Wetenschap - 12 maart 1998

Onderzoekers LUW en DLO bijeen in vijf kenniseenheden

Onderzoekers LUW en DLO bijeen in vijf kenniseenheden

Onderzoekers LUW en DLO bijeen in vijf kenniseenheden
Veerman: We zijn niet benauwd om samen te werken
Het Kenniscentrum Wageningen zal bestaan uit vijf geintegreerde kenniseenheden, waarin de bijpassende delen van LUW en DLO samen onder een directie vallen. Interne concurrentie om onderzoeksprojecten mag in het vervolg alleen op basis van kwaliteit, niet op basis van tarieven. De tarieven voor contractonderzoek van de LUW zullen omhoog moeten, zegt KCW-voorzitter Cees Veerman naar aanleiding van de nieuwe versie van de KCW-strategie
Het onderzoek van de universiteit, de onderzoeksinstituten en het praktijkonderzoek moet worden gebundeld in vijf geintegreerde kenniseenheden, schrijft de raad van bestuur in de nieuwste versie van de strategische visie KCW. De vijf toekomstige divisies van DLO, de bijpassende delen van de LUW en het praktijkonderzoek krijgen een gezamenlijke directieraad die bestaat uit de directeuren van de departementen en instituten van de eenheid. Zo ontstaan de kenniseenheden Plantaardig, Dierlijk, Agrotechnologie & voeding, Groene ruimte en Gammawetenschappen. De directieraad van de eenheden wordt eindverantwoordelijk voor het wetenschappelijke en bedrijfseconomische eindresultaat van de eenheid
Er zal een gezonde spanning ontstaan tussen de eigen belangen van de directeuren van een departement of instituut en de belangen van de overkoepelende kenniseenheid, stelt Veerman. Ik denk dat ze voor het geheel kiezen. Uit de samenwerking is winst te halen.
Eventuele efficiencywinsten mogen de eenheden zelf houden om te investeren. De komende vijf jaar wil de raad van bestuur twintig procent extra investeringsruimte vinden voor de ontwikkeling van nieuwe kennis en een verbetering van de prijs-kwaliteitverhouding. Veerman: Dat is vier procent per jaar. Dat moet toch kunnen uit de efficiencywinst van de samenwerking.
Kostprijs
De omzet van de kenniseenheden moet uit de markt komen, maar ook uit de doorberekening van kosten aan de onderzoekscholen, onderwijsinstituten, programma's voor strategische expertise-ontwikkeling en LNV-programma's. Volgens Veerman mag interne concurrentie tussen bijvoorbeeld LUW en DLO alleen gebaseerd zijn op kwaliteit en efficiency, niet op de prijs. Dat betekent onder andere dat de tarieven voor contractonderzoek van de LUW omhoog moeten. De LUW berekent de kosten van huisvesting en hoogleraren nu nog niet door in de tarieven. Op termijn moet dat wel gaan gebeuren
De LUW is trouwens niet de enige die dat niet doet, ook alle andere universiteiten zitten onder de kostprijs met hun tarieven. Ik heb in de vereniging van universiteiten al gepleit voor het hanteren van een reele kostprijs en toen knikten al mijn collega's. Ik weet ook wel dat ze, als ze eenmaal thuis zijn, wat anders denken, maar ik denk dat we uit moeten gaan van gezonde zakelijke principes. KCW moet de concurrentie met bijvoorbeeld goedkope buitenlandse universiteiten winnen door een betere kwaliteit te leveren
De raad van bestuur wil in het jaar 2000 een omzetstijging hebben gerealiseerd van 75 miljoen gulden. Dat is ongeveer tien procent in twee jaar. De onderzoeksmarkt groeit veel harder. Je zou ook kunnen zeggen: we willen twee procent harder groeien dan de markt. Maar nu we in een omslagtraject zitten, lijkt me dat niet opportuun.
Reservoir
De taken van LUW en DLO zijn niet duidelijk gescheiden in de nota. In de eerste versie werd wel nadrukkelijk gesproken over de taken van de universiteit en die van DLO. Dat is bewust veranderd. Wij willen dat mensen op grond van expertise en interesse aan de slag gaan. We hebben een reservoir van kenniswerkers die we zo goed mogelijk willen inzetten. We willen barrieres als interne verrekening en historische animositeit wegnemen.
Naast de voorstellen voor de organisatiestructuur is de meer naar buiten gerichte opstelling van de nota volgens Veerman het belangrijkste verschilpunt met de eerste versie van de plannen. Met de nota zet KCW de ramen wijd open. We kregen terecht de kritiek dat we wel heel erg met onszelf bezig waren in de eerdere versie van de nota. We hebben nu duidelijker aangegeven waar onze verantwoordelijkheden liggen en dat we graag willen samenwerken.
Bij de vorming van de kenniseenheid Dierwetenschapen wil Veerman bijvoorbeeld ook de faculteit Diergeneeskunde uit Utrecht betrekken. Ik probeer in hoog tempo met mensen in gesprek te komen. Wij zijn niet benauwd om samen te werken. Behalve met de universiteiten in Nijmegen, Utrecht, Tilburg en Rotterdam wil KCW nauwer samenwerken met TNO, het RIVM en het NIZO
Over vijf jaar wil het bestuur niet alleen herkenbaar hebben bijgedragen aan de herorientering van de Nederlandse landbouw, maar ook te boek staan als een onafhankelijk opinievormer die midden in de maatschappelijke ontwikkelingen staat. Om het debat te voeren, wil Veerman een centrum voor het ethisch maatschappelijk opleidingsdomein. Meer aandacht voor ethiek hoeft een marktgerichte benadering niet in de weg te staan. Integendeel, ook bedrijven hebben na de Brent Spar-affaire meer belangstelling voor ethische vragen. Ook in de onderwijsprogramma's wil Veerman meer aandacht voor wetenschapsfilosofie en wetenschapskritiek. Op die manier hoopt hij op termijn het debat te stimuleren. We leiden tenslotte onze eigen onderzoekers op.
De raad van bestuur wil dat KCW zich gaat profileren op vier thema's: duurzame agrarische productie; agrotechnologie, voeding en gezondheid; gebruik van de multifunctionele groene en blauwe ruimte en natuurontwikkeling en beheer van natuurlijke hulpbronnen. Het laatste thema stond niet in eerdere versies van het plan. Dat was een duidelijke omissie. De milieuwetenschappen horen duidelijk in KCW. Wel blijft staan dat ze geen zelfstandige ontwikkeling krijgt. De ondertitel van de strategische visie van KCW is Helping people to acquire safe food in a vital world. Dat laatste staat er niet voor niets.
Ook de basiswetenschappen (biologie, chemie, fysica en wiskunde) zullen zich voornamelijk moeten richten op de kern van het KCW-werkterrein. Om voldoende kwaliteit van onderwijs en onderzoek te garanderen, wil de raad van bestuur gaan samenwerken met andere universiteiten. De basiswetenschappen hebben natuurlijk ook een eigenstandige positie. We hebben hier de op een na grootste biologieopleiding van Nederland.
Voedselzekerheid
De toekomst van het Mansholt-instituut in KCW is nog onduidelijk. Wij willen daar voor de zomer een advies over hebben van de voorlopige directieraad van de gammawetenschappen, de hoogleraren Kuyvenhoven, Korthals en Zachariasse. Daarna zullen we beslissen over de toekomst van het instituut. De onderzoekschool Multifunctionele groene ruimte, die werd geopperd in de eerdere versie van het plan, is van de baan. Veerman wil wel meer aandacht voor de groene ruimte, maar ziet geen toegevoegde waarde van een eigen onderzoekschool. Het onderzoek moet plaatsvinden binnen de huidige onderzoekscholen en instituten. Er zijn al meer dan dertig onderzoekscholen op ons gebied. We moeten oppassen voor wildgroei.
Voor internationalisering is een ruimere plaats ingeruimd. De raad van bestuur wil dat KCW over vijf jaar herkenbaar heeft bijgedragen aan duurzaam landgebruik en verhoging van de voedselzekerheid in derde-wereldlanden
De werknaam KCW blijft de naam van de holding. We hebben een half jaar nagedacht over een betere naam, maar die hebben we niet gevonden. De instituten en departementen mogen hun oude namen blijven gebruiken. Die zijn herkenbaar voor de klanten en daarom erg waardevol. Die moet je niet weggooien. We willen wel nadenken of we in de toekomst niet beter kunnen spreken van bijvoorbeeld KCW-ATO in plaats van ATO-DLO.
De raad van bestuur bespreekt de nota volgende week met de raad van toezicht. Daarna moeten de medezeggenschapsorganen de nota nog goedkeuren, voordat die kan worden aangeboden aan de minister en andere klanten van KCW

Re:ageer