3500 natuurwetenschappelijke en 2000 sociaalwetenschappelijke tijdschriften
De lat ligt voor EPW-onderzoekers op twee gerefereerde publicaties per jaar, waarvan tenminste een in een tijdschrift met een hoge impactfactor op het betreffende vakgebied. EPW-wetenschappers zijn twee jaar geleden al gewaarschuwd voor deze eisen. Iedereen vindt het eigenlijk een reele eis. Een enkeling valt nu buiten de boot en wordt niet toegelaten in EPW-2.
EPW kijkt naast de productiviteit ook naar het aantal promovendi dat een onderzoeker begeleidt en naar zijn aandeel in het organiseren en verzorgen van tweedefaseonderwijs. Als iemand de publicatienorm net niet haalt, kan de score voor een andere norm dit compenseren
Opkrikken
Het EPW-bestuur heeft niet voor een beoordeling via citatie-analyses gekozen. Daar zitten te veel technische problemen aan, stelt De Leijster. Vooral review-artikelen leveren veel citaties op. We willen niet stimuleren dat onderzoekers daarmee hun productiviteit opkrikken; we hebben liever dat mensen nieuwe dingen onderzoeken.
Het net door de KNAW erkende Wagenings Instituut voor Milieu- en Klimaatstudie (WIMEK) is nog bezig met het opzetten van een intern kwaliteitsbeleid, vertelt secretaris Johan Feenstra. Er liggen plannen om de lat te leggen bij een publicatie per jaar als de onderzoeker daarvan eerste auteur is of drie publicaties waarvan de onderzoeker geen eerste auteur is. Ook bij WIMEK tellen alleen gerefereerde artikelen
WIMEK heeft ervoor gekozen voorlopig niet naar impactfactoren te kijken, omdat die te sterk verschillen per vakgebied. WIMEK-bestuurslid prof. dr ir Nico van Breemen: De kwartaire geologie is bijvoorbeeld een klein vakgebied en het beste tijdschrift daarin heeft een relatief lage impactfactor. Bij gammawetenschappen werkt het ook niet goed. Zou je het gebruiken in de interdisciplinaire onderzoekschool WIMEK, dan vergelijk je appels met peren.
Koplopers
Vlag is momenteel bezig met de midterm-evaluatie. Daarvoor voert ze eenzelfde soort productiviteitsanalyse uit als EPW. Voor de hererkenningsaanvraag voegt ze daar citatie-analyses aan toe. Vlag-secretaris dr ir Fre Pepping: De getallenbrij die het oplevert moet je met verstand bekijken; je moet bijvoorbeeld ook rekening houden met hoe lang iemand bezig is met een bepaalde onderzoekslijn. De getallen zorgen ervoor dat je kan signaleren waar mensen echt onder de maat presteren. Maar we zijn ook geinteresseerd in de koplopers, in wie er een extra schepje haver verdient.
Vlag maakt van de publicatie-eis geen harde eis. We hebben een aantal wetenschappelijke medewerkers opgenomen die niet voldeden aan onze minimumeis van vijf publicaties over de afgelopen vijf jaar. Die mensen vervullen dan in een team een belangrijke ondersteunende rol, stelt Pepping
Ook PE is momenteel bezig met een midterm-evaluatie. We zetten de zaak eens op een rijtje zonder daar direct consequenties uit te trekken. We attenderen mensen wel op waar ze zitten in het PE-plaatje, vertelt dr ir Theo Jetten. Momenteel ligt voor publicaties de lat bij drie publicaties per jaar, waarvan een in een internationaal gerefereerd tijdschrift. Ook andere factoren worden in beschouwing genomen
Versterken
Bij de hererkenningsaanvraag worden er wel consequenties getrokken. Onderzoekers die onder de maat presteren moeten echt een goed verhaal hebben. Je stelt de eisen niet voor niets, meent Jetten. Als een staflid vervolgens geen onderzoekstaken meer krijgt van de onderzoekschool, dan heeft het departement een financieringsprobleem voor het onderzoek van die persoon
Ir Gab van Winkel, secretaris van de onderzoekschool WIAS, kijkt er enigszins anders tegen aan. Wat er met een zwakke groep gaat gebeuren hangt af van het belang van die groep voor de onderzoekschool. Een slechte groep in de kern van de onderzoekschool moet je misschien juist wel versterken.
Volgens Pepping kan iemand die te zwak is voor de onderzoekschool wel in het onderzoekinstituut blijven. Het instituut is dan de beheerseenheid van de Landbouwuniversiteit en de school wordt door de KNAW op kwaliteit, consistentie en aio-onderwijs beoordeeld. Echt consequenties trekken uit prestaties onder de maat kan haast niet; daarvoor is de bandbreedte te gering. Voor Vlag-2 willen we de lat hoger leggen, maar het gros van de mensen zal er toch aan moeten kunnen voldoen. Het kwaliteitsbeleid blijft gebakken lucht; als de eisen van de KNAW streng waren geweest, waren er nooit 110 onderzoekscholen gekomen.

Re:ageer